Luchtwachttoren 8L3
Het Korps Luchtwachtdienst (KLD) was de benaming voor een semi-geheim netwerk van luchtwachttorens met vrijwillige waarnemers in Nederland ter bescherming van het Nederlandse luchtruim tegen vliegtuigen uit de Sovjet-Unie. Het netwerk was onderdeel van het Commando Luchtverdediging van de Koninklijke Luchtmacht en functioneerde tussen 1950 en 1964 tijdens de Koude Oorlog. Naast het doorgeven van vliegtuigmeldingen (alsook verdachte scheepsbewegingen en eventuele landingen van Russische parachutisten), meldden de vrijwilligers ook de lokale situatie en het weer. In de volksmond stond het bekend als “kijken, luisteren en doorgeven”. In totaal bestond het netwerk uit 276 luchtwachttorens, verspreid over heel Nederland. Een groot deel hiervan werd nadien gesloopt. Een aantal overgebleven torens werd later verklaard tot Industrieel Erfgoed. Voorgeschiedenis Het Korps Luchtwachtdienst werd opgezet in 1948 en vormde de voortzetting van de eerdere vrijwilligersdienst Vrijwillig Landstormkorps Luchtwacht, dat officieel functioneerde van 1921 tot 1940 en tijdens de Duitse inval in Nederland meer dan 16.000 meldingen doorgaf. Na de Tweede Wereldoorlog bleven vrijwilligers welkom, vooral voor het melden van vliegtuigen die te laag vlogen om opgepikt te kunnen worden door radarstations. Het netwerk was gemodelleerd naar het luchtverdedigingnetwerk in het Verenigd Koninkrijk, aan het begin van de Tweede Wereldoorlog. Opstart Formeel werd de KLD opgezet op 1 mei 1950 “om door middel van uitkijk- en luisterposten vijandelijke vliegtuigen waar te nemen en aldus gegevens te verstrekken, welke nodig zijn om vijandelijke luchtaanvallen te kunnen bestrijden en de eigen troepen en de burgerbevolking tijdig te kunnen waarschuwen voor naderend luchtgevaar”. Het was bij de opzet erop gericht om vliegtuigen tot 1500 meter hoogte te kunnen waarnemen. Om dit goed te kunnen doen, werd hiervoor de “luchtwachttoren” in het leven geroepen. Omdat vliegtuigen tot een afstand van 8 kilometer goed hoorbaar zouden moeten zijn voor het gewone oor, werden de 276 luchtwachttorens op een maximale afstand van 16 kilometer van elkaar geplaatst. Bezetting Per toren moesten op elk moment van de dag 2 mensen aanwezig zijn: een waarnemer die vliegtuigen moest lokaliseren door middel van een positiebepalend luchtwachtinstrument en een “verbindingsman”, die per microfoon en koptelefoon contact had met omringende luchtwachttorens en het centrale commandocentrum in Zeist. In totaal werden 5200 mensen nodig geacht, die per tweetal elk 3 uur een toren zouden moeten bemannen, waardoor er 16 mensen per luchtwaarnemingstoren nodig waren. Daarnaast waren mensen nodig voor de onderlinge communicatie en de coördinatie van het geheel. Voor de vrijwilligers werd gezocht naar lokale mannelijke burgers (voor vrouwen was het verboden om zich op te geven) tussen de 16 en 60 jaar die goede ogen en oren hadden en over een goede conditie beschikten; aangezien ze bij een waarschuwing snel de traptreden van de toren moesten kunnen beklimmen. Elke vrijwilliger kon op vrije avonden militaire training in het spotten van vliegtuigen krijgen en kreeg een eigen uniform. Toen in 1958 de vrijwilligersmedaille werd ingesteld, kwamen ook vrijwilligers van KLD in aanmerking hiervoor. De luchtwachttorens werden op fietsafstand van nabijgelegen dorpen geplaatst, zodat vrijwilligers altijd snel ter plaatse konden zijn. Bij de opstart waren de 276 torens verdeeld over 8 “luchtwachtgroepen”, die zich bevonden in Alkmaar, Amersfoort, Breda, Deventer, Eindhoven, Groningen, Leeuwarden en Rotterdam. Daarbinnen werden sectoren ingericht, die bestonden uit 3 luchtwachttorens, die tezamen een driehoek vormden. In totaal waren er 80 sectoren in Nederland. Uitvoering Bij de aanvang van het project werd zo veel mogelijk gewerkt met bestaande hoge objecten in het landschap, zoals torens en molens. Toch moesten er naast 137 van deze objecten nog eens 138 extra uitkijktorens worden gebouwd om het netwerk goed te kunnen laten functioneren. Deze torens met een hoogte die varieerde tussen 2,5 en 31 meter, werden van 1951 tot 1955 gebouwd in de zogenaamde “raatbouw”-stijl. Dit was een toren bestaande uit een betonnen onderstel, dat werd geleverd door het bedrijf Schokbeton uit Kampen, met daarop een toren bestaande uit 4 verticaal geplaatste elementaire betonnen