Deze cache maakt deel uit van fietsronde Delfzijl e.o. 2. Tijdens deze fietsronde worden diverse dorpen, gehuchten en buurtschappen ten noorden van Delfzijl bezocht. De fietsronde bestaat uit twee rondjes van ruim 16 kilometer per stuk. Beide rondjes sluiten goed op elkaar aan en kunnen probleemloos achter elkaar gefietst worden. Wanneer beide rondes achter elkaar worden gefietst is het aan te raden op de opgegeven parkeerplaats van Delfzijl e.o. 2 of bij restaurant Eemshaven aan de N33 nabij Losdorp te parkeren.
Zowel het Delfzijl e.o. 2A als het Delfzijl e.o. 2B rondje bestaan uit 7 caches en hebben elk een eigen parkeerplaats voor degene die beide rondjes niet in een keer willen fietsen. Daarnaast is er nog een bonus-cache, maar om deze te kunnen vinden moeten alle 14 caches bezocht worden. Verder liggen er nog diverse andere caches in de omgeving voor degenen die nog meer caches wensen te zoeken.
Let op! Alle caches zijn per fiets of lopend te bereiken, maar niet altijd per auto! Houd je s.v.p. aan de verkeersregels en doe de caches alleen bij daglicht. Neem zelf een pen mee en vergeet niet om de bonusaanwijzingen te noteren.
Specifieke cache info:
Dit is de negende cache van de fietstocht, een foto-multi.
Om de coördinaten te verkrijgen moet men de juiste foto's in de goede volgorde zetten. Eerst dienen er 3 foto’s tussen het tunneltje en ’t Loug (de weg rondom de kerk) te worden herkend. Hierna, tijdens een rondje tegen de klok in om de kerk (over ’t Loug), moeten nogmaals 3 foto’s worden herkend. De eerste 3 gevonden cijfers komen achter het Noordcördinaat, de laatste 3 cijfers komen achter het Oostcoördinaat.
N 53' 23.xxx E 006' 50.xxx
Let op, van de verstrekte foto’s hoeven er dus slechts 6 te worden herkend!

Spijk:
Spijk (Gronings: Spiek) is een dorp in de gemeente Delfzijl in de provincie Groningen in Nederland. Het behoort vermoedelijk tot de groep van oudste nederzettingen in het Noord-Groninger zeekleigebied.
Dit gebied is in het tijdvak na de ijstijden (het Holoceen dat ± 10.000 jaar geleden begon) ontstaan door getijdenwerking/indringen van de zee in combinatie met de geleidelijk afnemende stijging van de zeespiegel. In het zeekleigebied ontwikkelde zich - evenwijdig aan de kustlijn - langzamerhand een kweldergordel, bestaande uit afzettingen van klei en zandige ruggen. Hierop bouwden ongeveer vanaf de 7e eeuw voor Christus de eerste bewoners hun huizen. Om het gebied te beschermen tegen het dreigende zeewater werden de woonplaatsen in de loop der tijd telkens opnieuw opgehoogd. Zo ontstonden de wierden. Bij stormtij en snelle zeespiegelstijging overspoelde de zee de lager gelegen gebieden. Zo ontstond in het overstromingsgebied van het riviertje de Fivel een grote zeeboezem vanaf de Eems het binnenland in: de Fivelboezem.
Het dorp Spijk is ontstaan op de meest noordelijk gelegen oude kwelderrug die zich uitstrekt langs de zuidzijde van de Fivelboezem. Het gaat hierbij om één van de oudste bewoonbare kwelderruggen. De vroegste bewoning van Spijk dateert mogelijk uit de 7e-6e eeuw voor Christus. Al komt het in 1246 voor het eerst in de bronnen voor. Vanaf de 13e eeuw na Christus werden in het gebied dijken aangelegd om het zeekleigebied tegen de zee te beschermen en de opgeslibde buitendijkse gronden in te polderen. Binnen de dijken bleven de mensen de hoge delen van het landschap gebruiken als vestigingsplaats en werden de woonplaatsen c.q. de wierden (verder) opgehoogd.
In de middeleeuwen lezen we: Spik, to Spye en Spiick met de betekenis van de spitse punt, de vorm van de kust.
