Medische centra's
Net als door heel Nederland zie je tegenwoordig in Deventer ook steeds meer medische centra's.
In deze centra's kunnen verschillende disciplines van de gezondheid onder 1 dak zitten.
Zo heb je centra's waar huisartsen, apotheken, fysiotherapeuten, tandheelkunde, etc zitten.
De gedachten achter deze opzet was dat het kostenbesparend zou werken en de bezoeker kan onder 1 dak alles vinden.
de Apotheker
Apotheek is de naam van de plek waar men medicijnen verkoopt en (tegenwoordig steeds minder) vervaardigt. Het woord apotheek komt uit het Grieks en betekent 'bergplaats'.
Het werd vroeger gebruikt voor de ruimte (apotheca) in een klooster waar de geneeskrachtige kruiden werden bewaard.
De apothekers zijn waarschijnlijk ontstaan uit de kruidenhandelaars. De apothekers behoorden in de middeleeuwen tot de gegoede middenklasse. Zij hielden zich bezig met het verzamelen, prepareren, opslaan en verkopen van geneesmiddelen.
In beginsel werden apothekers op dezelfde manier opgeleid als chirurgen (via het leerling/meester systeem).
Steeds meer apothekers gingen echter aan universiteiten studeren.
Daardoor beheersten zij steeds beter het Latijn, en kregen ze toegang tot belangrijke medischeliteratuur.
Apothekers stonden bij het gewone volk niet altijd even goed in aanzien. Vaak werden zij ervan verdacht met recepten te sjoemelen. In Nederland wordt de eerste apotheker in 1276 genoemd.
Huisarts
Huisarts is de benaming voor een gespecialiseerde arts die perifeer werkt (niet in een ziekenhuis) en die in Nederland het eerste station is voor mensen met problemen met hun gezondheid in de ruimste zin. De huisarts is de medisch specialist met als vak 'generalissimi'.
In de prehistorie werden ziektes toegeschreven aan demonen en boze geesten. Om te genezen moesten de demonen worden uitgedreven of de boze geesten gunstig gestemd worden door boetedoening of door offeren van bijvoorbeeld voedsel. Het was de taak van de medicijnman of priester om de juiste rituelen en ingrediënten vast te stellen.
Sinds Claudius Galenus (150 n. Chr.) werd in de westerse wereld algemeen verondersteld dat ziekten veroorzaakt werden door een onbalans in de vier lichaamssappen, te weten: slijm, bloed, zwarte en gele gal (gebaseerd op de vier elementen, water, vuur, aarde en lucht en de vereniging van hun eigenschappen; warm, koud, nat en droog), de zogenoemde humorenleer.
Therapiën tegen ziekten waren vooral gebaseerd op het weer in harmonie brengen van deze lichaamssappen (zoals door middel van aderlaten, braken of laxatie). Tot aan de 18e eeuw bestonden geneeskundige handelingen nog voornamelijk hieruit en uit primitieve operaties, botzetting en wondbehandelingen.