De knotwilg is geen aparte
boomsoort. Vaak is het een schietwilg, waarvan de takken door
mensen zijn gebruikt voor het maken van stelen, palen, manden en
klompen. Elke boom heeft zogenaamde slapende knoppen. Zodra de
andere knoppen door beschadiging niet meer kunnen uitlopen, nemen
slapende knoppen het werk over. Zij lopen wel uit en elke boom
heeft na een poosje weer een al dan niet groene pruik van takken.
Elke boomsoort heeft van die noodknoppen, die vaak pas verschijnen
als er inderdaad sprake is van schade. Dat kan bijvoorbeeld
gebeuren door een storm of nadat een konijn of een ree de andere
knoppen of hele twijgen heeft opgepeuzeld. Niet alle knotbomen in
het landschap zijn per definitie knotwilgen. Het kunnen ook
knotpopulieren zijn of knot…

Platform
Een paar jaar nadat er voor het eerst takken van een wilg zijn
gezaagd, is er al een soort platform ontstaan: de knot. Op deze
knot komt in de loop van het jaar veel stof en zand terecht,
meegenomen door de wind. Samen met rottend plantenmateriaal in de
herfst, zoals de vele boombladeren, ontstaat een voedselrijke plek
waar allerlei zaden willen kiemen. Het aantal soorten wilde planten
dat op een knotboom groeit, loopt in de vele tientallen. Kijk er
maar eens naar op je wandeltocht van waypoint naar waypoint.
Paardenbloemen, fluitenkruid, wilgenroosje, brandnetel … te
veel om op te noemen. Zelfs besdragende struiken vind je er, zoals
de vlier en de lijsterbes. Hun zaden komen daar terecht nadat
besetende vogels in hun vogelpoep verpakte zaden hebben
achtergelaten.
Woonboom
Tientallen soorten dieren, groot en klein, leven op, in en van de
boom. Een prachtig voorbeeld is de wilgenhoutrups. Het is de
ongeveer vijftien centimeter grote rups van de wilgenhoutvlinder.
Hij lijkt een beetje op de vinger van een mens. Raak je de rups
aan, dan scheidt hij een vieze azijnachtige vloeistof af om zich te
verdedigen. Niet gevaarlijk, maar wel vervelend en effectief, want
je blijft wel van hem af. Het duurt twee jaar voordat deze rups
verandert in een nachtvlinder. In die tijd kan hij de boom zo
beschadigen, dat deze zijn gast niet overleeft.
links: holenduif / rechts: rups
wilgenhoutvlinder
Dat de koolmees , de gekraagde roodstaart, de grauwe vliegenvanger
en de holenduif de holtes in knotbomen gebruiken om in te broeden,
ligt min of meer voor de hand. Het zijn immers holenbroeders. Dat
de knot een nestplek is voor de wilde eend, de Nijlgans en zelfs de
scholekster, verwacht je niet direct. Of wel?
links:
broedende eend / rechts:
scholekster
Steenuil
Voor het voortbestaan van de steenuil is de knotwilg van
levensbelang. Nagenoeg alle steenuilen in Nederland broeden in
knotbomen en hoogstamboomgaarden. Door achterstand in onderhoud
gaat het met beide boomgroepen slecht. Dus ook met de
steenuil!
Steenuilen zijn kleine, grappige uilen, die ook overdag bovenop een
knot over het landschap uitkijken. Ze zitten er ook vaak het
bekende uiltje te knappen. Dat knappen is trouwens niet verzonnen.
Ooit vond ik een nest jonge bosuilen. Toen we ze gingen ringen, met
vogelringer Jan Nap, hielden de jongen zich slapend. Ze maakten wel
knappende geluiden met hun snavel. Daardoor hielden ze contact met
hun ongeruste ouders die vanuit een boom naar ons zaten te kijken.
Dit gedrag was blijkbaar bekend bij de mensen, die de uitdrukking
‘een uiltje knappen’ bedachten.
De steenuil kent een territorium en jachtgebied dat gemiddeld niet
groter is dan de broedboom met een cirkel van ongeveer 300 meter
daaromheen. Steenuilen jagen graag op grote insecten en kleine
vogels. Ze vangen ook regenwormen, net als merels. In de
braakballen van deze uil vind je dan ook regelmatig dekschilden van
kevers en zandkorrels.
Cachen
Het loont altijd de moeite om tijdens een cacheavontuur stil
te staan bij een knotwilg. Niet alleen om naar een cache te zoeken,
maar ook om te speuren naar allerlei levensvormen in die boom. Het
is daarbij natuurlijk wel belangrijk broedvogels en andere inwoners
niet te verstoren. Je kunt je natuurlijk ook aanmelden bij een
knotactie, waarbij in het voorjaar knotwilgen van te zware takken
worden ontdaan. Dat is echt nodig, want voor gereedschap en andere
doeleinden wordt het hout nauwelijks nog gebruikt. Zonder
knotacties worden de knotten te zwaar en scheuren de bomen. Hoe dan
ook … blijf vooral genieten van de knotwilg en andere
knotbomen in het Nederlandse landschap.


In alle jaargetijden knots van de wilg!
Het gebied van de cache is lange tijd woongebied geweest van een
behoorlijke populatie steenuilen. Deze uilen wonen bij voorkeur in
het rivierenlandschap met knotbomen en boomgaarden. Helaas is
er van die populatie vrijwel niets meer over. Zwolle wordt groter
en groter en dat gaat onherroepelijk ten koste van de ... natuur en
duidelijk aanwijsbaar ook van de steenuilen en vele andere
knotboombewoners.
Om de cache te vinden moet je via
een wandeling of fietstocht (aan te bevelen!) via een aantal
waypoints naar de gegevens voor de juiste coördinaten zoeken.
Berekening coördinaten:
N 52º 30.(A+B)(D+B)(2*E) E 006º
02.(D-C)(A-B)E
Waypoint 1 (N 52º 30.712 E006º
02.690)
Op een bordje wordt in rode letters een
plaatsnaam genoemd.
A = letterwaarde letter 5
B = letterwaarde letter 7
Waypoint 2 (N 52º 30.663 E006º
02.438)
Op een rood bordje staan onder elkaar drie
getallen.
C = middelste en ook kleinste getal
Waypoint 3 (N 52º 30.715 E006º
02.195)
Hier staan twee soorten knotbomen naast elkaar;
een wilg en een populier. Aan de overkant van de sloot achter deze
bomen staat één paal. Van welk materiaal is die paal?
D = 5 (als de paal van hout is)
D = 3 (als de paal van beton is)
D = 7 (als de paal van metaal is)
Waypoint 4 (N 52º 30.785 E006º
02.017)
Aan de linkerkant van de weg (dus in de
looprichting) staan hoge bomen (es).
E = aantal hoge bomen linkerkant weg
Let op tijdens het cachen voor muggels. Vooral
en zelfs hier, want 'alleen in het landschap' maakt
nieuwsgierig!