Emma van
Waldeck-Pyrmont
Adelheid Emma Wilhelmina Theresia
(Arolsen, 2 augustus 1858-Den Haag 20 maart 1934, Prinses van
Oranje-Nassau, Prinses van Waldeck-Pyrmont, was de echtgenote van
koning Willem III en koningin-regentes der Nederlanden van 1890 tot
1898. Als regentes nam zij het koninklijk gezag waar; eerst enkele
dagen voor de dood voor haar echtgenoot, de daarop volgende jaren
voor haar minderjarige dochter Wilhelmina, de Koningin.
Emma
Adelheid Emma Wilhelmina Theresia was een
van de zeven kinderen van George Victor, Vorst van Waldeck en
Pyrmont, en Helena, Prinses van Nassau-Weilburg. Haar grootmoeder
van vaderszijde, Emma van Anhalt-Bernburg-Schaumburg-Hoym, naar wie
ze was vernoemd, was een kleindochter van prinses Carolina van
Oranje-Nassau. Haar grootvader van moederszijde was een kleinzoon.
Emma stamde dus zelfs via twee lijnen van het Huis Oranje-Nassau
af.
De prinses had thuis een gedegen, brede,
christelijke opvoeding genoten. Ze was leergierig en sociaal
bewogen. Haar Engelse gouvernante had haar goed op de hoogte
gebracht van de arbeidsverhoudingen in die dagen. Voordat ze naar
Nederland verhuisde, kreeg Emma les in Nederlandse taal en
geschiedenis, want ze wilde een Nederlandse worden en
blijven.
Haar man Willem III
Willem III was oud genoeg om Emma's vader,
of zelfs haar grootvader te zijn: Bij hun verloving op 30 september
in Arolsen was Emma twintig en Willem eenenzestig jaar oud. Ze
trouwden op 7 januari, en op 31 augustus 1880 werd er een dochter,
Wilhelmina geboren. Emma was een verre verwante van haar
echtgenoot, haar betovergrootmoeder Carolina van Oranje-Nassau was
een zus van Willem III's overgrootvader Willem V van Oranje-Nassau.
Emma's betovergrootvader Frederik I van Württemberg (koning) was
een broer van Willem III's grootmoeder Sophia Dorothea Augusta
Louisa van Württemberg. Willem III's relaties met het Amerikaanse
barmeisje Elisa Parker en met Leonora d'Ambre, een Parijse
operazangeres, haalden zelfs de nieuwsbladen. De keuze voor Emma
kwam nadat de vorst ten huize van Waldeck-Pyrmont kennismaakte met
Emma's drie jaar oudere zuster Pauline en zelfs serieus overwoog
haar te trouwen. Hij had overigens elders nòg een huwelijksaanzoek
lopen, bij de dochter van zijn zus: Elisabeth van
Saksen-Weimar-Eisenach, maar die was er achteraf niet rouwig om dat
zij werd gepasseerd.
Willem III vond bij Emma, zijn jeugdige
tweede echtgenote, rust. Eerder was de koning getrouwd met zijn
nicht Sophie van Württemberg, die in 1877 was overleden. Hun
huwelijk was erg slecht; de echtelieden leefden sinds 1855
gescheiden van tafel en bed.
Het huwelijk
De eerste jaren van haar huwelijk leidde
koningin Emma een onbezorgd leven. Koningin Emma was liefhebber van
houtbewerking en was frequent te vinden in haar werkplaats in
Utrecht. Daarnaast wijdde zij zich volledig aan de opvoeding van
haar "Wimmy". Maar de toekomst tekende zich al spoedig anders af
dan verwacht. In 1884 stierf prins Alexander (32), de ongehuwde
jongste zoon uit het huwelijk van Willem III en koningin Sophie.
Willems oudste zoon, Willem (38), bleef vrijgezel en was al in juni
1879 overleden. In 1850 had de koning de zesjarige Maurits
verloren.
Krachtens de grondwet werd nu prinses
Wilhelmina de troonopvolgster. De prinses was pas drie jaar en de
koning vijfenzestig. Derhalve diende wegens de hoge leeftijd van de
koning een regent aangewezen te worden om eventueel namens de
prinses tot aan haar meerderjarigheid het koninklijk gezag waar te
nemen. De Verenigde Vergadering van de beide Kamers der Staten
Generaal stemde op 29 juli 1884 in met de benoeming van koningin
Emma als regentes.
