Skip to content

Bob Evers 3 - Dolle kolder in de polder Mystery Cache

This cache has been archived.

the billabong: Ivm verhuizing deze moeten archiveren. Zodra geinstalleerd in Dronten zal er daar wsl een nieuwe Bob Evers verschijnen!

More
Hidden : 9/30/2007
Difficulty:
2 out of 5
Terrain:
1.5 out of 5

Size: Size:   regular (regular)

Join now to view geocache location details. It's free!

Watch

How Geocaching Works

Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions in our disclaimer.

Geocache Description:

Bovenstaande coördinaten zijn niet de cachecoördinaten!

Het laatste deel in de Bob Evers Trilogie. Jan, Bob en Arie vragen nog een keer je hulp bij het oplossen van de opdracht!


Dolle kolder in de polder

Langs de IJssel, ter hoogte van De Vier Jaargetijden, zaten drie jongens, met hun benen bungelend boven het water, aan de kade van een ijsje te likken. Wat vooral opviel was de omvang van hun ijsjes. De jongen met het rode haar, en tevens de jong met een omvang van vrij abnormale afmetingen, had een hoorn met zeker zes bolletjes Italiaans ijs daarin. De jongen met het donkere haar had een ijsje van redelijk normale afmetingen, en zat deze verwoed op te lepelen. De jongen met het blonde haar daarentegen, had een bakje met slechts twee bolletjes erin, en dacht zeker tien tellen na voordat hij een weloverwogen hapje ijs nam.

We kijken hier natuurlijk naar onze drie vrienden Arie, Bob en Jan, die zojuist teruggekeerd waren van een boottochtje van de IJssel, en heerlijk van het zonnetje genietend naar de voorbij varende schepen zaten te kijken.

“Ik vraag me af, of we ooit die schat nog te pakken kunnen krijgen. We hebben echt alles nagezocht, maar er was niets te vinden,” zei Bob.
“We moeten gewoon rustig nadenken, en kijken of we misschien niet toch iets over het hoofd hebben gezien. Dat is altijd zo met zulke dingen. Laat het een tijdje rusten, en je ziet gelijk waar je de mist in bent gegaan,” antwoordde Jan.
“Nou, ik heb anders al heel rustig nagedacht, en ik wordt er zo langzamerhand stierstarnakel gek van!”

De drie vrienden waren nog steeds op zoek naar de schat van professor de R., maar hadden de schat nog steeds niet kunnen vinden. Ze hadden al wel twee aanwijzingen gevonden, maar daar konden ze nog niet veel mee.

“Kijk, die aanwijzingen bijvoorbeeld, ik heb geen flauw idee wat er mee bedoeld wordt.”
“Tja, ik vraag me inderdaad af welke kant we opgaan. En wat ik helemaal raar vind, is dat we daarvoor ook nog eens het internet op moeten,” zei Jan, “weet je wel hoeveel je daarvoor betaald in het hotel!?”

Langzaam liepen de jongens richting het hotel, waar ze nu al een paar dagen verbleven. Jan en Bob druk in gesprek, terwijl Arie nog steeds bezig was om zijn ijsje op te eten. Toen ze bij het hotel aankwamen en naar hun kamer wilden lopen, werden ze aangeschoten door de receptioniste. “Er was hier toennet een meneer die naar jullie vroeg. Hij zou vanavond terugkomen.”
“Een meneer? En hij kwam voor ons?”
“Ja, hij vroeg naar drie jongelieden, die hier sinds een aantal dagen verblijven. Er zijn hier verder geen drie jongens, dus hij moest jullie wel bedoelen.”

Verbaasd liepen de jongens naar hun kamer.
“Wie zou dat nou geweest zijn? Mijn vader niet, want die zou dat wel duidelijk maken aan ons,” zei Arie.
Ook Jan en Bob konden geen antwoord verzinnen op de vraag wie die man nou geweest moest zijn.

