Skip to Content

<

Delfzijl e.o. 2A1 - Oldenklooster

A cache by borzl & Furcas Send Message to Owner Message this owner
Hidden : 09/18/2010
Difficulty:
1 out of 5
Terrain:
2 out of 5

Size: Size: small (small)

Join now to view geocache location details. It's free!

Watch

How Geocaching Works

Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions in our disclaimer.

Geocache Description:


Datum laatste wijziging: 20100824 Datum laatste cache controle: 20160126

Deze cache maakt deel uit van fietsronde Delfzijl e.o. 2. Tijdens deze fietsronde worden diverse dorpen, gehuchten en buurtschappen ten noorden van Delfzijl bezocht. De fietsronde bestaat uit twee rondjes van ruim 16 kilometer per stuk. Beide rondjes sluiten goed op elkaar aan en kunnen probleemloos achter elkaar gefietst worden. Wanneer beide rondes achter elkaar worden gefietst is het aan te raden op de opgegeven parkeerplaats van Delfzijl e.o. 2 of bij restaurant Eemshaven aan de N33 nabij Losdorp te parkeren.

Zowel het Delfzijl e.o. 2A als het Delfzijl e.o. 2B rondje bestaan uit 7 caches en hebben elk een eigen parkeerplaats voor degene die beide rondjes niet in een keer willen fietsen. Daarnaast is er nog een bonus-cache, maar om deze te kunnen vinden moeten alle 14 caches bezocht worden. Verder liggen er nog diverse andere caches in de omgeving voor degenen die nog meer caches wensen te zoeken.

Let op! Alle caches zijn per fiets of lopend te bereiken, maar niet altijd per auto! Houd je s.v.p. aan de verkeersregels en doe de caches alleen bij daglicht. Neem zelf een pen mee en vergeet niet om de bonusaanwijzingen te noteren.



Specifieke cache info:

Dit is de eerste cache van de fietstocht, een letterbox-hybride. Naast het log- en stempelboekje zit er dus een stempel in de cache, laat deze a.u.b. in de cache zitten!

Doe je alleen het A-rondje, begin dan met cache 2A4 of 2A5, hier is een mooie parkeer gelegenheid. Via 2A5,6,7,1,2,3,4 kom je dan ook rond.



Oldenklooster:

Feldwerd is een wierde in de gemeente Delfzijl in het noorden van de provincie Groningen. De wierde staat ook bekend als Oldenklooster. De wierde ligt iets ten noorden van Krewerd. Op de plek waar nu nog een paar boerderijen staan stond tot aan het einde van de zestiende eeuw een klooster van de orde van de Benedictijnen.

