Cornelis de Kock werd in 1937 op 30 jarige leeftijd
burgemeester van de gemeente Oosterhesselen, tijdens de oorlog was
het gemeente huis waaraan hij leiding gaf een bolwerk van
verzetsstrijders.
Hoewel Cornelis de Kock hier niet actief aan mee werkte wist hij
er wel van.
Toen hij in september 1944 weigerde mensen voor besmet werk aan
te wijzen en van plan was eindelijk onder te duiken, stopte er
op 18 september 1944 een auto voor de woning van de burgermeester,
onder het mom dat hij mee moest voor verhoor in assen werd hij
meegevoerd.
na een paar kilometer kwam de auto in de buurt van de
bovenstaande coördinaten tot stilstand en werd hij uit de auto
gesleurd geschopt en geslagen om daarna op straat
doodgeschoten.
Het stoffelijk overschot werd door de moordenaars in een greppel
langs de wegkant achtergelaten.
Na het nieuws over de moord werd er in het dorp met
verslagenheid gereageerd op het verlies van deze geliefde
burgemeester.