Bovenstaande coördinaten zijn van de parkeerplaats geschikt
voor kinderen en minder validen
Neem de regels in acht die bij iedere ingang vermeld
staan!
Niet meer na zonsondergang
betreden!
Honden aan de lijn
Niet buiten de paden betreden (alleen
om de cache te pakken)
Het bos van Nieuw Leeuwenhorst gelegen op de strandwal tussen
Noordwijk en Noordwijkerhout, bestaat voornamelijk uit landgoedbos
met parkbos, lanen en voormalig eikenhakhout. Het bos bestaat
voornamelijk uit eik en beuk, met een ondergroei van braam,
kamperfoelie en lijsterbes. Aan de Gooweg is een ingang met
parkeerplaatsen. Verder zijn er ingangen voor voetgangers in het
noordwesten (landgoed) en het noordoosten (driehoek). Nieuw
Leeuwenhorst ligt temidden van de bollenvelden. Het landgoed werd
in 1884 gesticht, maar lang konden de eigenaren er niet van
genieten. In de Tweede Wereldoorlog werd het landhuis gesloopt, er
kwam een tankgracht en een flink deel van het landgoedbos werd
gekapt. In 1953 begon het Zuid-Hollands Landschap met het herstel.
De tankgracht werd een vijver en een deel van het landgoed werd
herbebost.
Wandel vanaf de parkeerplaats terug naar het koetshuis, dan
linksaf de gele paaltjes volgen.
Het Koetshuis is het enige dat overbleef van het grote landhuis
Nieuw Leeuwenhorst. De paardenhoofden op de gevel herinneren aan de
toenmalige functie. Het landhuis zelf, dat werd gebouwd door de
familie Gevers, werd in de Tweede Wereldoorlog gesloopt om plaats
te maken voor een tankgracht. De naam Nieuw Leeuwenhorst heeft
overigens niets met de Afrikaanse leeuw te maken. Leeuw is een
verbastering van het woord lee, dat waterloop betekent. Zo'n lee
werd hier in de middeleeuwen gegraven om het gebied te ontwateren.
Toen in 1261 bij Noordwijkerhout een klooster werd gesticht, kreeg
dit de naam Leeuwenhorst. Sindsdien duikt de naam steeds weer op
bij belangrijke gebouwen in de omgeving.
Het landgoed werd aangelegd op een deel van de duinenrij tussen
Noordwijk en Noordwijkerhout. In de eeuwen daarvoor waren de
zandduinen afwisselend in gebruik als hakhoutbos en als akkerland,
afhankelijk van waar het meest behoefte aan was. Rondom het
landgoed is die economische ontwikkeling gewoon doorgegaan. Met
name na 1904 is veel zand afgegraven, zoals u tussen de bomen door
kunt zien. Het zand ging naar nieuwe woonwijken in naburige steden
en werd later ook gebruikt als grondstof in de
kalkzandsteenindustrie. Wat achterbleef bleek een prima ondergrond
voor de bollenteelt. Het kalkrijke zand houdt goed vocht vast,
heeft een uniforme korrelgrootte en is makkelijk te bewerken. Door
de bodem vlak te maken, kan bovendien de grondwaterstand zeer
precies worden gereguleerd.
In de Tweede Wereldoorlog is dit deel van het landgoed kaalgekapt
om schootsveld te hebben. Daarna zorgden konijnen er met hun
geknaag voor dat het gebied niet dichtgroeide. Maar helaas laat
nijntje zich hier de laatste jaren nauwelijks zien. De oorzaak:
besmettelijke ziektes. Sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw
steekt myxomatose geregeld de kop op en in de jaren negentig is
daar het viraal haemorrhagisch syndroom (VHS) bijgekomen. Met name
deze laatste ziekte heeft erg veel slachtoffers gemaakt . In
sommige duingebieden zijn de konijnen zelfs grotendeels verdwenen.
Daardoor groeien open plekken dicht, zoeken roofdieren vergeefs
naar prooi en vinden vogels als bergeend, tapuit en kauwtje geen
lege konijnenholen meer om in te broeden. Een remedie is er niet,
dus is het een kwestie van wachten tot de ziekte is uitgewoed.
Hopelijk zal de populatie zich dan ook op Nieuw-Leeuwenhorst weer
langzaam herstellen.
De waterpartij is in de oorlog door Duitse troepen gegraven als een
tankgracht. Toen het Zuid-Hollands Landschap in 1953 Nieuw
Leeuwenhorst in beheer kreeg, werd de gracht vergraven tot een
grote vijver. De vogels op en rond het water zijn waakzaam en gaan
bij onraad snel op de wieken. Daarom is de vijver aangewezen als
rustgebied voor vogels. Aan de andere kant van de vijver is een
kijkscherm geplaatst, zodat u de vogels toch goed kunt bekijken.
