
Ieder waypoint en ook de cache is
met de auto tot op een aantal meters te benaderen. Vanwege
verkeersmaatregelen is het echter raadzaam te fiets of te voet te
gaan. Met de auto zul je een aantal omrij-kilometers moeten
maken.
De plaats waar de cache ligt is
toegankelijk tussen zonsopkomst en zonsondergang. De route tussen
startpunt en cache bedraagt nog geen 4km. De bovenstaande
coördinaten zijn van de parkeerplaats: N
51°27.921' – E 003°36.243'
Ga naar N 51°27.895' – E 003°36.254'
Je staat voor de
Nederlands Hervormde Kerk van Oost-Souburg.
Als stichtingsdatum van de nieuwe kerk wordt 1250 aangehouden. Uit
een bisschoppelijk charter uit 1247 blijkt dat het dorp al voor die
tijd een kerk of kapel bezat. De ligging daarvan is
onbekend.

De kerk
bezat na verloop van tijd twee kapellen, een gewijd aan St.
Nicolaas en een aan Maria. Deze laatste kapel was in 1346
gesticht.
Hoogstwaarschijnlijk was Oost-Souburg de eerste plaats op Walcheren
met een aan Maria gewijde kerk. In de 15e en 16e eeuw was het
object van devotie een stenen Mariabeeld dat in een nis in de gevel
van de toren was geplaatst. Het stond in de volksmond bekend als
Onze Lieve Vrouw van den Toren.
Het
huidige kerkgebouw bestaat uit een 14e-eeuwse toren en een
15e-eeuws schip.
De nis is tijdens het herstel van de kerk na de beeldenstorm
dichtgemetseld.
Hoewel Oost-Souburg eeuwenlang een bedevaartplaats van betekenis is
geweest, zijn er weinig details over de Mariaverering bewaard
gebleven. In de 15e eeuw, en waarschijnlijk al eerder, kwamen
pelgrims uit het hele land en baden ze bij het beeld dat 'heette
wonderen te doen' vooral om genezing van ziekten.
In 1566
brachten beeldenstormers onder aanvoering van de plaatselijke
schout Adriaan de Deckere en zijn vrouw Petronella Pieters van
Turnhout ernstige vernielingen in de kerk aan. Ze haalden ook het
beeld van Maria naar beneden en sloegen het in stukken. In 1569
veroordeelde een Spaansgezinde rechtbank in Middelburg het echtpaar
hiervoor tot de strop.
In 1575
ging de kerk over in protestantse handen en kwam er definitief een
eind aan de bedevaartpraktijken in Oost-Souburg.
In het dorp herinnert niets meer aan de vroegere Mariaverering, of
het moeten de straatnamen zijn waarmee de veroordeelde
beeldenstormers zijn bedacht (De Deckerestraat en Van
Turnhoutstraat).
Boven de deuren die de toreningang vormen bevindt zich een steen
met daarop in reliëf een jaartal. Tel alle cijfers van het jaartal
bij elkaar op en trek er 3 van af (let op! Dit jaartal wijkt af van
hetgeen op het ANWB-bordje wordt beweerd), dit is
A
Vervolg je
weg naar N 51°27.801' – E
003°36.206'
De
naamgeving 'Souburg' is afgeleid van 'Sutburch', hetgeen 'Zuidburg'
betekent. Dit houdt verband met de midden in Oost-Souburg gelegen
Karolingische Burg.

Om zich
tegen de Vikingen te beschermen, bouwden de kustbewoners in de 9e
eeuw overal versterkingen. Tussen 875 en 990 hebben herders die op
de schorren van Walcheren hun schapen hoedden een versterking
ingericht: een stevige wal in de vorm van een cirkel, met een
gracht eromheen.
In Zeeland
zijn in dezelfde tijd meer van deze ronde burchten aangelegd: in
Oostburg, Middelburg, Domburg en Burgh bij Haamstede. Al deze namen
herinneren nog aan de vroegere burchten.
De
doorsnee van de Souburgse burcht binnen de wal is 132 meter, het is
de kleinste van de Zeeuwse ronde burchten
De wal werd opgebouwd van zand en dikke kleiplaggen, die rondom het
afgepaste terrein werden uitgestoken. Zo ontstond niet alleen een
wal, maar ook een gracht. Op de wal stond een palissade van
aangepunte palen.
Twee haaks op elkaar staande paden deelden het burchtterrein in
vier gelijke stukken. De paden kwamen uit op poorten in de wal. Via
een brug was het mogelijk de burcht te verlaten. Door de hogere
ligging van de huizen kwamen de paden, die kruislings over het
burchtterrein liepen, dieper te liggen. Een houten plankier hield
het pad droog. Onder dat plankier lag een greppel die aansloot op
een riolering van uitgeholde boomstammen onder de poort. Daarlangs
werd overtollig water naar de gracht afgevoerd.

