Skip to content

Bokloo in duisternis gehuld Mystery Cache

This cache has been archived.

GeoGuy: Je cache is door mij gearchiveerd in verband met het te lang op disabled staan.

Mocht de cache, of onderhoud van de cache, aan je aandacht ontsnapt zijn, en je de cache alsnog weer nieuw leven wilt inblazen, dan graag even een berichtje via email of twitter. Als de cache binnen afzienbare tijd hersteld of herplaatst is, wil ik de cache wel terughalen uit het archief, mits deze aan de dan geldende richtlijnen voldoet.

Vr.Gr.
GeoGuy
Groundspeak Volunteer Geocache Reviewer

More
Hidden : 12/30/2009
Difficulty:
3 out of 5
Terrain:
3 out of 5

Size: Size:   large (large)

Join now to view geocache location details. It's free!

Watch

How Geocaching Works

Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions in our disclaimer.

Geocache Description:



Beste Vrind,

Ik, Rutger van Leefdael, werd geboren in 1270 als zoon van Lodewijk de tweede van Leefdael en Aleid van Herpen. Ik werd vernoemd naor mijn grootvader Rutger van Kuyc. Op 13 jarige leeftijd in 1283 komt mijn vader te overlijden. Hierbij erft mijn broer Arnold het land van Leefdael. daormee mag hij zich noemen; Arnold heer van Leefdeal. Wanneer in 1296 ook mijn moeder komt te overlijden mag en kan ik me uit hoofde van mijn voorouderlijk erfdeel Heer van Herpen noemen.

Ik Rutger van Leefdael, heer van Herpen, ik ben heerser over een gebied dat reikt langs de maas. Kuyc, Ravenstein, Herpen, Zeeland, Uden en Volkèl behoren tot de heerlijkheid Herpen. Daoraon grenzend richting het oosten ligt het land van Bocs Mere. Jan Boc van Mere was hier heerser. Maar ook aon deze kant van de Maas behoorde een nauwelijks ontgonnen gebied tot het land van Bocs Mere. De bewoners van een dorpje ten zuiden van Volkèl vernoemden het dorp zelfs naar hem. Bokloo werd het genoemd.

Bokloo is van strategisch belang voor de handel met de rijke heerlijkheid van Gemert. In 1312 probeerde ik te onderhandelen met Jan Boc van Mere over dit gebied, maar hij leek Bokloo niet te willen afdragen. Zo verzon ik een list. Ik stuurde hem dreigbrieven uit naam van bewoners van Bokloo. In de dreigbrieven gaf ik aon dat Jan Boc van Mere te veel liquide middelen vroeg voor de pacht van de gronden. Zoals een echte heer het befaamd, deden de bedreigingen hem niets. Toen later dat jaar de vrouw van Jan Boc van Mere werd begraven in de bossen nabij Bokloo, besloot ik de bedreigingen kracht bij te zetten. Na mijn aonwezigheid bij de begrafenis verbleef ik die nacht in de herberg in Bokloo. In het holst van de nacht pak ik een spade, en een olielantaarn. Muisstil sluip ik in de duisternis naar het graf. Het is koud buiten. Het vriest licht. Onderweg er naar toe zie ik niemand. Bij het graf aongekomen, steek ik de spade in de grond. Gelukkig; de grond is nog niet hard bevroren. Na enige tijd graven heb ik eindelijk de lijkkist blootliggen. Na wat wrikken komen de nagels van het deksel los. Ik open de kist. daor ligt ze, de vrouw van Jan Boc van Mere. Haar gezicht is grauw geworden. Ik ruk de gouden ketting van haar stijf geworden nek, haar ringen van haar kille handen. Ik laat de lijkkist open en laat een briefje achter op het ontzielde lichaam: “Ik neem dit mee ter compensatie van de te hoge pacht die ik moet afdragen. Gegroet, een woedende bewoner van Bokloo.”

