De Stouwe/De Veeneleiding, voorheen de Daarlerbeek is de grens
tussen de dorpen Daarlerveen en Daarle.
De Veeneleiding is in feite de uitgediepte en gekanaliseerde
Daarler Beek, het bovenstroomse deel van de Linderbeek, dat zijn
oorsprong vond in De Woeste, het veengebied ten oosten van
‘halverwege de weg Daarle - Hooge Hexel.
De Veeneleiding is een afwaterings-kanaal, dat het water afvoert
uit de uitgestrekte veengebieden, die ten oosten van de lijn Daarle
- Hoge Hexel - Wierden liggen. Deze veengebieden strekken zich ver
uit naar het oosten en het noordoosten. Het is vooral het kanaal
Almelo - de Haandrik geweest, dat het ontginnen van de turf in deze
veengebieden mogelijk maakte, en dorpen als Vriezenveen;
Daarlerveen en Vroomshoop hebben hun bestaansrecht aan dat feit te
danken. Daarnaast voert de Veeneleiding het leeuwedeel van het
water af, dat de beken ten oosten van Almelo aanvoeren.
Vondsten uit de Oertijd
In de Daarlerbeek, die nu de Stouwe heet, zijn tijdens
werkzaamheden verscheidene vondsten gedaan. Vlak voor de oorlog
werd een schedel van een beer gevonden en botten van een paardje
dat in deze omgeving ongeveer 5000 jaar geleden rondliep. In 1953
werd een boot aangetroffen in de bodem van de oude beek. De boot
bleek 2000 jaar oud te zijn. Ook werd in de beek eens een prachtige
vuurstenen bijl gevonden.
Korte Geschiedenis Daarlerveen
Daarlerveen is ontstaan uit een veenderij. In 1855 is het kanaal
geopend. Het kanaal is in opdracht van de Overijsselsche
kanalisatie-maatschappij gegraven met als doel het bevorderen van
de Twentse industrie. Door de aanleg van het kanaal tussen
Vroomshoop en Almelo waren de woeste gronden naar het oosten voor
de boeren uit Daarle niet meer bereikbaar. De oostelijke gronden
werden afgegraven en uit die veenkolonie is het huidige Daarlerveen
ontstaan. De naam Daarlerveen is ontstaan uit de streeknaam
Daarlese-veld. In het dialect: Daorlese–veld. Omstreeks 1850
kwamen de eerste bewoners vanuit Daarle naar Daarlerveen. Dit was
de familie Klein Kromhof, die woonden in een boerderijtje op de
plaats waar nu de Kruiskerk staat. In 1906 werd de spoorlijn van
Almelo naar Mariënberg in gebruik genomen. Daarlerveen kreeg een
halteplaats (de Boldiek). Deze halte en spoorlijn hebben later veel
betekend voor de textielarbeid(st)ers.
Veenbrug Daarlerveen
In 1887 werd in Daarlerveen een oude veenweg uit de ijzertijd
gevonden. Die liep van noord naar zuid en lag op een diepte van 1,5
meter. De weg zou in totaal wel 6 km lengte hebben gehad.
De weg werd door deskundigen gedateerd op 200 v. Chr. De
Romeinen kwamen pas 57 v. Chr in deze buurten maar kunnen wel
gebruik hebben gemaakt van de weg voor "verkenningen" in
noordelijke richting. De weg bestond uit takkebossen, aan
weerszijden vastgehouden door paaltjes en de breedte was 2 meter,
zodat hij waarschijnlijk als voetpad is gebruikt. Naast de veenbrug
werden o.a. een bronzen speerpunt en een bronzen mantelspeld
(fibula) gevonden. In 1930 zou in Daarlerveen ook een weg of brug
gevonden zijn. Deze lag nog dieper, in het zgn Dargveen (onderste
veenlaag) en liep van zandkop tot zandkop.
Korte Geschiedenis Daarle
Daarle (Nedersaksisch: Doarle) is een dorp in Noordoost-Salland.
Het hoort bij de Nederlandse gemeente Hellendoorn, in de provincie
Overijssel. Daarle is een oud esdorp: reeds in 933 wordt de naam
genoemd in een lijst van bezittingen van het Westfaalse klooster
Werden. Eeuwenlang is het dorp omsloten geweest door moerassen. Het
dorp is in de loop der tijd weinig gegroeid
Een heel oud kerkelijke attribuut van Daarle, een romaans
bentheimerstenen doopvont, dat na de Reformatie heeft gediend als
paardekrib op het erf Janshuis, bevindt zich thans in het
Rijksmuseum Twenthe te Enschede
