
Zwijndrecht kent een rijke
geschiedenis die terug gaat tot de elfde eeuw. Het ontstaan van
Zwijndrecht is nauw verbonden met de historie van de Zwijndrechtse
Waard. De naam Zwijndrechtse Waard komt voor het eerst voor
in 1006, in een giftbrief waarmee Bisschop Ansfrid goederen schenkt
aan een klooster nabij Amersfoort. De schenking omvatte onder meer
de kerk van Zwijndrecht.
Zwin en drecht
De naam Zwijndrecht is een
samenvoeging van de West-Frankische woorden zwin en
drecht. Zwin kan worden vertaald als getijdengeul, drechtals
oversteekplaats, overvaart of veer. Zwijndrecht betekent dus
letterlijk ‘getijdengeul waar kan worden overgestoken’.
Deze uitleg doet vermoeden dat Zwijndrecht vroeger bij laag water
aan Dordrecht vastzat, tijdens hoog water waren beide
nederzettingen gescheiden. Een situatie die zou dateren van voor de
twaalfde eeuw.
De benaming Zwijndrecht gold
eerst voor de hele Zwijndrechtse Waard, die werd begrensd door de
rivieren de Pelster, de Noord, de Oude Maas en de Waal, tussen
Heerjansdam en Oostendam. Bewoners van dat gebied moeten al in de
vroege middeleeuwen (900 - 1300) hun land (beperkt) hebben bedijkt,
als bescherming tegen veelvuldige overstromingen.
De woning van de koster dateert
van 1645. Deze woning was de voormalige dorpsschool van Kijfhoek.
De schoolmeester was ook koster, voorlezer, voorzanger en
doodgraver.
Vanwege het spaarzaam aantal en
slecht begaanbare wegen kwamen voorheen veel kerkgangers per
schuit. In 1848 kocht de kerk nog voor f 30,-- een nieuw schip. De
restauratie in 1927 geschiedde vanwege geldgebrek met ondermeer
machinale stenen, terwijl grove planken het dakbeschot vervangen.
In 1992 begon men een deskundige nieuwe restauratie van het kerkje.
In 1926 werd de Devel bij Kijfhoek drooggelegd. Door een wijziging
in het systeem van bemaling van de polders verloor de Devel haar
functie op dit gebied.