Moerendaal
Van een oorspronkelijk bosrijk gebied veranderde het landschap door ontginning tot een cultuurlandschap met heidevelden, vennen en bosschages. Daarnaast zorgde de turfnering voor veranderingen in het landschap. In West-Brabant en het daaraan grenzende gedeelte van het huidige België was het landschap rijk aan turf, in deze streek ook wel moer genoemd. Namen als Oostmoer en Moerendaal in Nispen verwijzen hiernaar. In de Middeleeuwen werd turf ontdekt als brandstof en begon in de veertiende eeuw in onze streken de exploitatie van turf, krachtig gesteund door de abdij van Tongerlo. De abdij kreeg dan ook toestemming van de hertog van Brabant om de moergronden van Nispen te ontginnen. Om de turf goed te kunnen vervoeren werden in het gebied Nispen-Essen-Kalmthout-Nieuwmoer verscheidene turfvaarten gegraven. Genoemd kunnen worden de Elderse of Oude Turfvaart en de Nispense Turfvaart. Laatstgenoemde vaart liep vanuit Essen naar de Klokberg, via de Dorpsstraat richting Zandschel en kruiste de Molenbeek door middel van een soort aquaduct. Sporen daarvan zijn nog steeds te zien zoals bij zandschel en het bosje aan de Nigtestraat.
Mogelijkerwijs is de turfhandel ook van invloed geweest op het ontstaan van het kasteeltje bij Moerendaal. In 1336 werd Jacob van Moerdale vermeld als eerst bekende eigenaar van de gronden en de gebouwen. Uiteindelijk kwam het landgoed in het bezit van de familie Pypelinckx. Maria Pypelinckx, de moeder van de schilder Peter Paul Rubens, erfde in 1583 de goederen van haar vader. In 1610 was Filips Rubens, de broer van de schilder, eigenaar. Na zijn dood ging Moerendaal diverse keren in andere handen over. Midden zeventiende eeuw was het kasteeltje onder andere door oorlogsgeweld reeds zodanig vervallen dat het gesloopt werd. De gronden werden in 1676 verkaveld en kwamen in handen van plaatselijke bewoners.

'Kasteel' Moerendaal
Naar aanleiding van verschillende publicaties over het voormalige ‘kasteel’ Moerendaal verrichtte de Roosendaalse heemkundekring veldonderzoek naar mogelijke resten. In november 1990 werden funderingsresten gevonden van het landhuis. Na enkele dagen graven werden nog meer muurresten en zelfs een waterput blootgelegd. Na een melding bij de gemeente moest de heemkundekring zijn werkzaamheden staken. Vervolgens werd door Stichting RAAP in opdracht van de toenmalige gemeente Roosendaal en Nispen 1992 een onderzoek verricht dat bestond uit weerstandsmetingen, magnetometeronderzoek en grondboringen. De eindconclusie was dat er zich in de bodem fundamenten bevonden van een bouwwerk van ongeveer 12 x 12 meter, vermoedelijk omgeven door een gracht. In de nabijheid was een zogenaamde ‘voorburcht’, eveneens omgeven door een gracht, die waarschijnlijk bestond uit een hoeve met bijgebouwen. Het onderzoek gaf tevens aan dat er waarschijnlijk nog tal van sporen aanwezig waren. Omdat de grond met deze restanten niet verstoord wordt, zal er vooralsnog geen verder onderzoek plaats vinden. Wel is de tegenwoordige eigenaar van het perceel, waterschap De Brabantse Delta, in 2010 begonnen met het aanleggen van een wandelpad op het perceel. Binnenkort volgt de aanplant van een beukenhaag rond de plaats van de fundering en worden er nog enkele informatieborden geplaatst. Zodat er op passende wijze meer bekendheid gegeven kan worden aan de verborgen schat.
Ga op zoek naar deze schat. Laat je auto achter op de aangegeven P-plaats(probeer beslist niet verder te rijden!) en stevig waterdicht schoeisel is meestal geen overbodige luxe. Veel plezier!!!