Als ik terug wil keren en me om draai, zie ik plots iets, iets bovennatuurlijks... Uit het loo verschijnt een onbekende vrouw. Ze lijkt te zweven in haar lange witte gewaad. Ik blijf verstijfd staon. De olielantaarn laat ik van schrik op de grond vallen en dooft direct. In het licht van de maan, zie ik aon de waterdamp wolkjes welke ik uitblaos, dat mijn ademhaling flink versnelt. De dame komt dichterbij en spreekt tot mij: “Gij, Rutger van Leefdael, heer van Herpen, gij ontheiligd hier dit graf. Zo kom tot inkeer, en roep niet de toorn des Heren over u af..." Maar ik, ik overwin mijn angst, hoon haar weg met schampere lach en stoot haar ruw terug. Ik zie hoe ze daorna oplost in het niets. Vlug ga ik terug naar de herberg. Verder niemand heeft iets gemerkt van mijn afwezigheid die nacht.

Twee dagen later komt Jan Boc van Mere mij opzoeken in mijn kasteel in Herpen. Zonder in details te treden wil hij Bokloo aon mij verkopen. De onderhandelingen zijn snel afgerond. Ik krijg Bokloo voor een enorm lage prijs.

Ik ben rijker en machtigher dan ooit tevoren. Voor de buitenwereld lijk ik geluckig te zijn met mijn vrouw Agnes van Kleef, mijn dochter Catharina en al mijn rijkdommen. Maar toch... Toch is er iets. Die vrouw in het wit op die bewuste nacht... Ik droom er vaak over. Dat zijn dan geen fijne dromen. Ik heb spijt van mijn daden. Daorom verkoop ik in februari 1313 grote stukken ontgonnen grond; een gemeynt aon de bewoners van Bokloo en Volkèl. Mensen zien mij als grondlegger van het huidige Boeckel, maar ik weet helaas wel beter.

Op 29 januari 1333 kom ik te overlijden. Hoe kan het dan zijn dat ik dit hier zelf opschrijf? Er gebeurt iets onverklaarbaar. Er is geen gene zijde waar ik naar toe ga. Ik ga niet naar de eeuwige jachtvelden. Ik ben buiten mijn lichaam getreden en kijk toe bij mijn eigen begrafenis. Mensen zien me niet staon. Ik besta niet meer voor hun, maar ik ben er wel. Na mijn begrafenis verschijnt ze weer in het loo. De vrouw in het wit. Ze is in al die jaren niets verandert. Ze spreekt wederom tot mij. “Nergens in uw eigen heerlijkheid, noch waar ook ter wereld, zult gij rust of vrede vinden, daar gij een graf geschonden hebt... eerst dan, wanneer een edel mens met het reine geweten van een pasgeboren kind, in uw voetsporen zal treden, dan zult gij vrede vinden, in uw heerlijkheid en in uw hart...”

Die vloek, mijn gruwelijk lot, is tot op heden niet gebroken. Ik dwaal inmiddels eeuwen rond hier in het loo. Ik wil niets liever dan dat alles ophoud. Dat ik eindelijk bij mijn vrouw en dochter kan zijn. Kom alstublieft, voor mij, met een reine ziel naar het bos, zodat mijn ziel eindelijk de rust verkrijgt, waar ik zo hevig naar verlang...

Bovenstaonde coördinaten zijn van het huys der gemeynt. Dit is niet het begin van uwer tocht. Om de vloek te doen verbreken zult gij met een rein geweten in mijn voetsporen moeten treden. Door in het holst van de nacht de bossen nabij Bokloo te doorkruisen. Ben voorbereid op een mentaal zware tocht die tenminste 3 uren of mogelijk de hele nacht zal duren.

Als voorbereiding moet gij een codewiel maken. Dit codewiel is toegevoegd op deze site. Ontcijfer hiermee het volgende woord:

3XC53ICP

Hoe het codewiel moet staan, dient gij zelf uit te zoeken. Voor het gehele woord heeft het codewiel dezelfde positie.

Stuur me het woord wat we zoeken en stuur me de datum wanneer gij deze tocht wilt lopen. Geef hierbij ook aan met hoeveel personen u komt.

Gegroet,
Rutger van Leefdael, heer van Herpen

GC20AKM Bokloo in duisternis gehuld

Additional Hints (No hints available.)