Omstreeks
975 is de burcht van Oost-Souburg verlaten, net als de andere
Zeeuwse burchten. Buiten de wallen ontstonden nieuwe dorpskernen
rondom de kerkjes die toen werden gesticht (zie ook het vorige
waypoint).
De vraag is hoeveel
planken er in de vloer van het bruggetje over de ingang zitten.
Trek het eerste cijfer van het getal van het tweede cijfer
van het getal af. Dit is B
Het volgende waypoint bevindt
zich op N 51°27.864' – E
003°35.820'
De
voorganger van korenmolen De Pere aan de Kanaalstraat moet er al
rond 1500 hebben gestaan. De molen moet van het standaardtype zijn
geweest, die veelvuldig te zien is op prenten uit de
middeleeuwen.
De huidige molen stamt uit 1725 en is van het type “Stellingmolen”.
Het wiekenkruis heeft een lengte van 22,80 meter. Het unieke aan
deze molen is de stelling; de schoren onder de hoeken zijn lager
ingeplant dan de schoren onder de velden.
Voorts zijn de wieken in feite te kort. In 1901 schafte molenaar
Maasdam nieuwe wieken aan. Waarschijnlijk tweedehandsjes, want ze
kwamen aardig wat centimeters tekort. Maar omdat je als molenaar
goed bij je wieken moet kunnen komen, was het noodzakelijk de
omloop om de molen aan te passen. Die werd verhoogd, een situatie
die nog steeds zo is.

De
Souburgse molen herbergt een bijzonderheid, waarvan de oorsprong
nog niet is achterhaald. Op de tweede van de vier zolders is in een
draagbalk een tekst leesbaar, die in fraaie letters is uitgesneden.
‘Al maa(l)t de molen nog zo dol, darom wil ik niet zwigten is den
boer zeyn zak’. De tekst is kennelijk niet af, maar waarom niet is
in de schoot van de geschiedenis verborgen.
Een anekdote stamt uit 1945. Toen het gerucht zich door
Oost-Souburg verbreidde dat de geallieerden naderden, klommen
molenaar Kasse en bakker Roelse in de wieken om te kijken hoever ze
al waren gevorderd. Duitse soldaten merkten het duo op en begonnen
prompt op de twee te schieten. Gelukkig werden ze niet geraakt,
maar ze werden wel opgepakt en op kousevoeten naar de gevangenis
gebracht, waar ze een nacht moesten blijven.
De Pere, ook een pelmolen waar van haver tot gort werd gepeld, is
nu alleen nog in gebruik als korenmolen. Wie wil komen kijken als
de molen draait is welkom. ‘We zetten wel eens een bord bij de
ingang ‘de molen draait’. Maar kennelijk vatten maar heel weinig
mensen dat op als een uitnodiging om naar binnen te komen’, aldus
molenaar Dellebeke.
Aan de molen is een ANWB-informatiebordje bevestigd. Neem het
laatste jaartal dat in de tekst voorkomt. Trek vervolgens het
eerste cijfer van het laatste cijfer af. Dit is
C
Vervolg je weg naar
N 51°27.881' – E
003°35.680'
Het Kanaal
door Walcheren is een waterwegverbinding tussen de Westerschelde
bij Vlissingen en
het Veerse Meer bij
Veere. De
aanleg vond plaats tussen 1870 en
1873
Tegenwoordig speelt het kanaal nog steeds een bescheiden rol in de
beroepsvaart, maar is het vooral voor de pleziervaart van
belang.

De aanleg
betekende voor Oost- en West-Souburg een grote verandering. Oost en
West waren na de aanleg nog slechts door een brug met elkaar
verbonden. De oorspronkelijk West-Souburgse molen De Pere (uit
1725) kwam door het graven van het kanaal op Oost-Souburgs
grondgebied te liggen.
Aan deze zijde van de brug, staat net achter de omheining een wit
stenen paaltje in het gras. Op dit paaltje is in het zwart een
nummer geverfd, trek van dit nummer 36 af. Dit is
D
Ga verder
naar N 51°27.894' – E
003°35.557'
Dit gedenkteken spreekt voor
zich. Op de plaquette worden een aantal jaartallen genoemd.
Neem het verschil tussen het hoogste en
het laagste jaartal. Neem van dat getal het eerste cijfer. Dit
is EVervolg je
tocht naar het volgende waypoint op N 51°27.832' – E
003°35.383'
Een van de
bekendste ambachtsheren van West-Souburg was Philips van Marnix,
heer van Sint Aldegonde. Hij was van 1575 tot 1598 heer van
West-Souburg.
Marnix
herbouwde het oostelijk deel van het imposante kasteel van
West-Souburg en liet ook het koor van de eens befaamde kerk van
West-Souburg weer opbouwen. Kasteel en kerk hadden tot 1572-1574
(de jaren van verwoesting) een regionale uitstraling. Het eerste
kasteel van West-Souburg dateert vermoedelijk uit de 11e eeuw, het
is echter onbekend waar dit kasteel gestaan heeft