balken met om de twee meter een horizontale betonnen balk. Daartussen werd een houten raamwerk opgehangen. Binnen de toren bevond zich een houten trap, die met de torenzuides mee in vierkantsverband naar boven liepen. Boven in elke toren bevond zich een openlucht observatie platform, dat ongeveer 5 bij 3,5 meter mat. In het midden van dit platform bevond zich een ronde tafel, waarop een kaart van de omgeving kon worden geplaatst, waarbij de toren zich in het midden bevond. In het midden van de kaart werd een statief met een vizierkijker en aanwijsnaald geplaatst. Dit was vanwege het tijdelijke karakter dat de torens zouden moeten hebben en het hout was dan ook bedoeld voor later hergebruik voor bijvoorbeeld de bouw van schuren. Pas in 1960 functioneerde het hele netwerk. Het bleek echter zeer moeilijk om vrijwilligers te vinden, zodat veel torens met ondercapaciteit werkten. Belangrijker was echter dat het netwerk bij voltooiing grotendeels was ingehaald door de tijd: de propellervliegtuigen begonnen in die tijd te worden vervangen door de veel snellere straalvliegtuigen (tussen 1953 en 1964 nam de snelheid toe tot geluidssnelheid) en nog belangrijker: de radar was technisch gezien sterk verbeterd en maakte het werk van de KLD eigenlijk overbodig. In zekere zin was het netwerk van de KLD al vanaf het begin zinloos, daar het idee voor het netwerk op de sterk achterhaalde oorlogvoering van het begin van de jaren ’40 was gebaseerd. Over de jaren dat het netwerk functioneerde werd slechts een Russisch vliegtuig waargenomen; in 1958 werd station 8L3 bij het Limburgse Linne een vliegtuig gespot, dat had deelgenomen aan een Franse vliegshow en op de terugweg naar de Sovjet-Unie bewust was afgeweken om nog even een stuk grensgebied te fotograferen. Kosten Het netwerk kostte tientallen miljoenen: in 1951 kostte bijvoorbeeld een toren van 15 meter 9.500 gulden en een van 20 meter 12.200 gulden. Daarbovenop kwamen nog de kosten voor het fundament, die varieerden tussen de 1.500 en 4.000 gulden. De kosten van de training van de vrijwilligers bedroegen daarnaast tussen de 100 en 300 gulden per persoon per jaar. Opheffing en latere functie In 1964 werd het Korps Luchtwachtdienst al sterk ingekrompen, waardoor alleen in het noorden nog een aantal luchtwachtgroepen bleven bestaan. Op 1 juni 1968 werden de laatste nog functionerende luchtwachtgroepen Alkmaar en Leeuwarden opgeheven. De opgerichte luchtwachttorens werden gedeeltelijk overgenomen door de Bescherming Bevolking (BB), die apparatuur op de torens plaatsten voor het meten van mogelijke inslagen van atoombommen in Nederland en metingen per telefoon moesten doorgeven. Hiervoor werden in 1968 atoombunkers gebouwd naast een groot aantal torens, waar 4 personeelsleden zouden moeten kunnen schuilen. In 1980 werd ook de BB opgeheven en hadden de luchtwachttorens geen functie meer. Verdwijning en bescherming van de torens Een groot deel van de torens werd na de opheffing van de KLD afgebroken of opgeblazen. Dit werd medegedaan vanwege het tijdelijke karakter dat de torens hadden, het feit dat het geliefde klimobjecten waren voor de jeugd, omdat de bevolking het eigenlijk maar lelijke monumentale “horizonvervuilers” vond en soms vanwege betonrot, waardoor er gevaar kon optreden voor de omgeving. Torens die niet werden opgeblazen, werden vaak dichtgemetseld of op een andere manier afgedicht om het onmogelijk te maken ze te beklimmen. Enkele tientallen luchtwachttorens bevinden zich nog in het landschap. Vooral vanaf de jaren ’90 begonnen stemmen op te gaan om de torens te bewaren voor het nageslacht. Een aantal hebben inmiddels de status van Industrieel Erfgoed gekregen. .

De cache–beschrijving.
Het gaat nu om de luchtwachttoren 8L3, deze toren vormt een uitgangspunt voor de zoektocht naar het in 1958 gespot Russisch vliegtuig. Aan deze toren vindt u de gegevens voor de zoektocht naar dit vliegtuig.
LET OP: Het coördinaat is niet de TOREN Je zult op het WWW wat zoek- en ook veldwerk moeten doen Het is verboden de toren te beklimmen De cache is weliswaar small, maar groot genoeg voor TB’s of geocoins De cache ligt op PRIVÉ terrein Er is toestemming van de eigenaar en de afspraak gemaakt: dat ALLEEN aan het object gezocht mag worden, dus ook niet beklimmen!!!!!! Openingstijden: Ma. t/m vrij. 09.00 – 17.00 Zat. 09.00 – 16.00 Feestdagen gesloten