Ten noordwesten van Holwierde ligt de deels afgegraven wierde Feldwerd. Het oostelijke deel van deze wierde is nog intact en hierop staan thans de boerderij van de fam. M. Goense en het woonhuis van dhr. B. Arkema. De N33 schampt de rand van deze wierde aan de oostelijke zijde.
Op deze wierde heeft lang geleden het klooster Feldwerd of Oldeclooster te den Damme gestaan. Dit Benedictijner klooster werd gesticht door Hatebrand, wiens ouders woonachtig waren op Katmis, de westelijke wierde van Holwierde.
Hatebrands geboortejaar is onbekend. Het ligt in het begin van de tweede helft van de 11de eeuw, zo omstreeks 1150. Zijn ouders Alundus en Tetta waren kleine boeren. Ze woonden op een wierde – een woonheuvel die opgeworpen werd tegen overstromingen van de Noordzee, of misschien beter de Waddenzee – die Katmis heette. Het huwelijk van Alundus en Tetta werd aanvankelijk niet gezegend met kinderen en dat maakte dat Alundus een afkeer kreeg van zijn vrouw. Hij trok weg naar een ander dorp in diezelfde regio en trad daar in dienst van een aanzienlijk heer.
Nadat hij deze enige jaren uitmuntend had gediend, verscheen hem `s nachts in zijn droom een engel die hem zei dat hij naar zijn vrouw terug moest keren. Indien hij aan dit bevel gevolg gaf, zou hij toch nog een zoon krijgen. Alundus gehoorzaamde en zijn vrouw, die blijkbaar in zijn afwezigheid de boerderij had beheerd, ontving hem hartelijk in hun huis. Inderdaad baarde Tetta na enige tijd een zoon, die zij `Hatebrand’ noemden. Blijkbaar was deze goed van verstand, want hij ging naar (de Latijnse) school en werd monnik in het Benedictijnenklooster van Utrecht. Toen zijn vader en moeder waren overleden, gebruikte hij zijn erfdeel om een klooster te stichten. Het werd een dubbelklooster, d.w.z. een klooster voor zowel mannen als vrouwen, die natuurlijk wel gescheiden moesten leven. In de loop der eeuwen werd het meer een vrouwenconvent onder leiding van enige priesters.
In het begin ging het niet zo goed met het klooster. Vele mensen die intraden, begrepen de orderegels niet altijd en Hatebrand, die aan die ene kant streng en rechtvaardig wilde zijn en aan de andere kant ook begreep hoe moeilijk het voor de mensen was het kloosterleven in al zijn facetten te aanvaarden, kreeg het zwaar te verduren. Er werd zelfs eens een aanslag op zijn leven gepleegd, maar door God gewaarschuwd, nam hij voorzorgsmaatregelen. Hij deed een ijzeren pot onder zijn capuchon en zo overleefde hij een ferme slag op zijn hoofd. De voortdurende strijd van onze charismatische abt tegen bijgeloof en voor de handhaving van de orderegels in die beginjaren maakte dat een zeer goede monnik uit het klooster wilde vertrekken, omdat hij zich stoorde aan de levenshouding van anderen. Gelukkig kon Hatebrand, hem overhalen om te blijven, want vanzelfsprekend had hij de steun van zulke mensen juist erg nodig. Na enige jaren ging het beter met het convent en zag Hatebrand kans nog andere kloosters te stichten, namelijk één in Oost- Friesland `Merehusen’ genaamd en één in de nabijheid van de stad Groningen, `Thesinge’ of `Germania’ genoemd.
Op een visitatietocht van Hatebrand naar Merehusen vroeg een vrouw hem haar te genezen van de voortdurende pijn in haar arm. Na Hatebrands gebed tot God was de vrouw haar pijn kwijt en verkondigde zij haar genezing over heel de streek. Zodoende bracht zij de abt grote bekendheid. Ze bracht hem ook in verlegenheid, want bescheiden als hij was, meed hij alle roem en eer en wilde niets liever dan zijn eer op een onopvallende manier dienen. Hatebrand van Feldwerd, de grondlegger van de Benedictijnenkloosters in Groningen en Oost-Friesland is volgens de overgeleverde abtenlijst van het klooster op 30 juli 1183 overleden.



De zestiende eeuw was rampzalig voor het klooster van Feldwerd. Toen prins Maurits van Oranje in 1594 de provincie Groningen veroverde, werd het gewest toegevoegd aan de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden en werd de Rooms Katholieke godsdienst in de provincie verboden. Alle kloosters werden er opgeheven, hun bezittingen aangeslagen. Toen de laatste abt stierf in 1608 bleven er nog drie nonnen over.
Zij waren letterlijk kerk en goed (1200 ha) verloren en hun restte nog enkel het gebeente van de door hen diep vereerde Heilige Hatabrand. Die wilden ze niet door de reformatie bezoedeld zien. Toen de subpriorin stierf (en ze nog met twee achterbleven) riep één van hen – Joanna Dirricks – de bijstand in van Nicolaas Jaspers, een koopman uit Appingedam. Met zijn hulp haalden Joanna en haar medezuster de botten van de Heilige uit de tombe. Zij gaven de resten mee opdat zijn nagedachtenis niet verloren zou gaan. De gunstige tijd (1609, bestand tussen Spanje en de Republiek) lieten de koopman toe te reizen tot in Antwerpen, waar hij zijn kostbare last afleverde aan de prior van het San Salvator klooster. Deze prior bezat echter reeds relieken van 35 heiligen en vroeg raad aan de Bisschop van Antwerpen, onder wiens gezag een commissie van toezicht de echtheid van de botten bevestigde. Zo bekwam het klooster de relieken van hun 36e Heilige. Bij het opheffen van het klooster na de Franse Revolutie kwamen de relieken overigens terecht in de Sint-Andrieskerk te Antwerpen. Bernardus Weerts, abt van de kloostergemeenschap van de Heilige Verlosser van de Heilige orde van Citaux in de stad en het bisdom Antwerpen (San Salvatorklooster, ook wel klooster Pot genoemd in de Potstraat te Antwerpen) bevestigde met een schrijven in 1704 de echtheid van de relieken van de Heilige Marculphus en Hatabrandus. Via de secretaris van Reginaldus Coels, Bisschop van Antwerpen komt een deel van de relieken in datzelfde jaar in handen van Vrouwe Carolina Theresia Dubois (genaamd Van den Bosch), begijn van het Groot Begijnhof te Brussel.

Additional Hints (No hints available.)



Return to the Top of the Page

Reviewer notes

Use this space to describe your geocache location, container, and how it's hidden to your reviewer. If you've made changes, tell the reviewer what changes you made. The more they know, the easier it is for them to publish your geocache. This note will not be visible to the public when your geocache is published.