Veel mensen hebben een hekel aan spinnen. Voor deze diertjes geldt nadrukkelijk ‘onbekend maakt onbemind’. Maar waarom eigenlijk? Zijn het de harige poten? Is het misschien het kleverige web? Precies onder woorden brengen waaraan het ligt is vaak onmogelijk. De gedachte aan een spin kan iemand al de stuipen op het lijf jagen. Arachnafobia is een ander woord voor spinnenfobie. Helaas lijden veel mensen aan deze angst voor spinnen.
Filmmakers maken graag gebruik van de menselijke gevoelens voor spinnen. Ze gebruiken deze diertjes om de filmkijkers 'lekker' te laten griezelen. In kinderboeken kom je nog wel eens een vriendelijke spin tegen, zoals in het boek ‘Ik wou dat ik anders was’ van Paul Biegel.
'Ergens' in Nederland speelt een grote spin de hoofdrol bij de ontknoping van een tochtje geocachen. Deze cache heeft aan de wieg gestaan bij het ontwikkelen van de serie Arachnafobia.
Arachnafobia is ook de naam van deze serie caches. Bij elke cache vind je, hopelijk interessante, informatie of een puzzel over spinnen. Er zijn acht caches en een bonuscache. In elke cache vind je een code om 'Spidermama' te kunnen vinden.
Spinnen bij het water
Ook bij spinnen vind je allerlei aanpassingen aan omgevingen waar je ze niet in de eerste plaats verwacht. Zo leeft er een aantal spinnen vlakbij en in het water van ons Nederlandse rietland.
De strekspin kan zich zo lang maken, dat hij niet of nauwelijks opvalt op de smalle bladeren van riet, lisdodde (rietsigaar), gele lis, enz. Deze spinnensoort spint een wielweb dat meestal schuin boven het water hangt. Voor ons mensen moet dat fijn zijn, want veel steekmuggen zijn slachtoffer van strekspinnen voordat ze ons een nachtelijk bezoek brengen om wat mensenbloed te tanken.
Eén van de grootste Nederlandse spinnensoorten is de gerande oeverspin. Deze soort is vrij gemakkelijk te herkennen aan twee witgele lengtestrepen over de rug. Gerande oeverspinnen jagen vaak vanaf de drijvende bladeren van bijvoorbeeld gele plomp en waterlelie op allerlei beestjes. Zelfs diertjes die onder water leven worden door hen gevangen. Het lukt soms zelfs om een stekelbaarsje te vangen. Sinds kort worden steeds vaker grote oeverspinnen gezien. Dit is, net als de tijgerspin, een nieuwe spinnensoort voor ons land. Is de gerande oeverspin groot? De grote oeverspin overtreft deze soort in grootte.
Deze gerande overspin bewaakt een bolletje eitjes in het rietland van de Weerribben.
De spinnensoort die het meest aan ons waterland is aangepast, is de waterspin. Deze soort spint haar web onder water tussen de stengels en blaadjes van bijvoorbeeld waterpest en hoornblad. Als de waterspin onder water verdwijnt, sleept ze een luchtbel mee. Die bel ziet er zilverkleurig uit, waardoor het lijkt alsof het spinnenlijf echt spiegelt. Nadat wat draden zijn gesponnen, laat de spin lucht vrij onder het web. De lucht wil omhoog, wordt tegengehouden door de draden en al doende ontstaat zo een waar luchtkasteel. De spin kruipt in het ‘onderwaterhuis’ en vangt van daaruit prooidiertjes. Voor jonge waterspinnetjes wordt een aparte duikersklok gebouwd, zodat de jongen moeder niet in de weg zitten en andersom.