Veel
mensen hebben een hekel aan spinnen. Voor deze diertjes geldt
nadrukkelijk ‘onbekend maakt onbemind’. Maar waarom
eigenlijk? Zijn het de harige poten? Is het misschien het kleverige
web? Precies onder woorden brengen waaraan het ligt is vaak
onmogelijk. De gedachte aan een spin kan iemand al de stuipen op
het lijf jagen. Arachnafobia is een ander woord voor spinnenfobie.
Helaas lijden veel mensen aan deze angst voor
spinnen.
Filmmakers maken graag gebruik van de menselijke gevoelens voor
spinnen. Ze gebruiken deze diertjes om de filmkijkers 'lekker' te
laten griezelen. In kinderboeken kom je nog wel eens een
vriendelijke spin tegen, zoals in het boek ‘Ik wou dat ik
anders was’ van Paul Biegel.
'Ergens' in Nederland speelt een
grote spin de hoofdrol bij de ontknoping van een tochtje geocachen.
Deze cache heeft aan de wieg gestaan bij het ontwikkelen van de
serie Arachnafobia.
Arachnafobia is ook de naam van
deze serie caches. Bij elke cache vind je, hopelijk interessante,
informatie of een puzzel over spinnen. Er zijn acht caches en een
bonuscache. In elke cache vind je een code om 'Spidermama' te
kunnen vinden.
Spinnen alle spinnen een web?
Natuurlijk
kennen we de spinnen vooral van hun webben. In de zomer en in de
herfst vallen ze goed op. In de zomer vallen we ze eerder op, omdat
we er in de tuin vaak vlak naast zitten. In de herfst zie je ze
vlot als fikse rijen dauwdruppels en soms wat rijp de draden wit
kleuren en daardoor beter zichtbaar maken.
Het wielweb van de kruisspin is het meest bekend. De witte webben
in de herfst zijn van hangmatspinnen. Het zijn horizontale webben
met daarboven een wirwar van struikeldraden. De kleine hangmatspin
wacht onder het web tot een vliegend insect tegen de draden botst
en in het web valt.
Spinnen spinnen hun draden met behulp van de spintepels die aan het
achterlijf zitten. Het spinapparaat dat daarvoor wordt gebruikt is
van uitzonderlijke klasse. De geproduceerde draden kunnen heel
verschillend zijn: wel of niet kleverig, dik en dun. Naar behoefte
komen de draden te voorschijn als de spin haar web maakt. Voor een
flink wielweb is ongeveer 45 meter draad nodig. De spin klaart deze
klus in ongeveer drie kwartier.
Niet alle spinnensoorten spinnen een web om prooien te vangen. Wel
spinnen vele een web ter bescherming van de honderden
spinnetjes die net uit hun eitje zijn
gekropen. Springspinnen spinnen een valdraad om te voorkomen dat ze
te pletter slaan na een mislukte jachtpartij waarin een insect
wordt beslopen en daarna besprongen.
Tekening Henk Wester
Om spinnen beter te leren kennen moet je de
‘anatomie’ van de spin een beetje kennen:
A Spintepels (Cribellum) -
wonderbaarlijk stel organen om allerhande draden te
spinnen
B Achterlijf (Abdomen) -
computercentrum voor spinnenzijde
C Kopborststuk (Cephalothorax) - één geheel met vitale
organen
D Ogen (Ocellen) - meestal ook acht
stuks
E Tasters (Palpen) - dus geen
poten
F Poten (Tibia) - acht
stuks
Om de cache te kunnen vinden moet je
gebruik maken van de volgende gegevens.
Het gaat om de afstanden van drie andere caches tot Arachnafobia
#3:
Afstand Arachnafobia #3 -
Arachnafobia #1: 1556 meter
Afstand Arachnafobia #3 - Arachnafobia #6:
416 meter
Afstand Arachnafobia #3 - Arachnafobia #8: 1071 meter
Tja, hoe doe je
dat?
Je kunt de antwoorden van de puzzel controleren op
Geochecker.com.