Een bijzondere wintergast is de krakeend, die na de winter
terugkeert naar zijn broedgebieden in het noorden en oosten van
Europa. Het vrouwtje van de krakeend lijkt op een wilde eend, maar
heeft een opvallende oranje rand om de snavel. Het mannetje is in
de zomer te herkennen aan zijn zwarte snavel, fijngetekende grijze
verenkleed en donkere achterlijf. In de winter verliest het
mannetje zijn fraaie verenkleed en lijkt dan erg op het
vrouwtje.
De lange zandheuvels naast het pad zijn geen duinen, maar
akkerwallen. Een belangrijk deel van het landgoed was ooit
akkerland. Het was dan wel nodig om eerst een laag zand af te
graven, zodat de gewassen met hun wortels bij het grondwater konden
komen. Het vrijgekomen zand werd vervolgens als een wal om de
akkers gelegd. Deze wallen gaven beschutting tegen de wind en tegen
vee dat in de omgeving liep te grazen. In dit deel van het landgoed
is ook goed te zien dat onder beuken niet veel wil groeien. Het
bladerdek is zo dicht dat er weinig zonlicht kan doordringen op de
bodem. Eiken hebben een minder dicht bladerdek, zodat daaronder wel
kruiden en struiken voorkomen.
Een deel van het landgoed Dijk en Burg is bij Nieuw Leeuwenhorst
getrokken. Vanaf de brug ziet u het landhuis rechts, aan het einde
van de waterpartij. Het park maakt een romantische indruk, met
slingerende paden en een schilderachtige waterpartij. Maar ook hier
is de oorlog niet ongemerkt voorbij gegaan. Er werd veel hout
gekapt, waardoor open plekken ontstonden. Zo kreeg de zoute zeewind
meer vat op het bos, met als gevolg dat nog meer fraaie oude bomen
ten onder gingen. Na de oorlog zijn de gaten opgevuld met jonge
bomen en struiken.
Het kronkelende water van de kikkervijver is ideaal voor de
ijsvogel. Een groot deel van de dag zit hij op een tak boven het
water bewegingloos te speuren naar stekelbaarsjes of andere kleine
vissen. Ondanks zijn felgekleurde verenpak valt hij dan nauwelijks
op. Pas als er een blauwe flits over het water scheert, weet je dat
je een ijsvogel hebt gezien. In het voorjaar graaft de ijsvogel
nesttunnels in steile, zandige oevers. Zulke oevers zijn schaars,
dus heeft het Zuid-Hollands Landschap een speciale ijsvogeloever
aangelegd op het landgoed.
De Kikkervijver is helemaal met de hand gegraven. Met de
vrijgekomen grond werd achter de vijver een heuvel opgeworpen, de
Paulinaberg. Op de top kwam een theekoepel. Die staat er niet meer,
maar na de steile klim heeft u nog altijd prachtig zicht op de
waterpartij.
Na de Paulinaberg wandelt u door een stukje oud bos, met hier en
daar statige landgoedlanen. De bomen zijn soms meer dan honderd
jaar oud en staan verder uit elkaar dan in de rest van het bos. In
de holtes van de bejaarde bomen vinden vogels en vleermuizen een
riant onderkomen. De vleermuizen kunnen ook terecht in een van de
bunkers die speciaal voor hen is ingericht. In de winter, als er
onvoldoende voedsel is, gaan de vleermuizen in deze bunker in
winterslaap. Een laag water op de bodem voorkomt dat ze daarbij
uitdrogen. Vleermuizen hebben een soort slotje op hun klauwen,
waardoor ze makkelijk ondersteboven aan een richel kunnen blijven
hangen. Mochten ze toch vallen, dan zorgt een houten vlondertje
langs de muren ervoor dat ze niet in het water terechtkomen.
Langs de waterpartij liggen natuurlijke oevers met een
geleidelijke overgang van water naar land. Dat is gunstig voor een
aantal bijzondere planten. In juni zijn de paarse kegels van de
rietorchis niet te missen en in diezelfde periode komen ook de
veldlathyrus en de moerasrolklaver in bloei, beide getooid met gele
bloemen. Minder kleurrijk maar net zo opvallend zijn de
hazenpootjes met hun zachte, pluizige bloemhoofdjes.
De cache:
Wat was het jaar dat het koetshuis werd gebouwd?
A = ?
In welk jaar kreeg het zuid hollands landschap nieuw leeuwenhorst
in beheer?
B =?
Cache = N 52 14.(1661688/A) E 004 27.(1706922/B)
Suc6