Vol ongeduld moesten ze dus wachten totdat de man weer zou komen. Toen uiteindelijk de telefoon rinkelde in hun kamer, vlogen ze alledrie er naar toe. Jan was de eerste en nadat hij had opgenomen bleek duidelijk dat de man op dit moment beneden in de hal stond.
“Laat maar boven komen,” zei hij tegen de receptioniste.
Toen zij de deur opendeden, zagen ze een deftige man. Hij was ongeveer zestig jaar, was zeer grauw gekleed, droeg chique handschoenen en hield in zijn rechterhand een koffer vast.
“Jongelieden,” begon hij, “ik heb vernomen dat jullie op dit moment druk bezig zijn met het zoeken naar bepaald iets. Zou ik misschien binnen mogen komen om het een en ander hier over te vertellen?”
Het mag duidelijk zijn dat hij met deze openingszin ieders aandacht ten volle had. De jongens lieten hem duidelijk merken dat hij binnen mocht komen en begonnen hem toen de grauwe kleren van het lijf te vragen hoe hij kon weten dat zij op zoek waren naar iets.

De man hief één hand op, en zei: “Jongelieden, allereerst wil ik u hartelijk bedanken dat ik van uw gastvrijheid mag genieten. Natuurlijk willen jullie weten hoe ik dit allemaal weet. Ik…” hij hief weer een hand, toen hij zag dat Bob iets wilde zeggen, “ik wil dit graag aan jullie uitleggen. Mijn naam is Professor de Ruiter. Inderdaad”, zei hij, toen hij drie paar wenkbrauwen omhoog zag gaan, “ben ik dezelfde als de Professor de Ruiter die op jullie eerdere opdrachten stond. Zoals ik ook al had aangeven in de tweede opdracht, is deze schat alleen te vinden voor degene die zijn hersens nuttig en verstandig gebruikt. Nu moet ik tot mijn spijt bekennen, dat ik jullie als proefpersonen heb gebruikt. Laat me nog even uitpraten alsjeblieft!” zei hij toen de jongens wilden reageren. “Ik bedoel er niets kwaads mee, ik wilde alleen kijken of mijn opdrachten op te lossen waren en of ik niet te veel vroeg van degenen die de schat willen zoeken. Daarom moest ik eerst een persoon, of personen, in jullie geval, bereid vinden om deze opdrachten te doen.”
“Maar hoe bent u bij ons terecht gekomen?” zei Arie.
“Heel simpel. Natuurlijk hebben jullie avonturen overal in de kranten gestaan, maar bovenal ben jij”, en hij wees hierbij naar Jan, “de zoon van mijn dienstmakker. Af en toe hebben we nog wel eens contact met elkaar, en daarom kwam ik op het idee om jullie te vragen.”
“U bent een vriend van mijn vader? Maar daar heeft hij mij anders nooit wat over verteld!”
“Ik zeg ook niet dat we veel contact hadden, dus het kan best dat je vader er nooit iets over gezegd had. Maar hoe dan ook, via je vader ben ik in contact gekomen met de vader van Arie, en die heeft jullie bij zich geroepen met de vraag of jullie zin hadden in een avontuurtje. En de rest weten jullie!”
“Dus, als ik het goed begrijp, zijn we door onze bloedeigen vaders bij het been gehouden?”
“Zo zou je het inderdaad kunnen zien. Maar ga me nu niet zeggen dat jullie het niet leuk hebben gevonden, want jullie vaders hebben om het hardst gezegd dat dit echt iets voor jullie is!”
“Daar heeft u gelijk in”, zei Bob, “maar als ik het goed zie, moeten we nog steeds iets oplossen?”
“Je hebt helemaal gelijk.” De professor maakte zijn koffertje open en haalde er weer een kartonnetje uit. “Hierop staat de laatste opdracht. Veel succes ermee!”
“Wat gaat u trouwens met die schat doen?”
“Ik heb begrepen dat er ergens op internet een site is, waar meerdere schatten staan. Ik denk dat ik hem op die site ga plaatsen, zodat ook andere mensen de schat kunnen vinden!”

De jongens namen afscheid van de professor en keken vervolgens naar het kartonnetje:

>


Om de puzzel op te kunnen lossen, vindt je op welcome.to/bobevers een boek, genaamd 'Een speurtocht door Noord-Afrika'. Met behulp van pagina 43 van dit boek vind je de oplossing!
Succes met het vinden van de schat!

Additional Hints (Decrypt)

pn. 40 z an ortva yvaxre obzraevw ovw irryfgnzzvtr, jvyqr, obbz

Decryption Key

A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M
-------------------------
N|O|P|Q|R|S|T|U|V|W|X|Y|Z

(letter above equals below, and vice versa)