|
Naam
|
Europese
IJsvogel
|
|
Wetenschappelijke naam
|
Alcedo
atthis
|
|
Grootte
|
16-17,5
cm van snavelpunt tot staarteinde
|
|
Spanwijdte
|
23-24
cm
|
|
Gewicht
|
35
tot 45 gram
|
|
Biotoop
|
Stromend
en stilstaand zoet water met voldoende vis, begroeiing en een
steile wand of boomkluit om een nest in te graven
|
|
Broedperiode
|
Eind
maart tot en met augustus
|
|
Broedduur
|
18-21
dagen
|
|
Tijd tot uitvliegen
|
23-27
dagen
|
|
Eieren
|
Glanzend
witte eieren, 23x19mm, ongeveer 4 gram
|
|
Aantal
|
4-8
per legsel, meestal 2 legsels per jaar, soms 3
|
|
Nest
|
Zelfgegraven
gang in een steile oever of kluit van omgewaaide boom, 40-100 cm.
lang, met aan het einde een nestkamer van ong. 10 x 15
cm
|
|
Verspreiding
|
Geheel
Nederland, in mindere mate in het noorden en
Zeeland
|
|
Roep
|
Een
scherp en luid tie-tie, in
de vlucht meestal tie, ook wel
tie-ie-ie-ie
|
|
Vlucht
|
Snel
en in een rechte lijn, snorrende vleugelslag, afgewisseld met korte
glijvlucht. Vliegt meestal net boven het
wateroppervlak
|
|
Voedsel
|
Bestaat
voor 99% uit visjes van 3 tot 9 cm. lang, daarnaast wordt ook een
enkele keer een waterinsect of kikker(visje)
gegeten
|
|
Aantal in Nederland
|
Sterk
wisselend en afhankelijk van vorstperiodes in de winter, in 2002
wordt het aantal geschat op 400 broedparen
|
|
Verschil man - vrouw
|
Het
vrouwtje heeft een oranje vlek op haar ondersnavel, het mannetje
heeft een geheel zwarte snavel
|
|
Kenmerken jonge ijsvogel
|
Duidelijk
kortere snavel met wit puntje aan uiteinde, donkere pootjes, doffer
verenkleed
|
|
Geslachtsrijp
|
Na
een jaar
|
|
Maximum leeftijd
|
Ongeveer
15 jaar, door de hoge sterftecijfers in het eerste levensjaar ligt
de gemiddelde leeftijd op ongeveer 2 jaar
|
|
Natuurlijke vijanden
|
O.a.
boomvalk, sperwer. Jonge ijsvogels lopen ook gevaar in de
broedholte van bunzing, hermelijn, rat, enz.
|
|
Overige doodsoorzaken
|
Vliegen
tegen ramen, verkeersslachtoffers, te weinig voedselaanbod in de
winter (dichtgevroren water), huiskatten en netten over
(tuin)vijvers
|