Regentes
Vier jaar later werd zij tevens benoemd
tot voogdes over de minderjarige troonopvolgster. Dat was omdat de
gezondheid van de koning in oktober 1888 sterk achteruit ging. In
mei van dat jaar liet het koninklijk gezin de drukte van Den Haag
achter zich en trok zich terug in Het Loo. De koning was buiten
staat om te regeren. Koningin Emma werd daarom op 14 november 1890
met algemene stemmen door de Staten Generaal benoemd tot regentes
van haar man en op 20 november in Den Haag beëdigd. Zij nam de
koning slechts drie dagen waar want op 23 november 1890 overleed de
vorst, drieënzeventig jaar oud, en werd het koningschap
overgedragen aan de tienjarige prinses Wilhelmina. Emma nam als
regentes voor haar dochter - op 8 december 1890 daartoe beëdigd -
tot aan Wilhelmina's achttiende verjaardag in de regeringstaak
waar.
Ze zette zoveel mogelijk de lijn van
Koning Willem III voort. Al direct trof zij maatregelen om elke
minister eenmaal in de veertien dagen persoonlijk te ontmoeten en,
anders dan haar overleden man, hield zij zich nauwgezet aan de
regels van het constitutionele koningschap. Ze stelde zich open
voor eenieder die haar wilde spreken en stond erop zelf zoveel
mogelijk post te openen en af te handelen, ook als zij op Het Loo
of in Soestdijk vertoefde. In de periode van
koningin-weduwe-regentes kreeg Emma onder meer driemaal te maken
met een kabinetsformatie, die haar zorg gaf.
Naast haar bestuurlijke taak besteedde
koningin-moeder Emma grote aandacht aan de opvoeding van haar
dochter. In haar ogen diende de jeugd van de nieuwe koningin op
haar zestiende voorbij te zijn, om dan nog twee jaar
"klaargestoomd" te worden voor haar taak als regerende koningin op
31 augustus 1898. Tot 1896 werd Wilhelmina dan ook omringd door
oude en wijze lieden, leden van de hofhouding en een
gouvernante.
Emma was vroeg oud. De dertigjarige
vorstin zag er veel ouder uit dan haar jaren rechtvaardigden en
haar gezondheid was broos.
Koningin-moeder
Als regerend koningin koos de jonge
Wilhelmina al snel haar eigen weg. Zij probeerde onder de druk van
haar moeder uit te komen, maar ze moest toch veelvuldig terugvallen
op de grote kennis van Emma in protocollaire kwesties. Aanvankelijk
woonden de beide vorstinnen nog samen in paleis Noordeinde, maar
toen Wilhelmina in het huwelijk trad, trok Emma zich terug in het
Paleis Lange Voorhout. Zij was niet meer zo gesteld op het
society-leven aan het hof maar hield desondanks grote ontvangsten
en ook audiënties voor diplomaten. Ook al leefde ze vrij
teruggetrokken met haar eigen koninklijke huishouding, als weduwe
van de oude koning voerde zij een grote staat.
Emma zette zich volledig in voor de
bestrijding van tuberculose, destijds volksziekte nummer 1, en deed
veel aan liefdadigheid. Zelf had ze een van haar zusters, Sophie,
verloren aan tbc.
In 1909, toen een troonopvolger (Juliana)
was geboren, moest opnieuw worden voorzien in een onverhoopt
regentschap gedurende de minderjarigheid van Juliana. Wilhelmina's
gemaal Hendrik werd daartoe door de regering minder geschikt
gevonden, terwijl politiek Nederland goede herinneringen bewaarde
aan het regentschap van Emma. Wilhelmina bewilligde, en Emma was
opnieuw reserve-koningin van 1909 tot aan de staatsrechtelijke
meerderjarigheid van prinses Juliana in 1927.
Emma overleed op 20 maart 1934 aan een
longontsteking. Opmerkelijk genoeg zou haar kleindochter koningin
Juliana op de dag af zeventig jaar later overlijden.
Na haar overlijden werden in opdracht van
koningin Wilhelmina postuum twee Nederlandsch-Indische
bankbiljetten van 10 en 20 gulden uitgegeven met de afbeelding van
koningin Emma.