Medio 15e
eeuw werd er een nieuw kasteel gebouwd met als prominente eigenaren
Adriaan van Borssele en Anna van Bourgondië. Ook keizer Karel V
verbleef verschillende keren op het slot. Na zijn troonsafstand in
1566 zou hij in afwachting van zijn vertrek naar Spanje hier
verblijven. In 1783 is het kasteel verkocht en afgebroken. De
laatste sporen van dit slot zijn bij de bouw van de wijk
Westerzicht begin jaren zeventig van de 20e eeuw
uitgewist.
In welke maand werd het informatiebord onthuld? Deel dit door 3
voor
F
G
is het aantal keren dat het getal 1 op het bord voorkomt –
23.
Philips
van Marnix, heer van Sint-Aldegonde (Brussel, tussen
7 maart en
20 juli
1540 –
Leiden,
15 december
1598) was een
Zuid-Nederlands
schrijver, politicus, geleerde en de rechterhand van
Willem van Oranje.

Marnix is
tegenwoordig vooral bekend als auteur van het "Wilhelmus", het
Nederlandse
volkslied. Of hij daadwerkelijk de schrijver is, staat
echter allerminst vast. Wellicht is het aan hem toegeschreven omdat
hij schrijver was en voor Willem van
Oranje werkte in de tijd dat het "Wilhelmus"
is ontstaan.
Marnix
studeerde
theologie in Leuven,
Parijs,
Dole, Padua en
Genève. In de
laatste stad studeerde hij bij Calvijn en
Beza en werd
hij een overtuigd calvinist.
Na de
Beeldenstorm (augustus
1566)
vluchtte hij naar Bremen,
nadien naar Oost-Friesland
waar hij diverse polemische
stukken uitgaf. Het bekendste daarvan is "De Byencorf der H.
Roomsche Kercke" (1569), een
felle satire op de
rooms-katholieke
Kerk, dat tot het jaar 1761 ten
minste 23 drukken beleefde.
Vanaf
1571 was hij in
dienst van Willem van
Oranje, wiens overgang tot het calvinisme hij
bevorderde. Marnix werd een belangrijk medewerker van Willem, en
voerde veel diplomatieke missies uit voor De Zwijger. Bij de
Eerste Vrije
Statenvergadering te Dordrecht was
hij Willems afgezant. Tijdens de strijd tegen Spanje
(
Tachtigjarige Oorlog) werd hij in 1573 door de
Spanjaarden gevangen genomen; een jaar later kwam hij vrij na
een uitwisseling van gevangenen.
In
oktober-november
1576 bereidde
Marnix de Pacificatie van
Gent voor, waarbij Willems positie in de Nederlanden
versterkt werd.
In 1583 benoemde
Willem hem tot buitenburgemeester
van
Antwerpen, een belangrijke bestuursfunctie, en werd hem
opgedragen de stad te verdedigen, na de Spaanse Furie.
Tegen de Spaanse overmacht onder Parma was dit
echter een schier onmogelijke opdracht. Als magistraat en militair
blonk Marnix niet uit; daartoe miste hij Willems doortastendheid.
Er is dan ook enige grond om hem de val van
Antwerpen (augustus 1585) te
verwijten. Marnix ging in die tijd zover ervoor te pleiten de
gehele Opstand te
beëindigen, waarna hij bij Willem en de Staten-Generaal
wegens "verraad" in ongenade viel.
Teruggetrokken
op zijn kasteel bij Souburg wijdde
hij zich aan het schrijven. De Staten van
Holland droegen hem in 1594 op de
bijbel te vertalen, waarvoor hij naar Leiden
verhuisde, maar door zijn overlijden (1598) kon hij
die klus niet klaren.
Minder
bekend is Marnix' werk als cryptograaf. Hij
wordt beschouwd als de eerste cryptograaf in
Nederland. Hij
ontcijferde bijvoorbeeld versleutelde berichten van de Spanjaarden,
voor
Willem van Oranje. Illustratief is dat hij zijn
encryptie-belangstelling heeft laten doorklinken in het Wilhelmus: de
beginletters van de coupletten vormen de naam willem van
nassov.
Marnix van
Sint-Aldegonde heeft een belangrijke bibliofiele verzameling
nagelaten.

Handtekening van Marnix
Laat deze
informatie op je inwerken en begeef je naar het laatste waypoint op
N
51°27.865' – E 003°35.429'
Op dit toegangshek
staat een aantal gelijksoortige sierkruizen.
H
is
het aantal sierkruizen -31.
De cache ligt op
N 51°2A.BCD' – E
003°3E.FGH'
Het terrein waar de cache ligt
mag alleen betreden worden tussen zonsopkomst en zonsondergang,
respecteer deze toegangstijden!
Checksum:
A+B+C+D=21
E+F+G+H=9