
Ten westen van West-Terschelling, tussen de al lang geleden ontstane hoge duinen, die het dorp aan deze kant beschermen tegen westerstormen, en de nog niet zo lang geleden gevormde duinen op de Noordsvaarder ligt het Groene Strand: een oud kweldergebied.
Het loggen van de schat
-----------------------------------
Je kunt deze schat loggen door vanaf dit punt
een foto van jezelf met je GPS zichtbaar in de log te plaatsen.
Zorg ervoor dat jouw mooiste uitzicht vanaf dit punt op de
achtergrond van de foto staat, en leg in je log uit waarom dat jouw favoriete blik op die plek is. Tevens dien je voor het loggen van de cache de volgende vraag in een e-mail naar ons te beantwoorden.
Vraag
--------
Op een bord in de directe omgeving staat dat je hier resten
uit het verleden kunt vinden. Wat zijn dit voor resten en wat moet je er mee doen?
Ontstaan van de Waddeneilanden
-----------------------------------------------
Uit navorsingen, verricht door geschiedkundigen en geologen, wordt aangenomen, dat de Waddeneilanden hun ontstaan hebben gevonden in het zogenaamde oud-Holoceen, een tijdperk tussen 20.000 en 5.000 jaar voor Christus. Het Waddenareaal moet destijds hebben bestaan uit een
groot moerassig uitstroomgebied, gelegen aan de monding van de Noordelijke Rijnarm, waarvan het Vlie of Vliegat een restant is. Er voltrok zich toen een eeuwenlang verlandings- en verveningsproces.
Brokken rondgeslepen veen spoelen nog geregeld aan op het strand en van de veenachtige bodem zijn nog restanten te zien, wanneer men de aan de Wadkant gelegen stukjes buitendijks land bekijkt (vooral de "Ans" ten zuiden van Lies) en de afkalvende rand ten oosten van de
Wierschuur voorbij Oosterend op de grens van de zogenaamde Grieën en de Waddenzee. Aanvankelijk waren de eilanden niet meer dan kale, vaak stuivende zandhopen. Aan de zuidkant daarvan, althans aan de luwzijde, werd in de loop der jaren van rivieren afkomstige grond afgezet: er kwamen slikgronden, kleiachtige kwelders op veenlagen,
waaruit later de weilanden werden gevormd en de polder ontstond.
Hiermee werden bestaansmogelijkheden voor de mens geschapen - landbouw en veeteelt - beschermd door al spoedig aangelegde dijken. De eerste bedijking om de Terschellinger polder dateert al van ca.1000 jaar na Christus. De dijk werd in de 19e eeuw verbeterde en na
de stormvloedramp van 1953 in drie fasen tussen 1962 en 1968 op Deltahoogte gebracht. De zee en de vogels brachten zaden aan en later geholpen door de mens via helmpoten, bebossing, landbouw, beweiding e.d., is Terschelling (evenals de andere Waddeneilanden), uitgegroeid tot een natuurgebied van zeer grote waarde, waar de recreatie met beleid dient te worden opgevangen om de negatieve invloeden daarvan tot een minimum te beperken. Het eiland is ca. 30 km lang, terwijl de breedte varieert van 2 - 5 km. De Oostelijke punt bestond destijds ook uit verschillende losliggende zandplaten,
die samengegroeid zijn en in de 19de eeuw één geheel met het eiland gingen vormen. Thans is het een ruim 4400 ha. groot natuurgebied, dat als de Boschplaat internationale faam geniet en inmiddels tot Europees Natuurmonument is benoemd . De westelijke punt was voorheen een aparte zandplaat, genaamd de Noordsvaarder, maar is omstreeks 1860 door verzanding van een slenk aan het eiland
vastgegroeid. Het Groene Strand is een langgerekte vallei tussen twee zeerepen aan de westkant van Terschelling. In het midden van de vallei loopt een geul die vroeger in open verbinding stond met de zee. Door regelmatige overstromingen ontstond daar een zoet-zilt
overgangsgebied of kwelder, met een bijzondere, zeldzame vegetatie. Door dichtslibben en menselijk ingrijpen kon het zeewater bijna een eeuw lang niet in de vallei doordringen. Het kweldergebied verruigde, de bijzondere vegetatie verdween. In 1996 werd de zoet-zilte overgang hersteld, wat de terugkeer van zeldzame planten- en diersoorten mogelijk maakte. Er werd een nieuwe in- en uitstroom voor het zeewater gegraven en het dijkje werd bijna geheel afgegraven. Het riviertje herkreeg zijn vrije loop. De te rijke bovenlaag werd afgeplagd, aan de flanken van het gebied zelfs tot op de minerale bodem, om zo belangrijke pioniers als de
zeekraal weer een kans te geven. De resultaten zijn opmerkelijk. Opnieuw overstroomt de zee het gebied met regelmaat. Het aantal overstromingen varieert per deelgebied: de lagere delen in het zuiden lopen wel 65 keer per jaar onder, hoger gelegen delen aan de noordkant een tot twee keer. De kweldervegetatie herstelt zich. Op dit moment telt de draadgentiaanpopulatie al meer dan 100.000
exemplaren. Daarmee is ze de grootste in Europa. En ook het teer guichelheil is na tientallen jaren weer terug. Toch zal het gebied nooit meer worden wat het was vóór 1911. Daarvoor zijn de omstandigheden en de infrastructuur te zeer veranderd. Er bestond aanvankelijk geen duidelijke scheiding met het huidige vasteland.