Het dorp is over water ontsloten door het Spijkstermaar dat via andere maren verbinding heeft met het Damsterdiep. Naar het bij de kust gelegen buurtschap Nieuwstad loopt het Spijksterriet. Doordat perioden van overstromingen en meer rustige perioden elkaar afwisselden zijn verschillende wierdengeneraties te onderscheiden.
De oudste generaties waartoe Spijk behoort (maar ook bijvoorbeeld Uitwierde en Godlinze) worden gekenmerkt door een radiaire structuur: vanuit de ringweg die de cirkelvormige wierde omsluit lopen de ontsluitingswegen straalsgewijs naar het omringende cultuurland. In het midden van de wierde op het hoogste punt werd de kerk gebouwd. De radiaire verkaveling van Spijk dateert uit circa de 13e eeuw na Christus. Deze oude generatie wierden hadden in het algemeen een agrarisch karakter. Bij de ontginning van het gebied rondom de wierden werd gebruikgemaakt van het natuurlijk patroon van waterlopen. De akkers lagen dicht tegen het dorp aan op de flanken van de wierde, de verder gelegen (lagere) gronden werden benut als grasland. Pas daarna werden wegen aangelegd. De grilligheid van patroon van waterlopen en wegen zorgde voor een onregelmatige blokverkaveling rondom de wierden.

Spijk is het meest fascinerende radiale wierdendorp van het Noorden en door de kleinschalige bebouwing ook in werkelijkheid te genieten. De kerk is daar het schitterende middelpunt van. De oorsprong van de kerk ligt in de 13de eeuw, maar na brand moest het gebouw in 1676 ingrijpend herstel ondergaan. Toen werden de driezijdige koorsluiting en de spitsboogvensters aangebracht. In 1848 volgde aan de noordzijde een aanbouw en wat later is de kerk gepleisterd. De grotendeels ingebouwde toren verrees in 1902. De slanke bakstenen romp heeft gepleisterde hooekblokken en de bekroning bestaat uit twe onderling verjongende lantaarns op elkaar. De bebouwing van de binneste ring, ’t Loug, ligt hiet prachtig omheen gegroepeerd: gave eenvoudige in de breedte gebouwde eenlaagspanden uit de 19de eeuw. Molen Ceres, een achtkantige koren- en pelmolen met stelling uit 1839 staat keurig op het tweede plan.
Dat Spijk vroeger dicht bij zee lag hebben de inwoners geweten. Twee maal werd bijna het gehele dorp weggevaagd door een stormvloed: in 1686 en in 1717. Beide keren moest het dorp, met uitzondering van de kerk, weer helemaal opgebouwd worden. Desondanks bleef het radiaire patroon bewaard.
De jongere generatie wierden, waartoe bijvoorbeeld Bierum, Borgsweer en Termunten behoren, kennen een meer rechthoekige ruimtelijke structuur. Deze wierden hadden vaak meer een handelskarakter.
Heden ten dage bepalen de kerk met het karakteristieke torentje en de koren- en pelmolen Ceres nog altijd het dorpsbeeld. Het dorp telt tegenwoordig zo’n 1250 inwoners.
Na 1945 vindt een forse toename van de woonbebouwing in Spijk plaats. Eerst - in de vijftiger en zestiger jaren - aan de noordoostrand van het dorp langs de Ubbenasingel en de Ripperdaweg. Later ook in het gebied ten zuiden van het dorpscentrum (Tuinbouwweg, Parklaan en Westersingel). Nog later - in de zeventiger jaren en daarna - vinden uitbreidingen plaats ten oosten van de Spijkstermaar.
De ruimtelijke structuur van de naoorlogse uitbreidingen hebben hetzelfde radiaire patroon als het oude dorpscentrum. Hierdoor is binnen het dorp een waardevolle samenhang ontstaan tussen ‘oud en nieuw’.
De naoorlogse uitbreidingen bestaan uit twee-onder-één-kap- en vrijstaande woningen. Kenmerkend voor de uitbreidingen is de over het algemeen ruime opzet en de aanwezigheid van veel groen.
bron: Wikipedia.