Rijpickerwaard.
Dit verhaal speelt zich af rond 1300 aan de
vroegere hofstede Rijpickerwaard aan de rand van IJsselstein. Het
was oorspronkelijk een U-vormig complex met op het einde een grote
vierkante toren, omgeven door een brede gracht, waarvan een deel
nog steeds aanwezig is. Tussen 1763 en 1789 is het grote
huis
afgebroken en is er een boerderij gebouwd. In 1889 is deze
vervangen door een nieuwe boerderij die thans als dierenasiel en
pension in gebruik is. Deze boerderij wordt tot op heden nog steeds
het Apenhuis genoemd.
Kees, een oude knecht van hofstede
Rijpickerwaard, bezat een aapje dat dezelfde naam had
meegekregen
als zijn meester. Aap Kees zorgde voor veel vermaak en was daardoor
zeer geliefd aan het hof. Toen de aap ziek werd en uiteindelijk
overleed, heerste er grote droefheid op de Rijpickerwaard. Terwijl
aap Kees door de oude knecht en de slotheer werd begraven ging een
andere knecht naar IJsselstein, verdronk daar zijn verdriet en
vertelde aan een ieder die het wilde horen dat 'Kees van
Rijpickerwaard' was overleden. Dit droevige nieuws ging snel van
mond tot mond en bereikte spoedig de schout van IJsselstein.
Volledig in de veronderstelling dat Kees de knecht was overleden
gaf de schout opdracht om de rouwklok te luiden, dit gebeurde dan
ook onmiddellijk en langdurig. Ondertussen werd de rouwklok ook op
de Rijpickerwaard gehoord en de oude knecht werd naar IJsselstein
gestuurd om uit te zoeken wat er aan de hand was. Toen de oude
knecht IJsselstein binnen kwam meende de inwoners een
spookverschijning te zien, het luiden van de rouwklok was toch
immers voor hem, Kees de knecht, en deze komt nu in levenden
lijve de stad binnen. Ook de schout meende een spookverschijning
waar te nemen en na de eerste schrik moest hij wel tot de conclusie
komen dat Kees de knecht nog gewoon in leven was. Hierop antwoordde
knecht Kees de historische woorden:
"Maar heer schout, u dient zich
voortaan beter in te laten lichten. Niet ik, maar Kees de aap is
hedennacht
overleden. U bent nu de eerste stad die beesten alle eerbied
bewijst. Had u beter opgepast dan zou u de rouwklok niet voor een
aap hebben geluid" Lachend keerde Kees terug naar de
Rijpickerwaard.
De bewoners van IJsselstein waren
woedend, zij voelden zich beledigd en bedrogen. Daarop trokken zij
gewapend richting de hofstede om verhaal te gaan halen bij de
slotheer, het slot werd zelfs belegerd. Na enige tijd werd deze
belegering opgegeven en keerde de men huiswaarts en
daar, thuis bij het vuur, zag iedereen wel in dat zij voor AAP
hadden gestaan door de rouwklok te luiden voor Kees de
aap.
Tot op heden wordt dit verhaal
verteld en hebben IJsselsteiners de bijnaam:
APENLUIDERS!