Nederzettingen konden plaatsvinden op natuurlijke verhogingen, waarvan het eilandje Griend het bekendste was. Vastgesteld kon worden, dat dit eilandje in de Waddenzee in de 13e eeuw nog een klooster, woonhuizen en vee rijk was. Thans is het een verhoogde zandplaat, eigendom van de Vereniging tot Behoud van Natuurmonumenten en broedplaats van diverse soorten wadvogels,
zoals de grote stern. Het eiland behoort tot de gemeente
Terschelling op grond van een proces verbaal der grensbepaling van het grondgebied van deze gemeente d.d. 4 augustus 1830, opgesteld door de Landmeter van het Kadaster en voor gezien getekend door
Gedeputeerde Staten van Noord Holland d.d. 15 maart 1832. Rond 800 jaar na Christus, vormden zich de eerste menselijke nederzettingen op de duingronden, verhogingen en opgeworpen terpen in de kwelders.
Dit is nog duidelijk waarneembaar; de dorpen Midsland, Landerum, Formerum en Lies zijn op verhoogde delen van het omringende poldergebied gebouwd; bij de dorpen Hoorn en Oosterend springt het hoogteverschil minder in het oog. Nederzettingen, die in de strook tussen Midsland en West-Terschelling lager lagen, zijn inmiddels uit het Terschellinger landschap verdwenen: Stattum, Schittrum en Stortum.
-ENG-
This cache is about 3km if you start walking at the
Walvis in West and proceed over the beach. Take care of the
obsacles at high tide: the water!
Logging this cache
--------------------------
You can log this cache by making a picture of yourself with your GPS visible with your nicest view from the spot. Furthermore you have to mail the answer of the question below.
Question
----------------
At a sign in the direct neighbourhood, you will see a description of the previous use of this area. Due to this usage it is possible that you will find “leftover’s” in the area. What are these and what should be done with these?
The start of the Wad Isles
---------------------------------------
From lessons learned through historical and geologists, it is assumed that the Wad Isles arose in the so-called old-Holoceen, an era between 20,000 and 5,000 year before Christ. The Wads must have consist at that time of a large swampy river area, situated at the mouth of the Northern Rhine river, of which the Vlie or Vliegat is a remainder.
An age-long soil process took place. Pieces of rounded peat bog still could be found on the beach and on the bottom of its remainders. Initially the islands were no longer flat and sandy, often blowing sand heap. Over the years, at the south side of the original isle, rivers existed. The muddy ground, came on peat bog, from which later on the pastures formed and the polder arose. With this protected areas were created and existence possibilities for men - agriculture and breeding.
The first dikes around the Terschellinger polder dates all from ca. 1000 year after Christ. The dike was improved in the 19e century and after the storm tide disaster by 1953 in three phases between 1962 and 1968 on ‘Delta’ height. The sea and the birds brought seeds at and later helped through men via dune grass, forests, agriculture, grace lands etc., Terschelling (just as the other Waddeneilanden), became a nature reserve of very large value, where the recreation with administration serves to be caught the negative influences of that till a minimum.
The island is ca. 30 km long, while the width varies between 2 to 5 km. The Eastern point consisted at that time also of different loose sand flat, that grew together with the island in the 19de century one. Now as one of the largest nature reserves with 4400 ah., the Boschplaat is known internationally and is appointed is as a European monument of Nature.
The western point was formerly separated as a sand plate called the ‘Noordsvaarder’, but around 1860 it grew to the main isle. The Green Beach is a long-drawn-out valley between two sea angles at the west side of Terschelling. In the middle of the valley, a channel stood in open connection with the sea previously. Through regular floods, that arose a sweet-salty transitions territory or ‘kwelder’, with a particular, rare vegetation. Through mudding and humanely efforts the seawater could not penetrate the valley for a century. The area was getting uncontrolled and rough, the particular vegetation disappeared. In 1996, the sweet-salty transition was repaired, what effected in the return of rare plants and animal species. A new in- and out for the seawater was created and the area became almost entirely graved. The river again got its way out of the valey. The to rich upper layer was digged, at the flanks of the territory even till on the mineral bottom, so that important pioneers as the zeekraal got a new chance to grow.
The results are remarkable. Again the sea floods the territory regularly. The number of floods varies per sector: the lower parts in the south are flooded at least 65 times a year, more high lain divide at the north side until two times. The ‘kwelder’vegetation came back. On this moment the orginal vegetation already counts more than 100,000 specimens. That is the largest figure in Europe. Thought, the territory will never become like it was before 1911. The circumstances simply are changed too much as well as the infrastructure.
The Green Beach is a Dutch Monument of Nature and is situated north east to the town West-Terschelling, the most important living and recreation core of the island.
Initially no clear separation existed with the present continent. Settlements could take place on natural raisings, of which the island Griend was the most known. In the 13th century this island in the Wad Sea had a monastery, houses and cattle realm.
From the remainders of the dunes and the sand that created a lot of creations itself, and after many forms, the present isles of wads (Waddeneilanden) and the undepths next to it was created. Around 800 years after Christ, the first human settlements were founded on the dune grounds, raisings and raised terpen in the area. The towns Midsland, Landerum, Formerum and Lies were built on increased parts of the surrounding polder; the towns Hoorn and Oosterend were situated on less height difference. Settlements, that lay in the strip between Midsland and West-Terschelling, are disappeared in the meanwhile from the Terschellinger landscape: Stattum, Schittrum and Stortum.