Avec ses presque
70 tonnes, il était le plus puissant char de l'armée allemande. Son
blindage et son long canon de calibre 88mm le rendaient quasi
invulnérable face aux autres chars de son époque. Mais sa lourdeur
et sa consommation énorme - près de 1000 litres aux 100 km sur
terrains variés - limitaient très fort son autonomie, ce qui en
faisait plus un bunker mobile de défense qu'une arme de mouvement.
Peiper fut contraint d'abandonner à la Gleize 135 véhicules
blindés, dont le char Tigre Royal N° 213 du Commandant Dollinger,
toujours visible au centre du village.
L'histoire de la
fin du Tigre Royal 213 mérite d'être racontée : abandonné par
Peiper aux abords de la place de La Gleize, la nuit du 24 décembre
1944, il servit de cible aux soldats américains qui tentèrent, mais
en vain, de percer le blindage de sa plaque avant de tourelle, de
185mm, au bazooka. Tracté par les équipes de nettoyage US pour être
envoyé à la mitraille, il aurait bien failli servir de matière
première aux aciéries de la vallée de la Meuse, si une habitante de
La Gleize ne l'avait pas échangé aux GI's contre... une bouteille
de Cognac !
Met zijn bijna 70 ton, was hij de belangrijkste
tank uit het duitse leger. Zijn bepantsing en zijn lang kanon
caliber 88mm maakten hem quasi onkwetsbaar ten opzichte van andere
tanks uit zijn tijd. Maar zijn gewicht en enorme verbruik - bijna
1000 liter per 100 km op oneffen terrein - beperkten zijn autonomie
sterkijn autonomie sterk, hetgeen hem eerder een mobile
verdedigingsbunker maakte dan een bewegend wapen.
Wat er gebeurde aan het eind van de "
Koninklijke Tijger " 213 verdient verteld te worden: door Peiper
achtergelaten in de omgevinf van een plein in La Gleize, in de
nacht van de 24° december 1944, is hij het doelwit van
binnentrekkende amerikaanse soldaten die, tevergeefs, proberen de
voorste bepantsering van 185mm met een bazooka te doorboren. Op
sleeptouw genomen door de amerikaanseopruimtroepen om naar de
schroothoop gestuurd te worden, waar hij als grondstof voor de
staalfabrieken in de Maasvallei zou hebben gediend, als een
bewoonster van La Gleize hem niet had geruild met de GI's voor...
een fles Cognac !
With its almost
70 tons, it was the most powerful tank of the German army. Its
armor and its long 88mm calibre canon made it almost invulnerable
when faced with other tanks of that period. But its weight and its
enormous consumption - almost 1000 liters by kilometer on various
terrains - limited its autonomy, making it a mobile bunker rather
than a movement weapon. Peiper had to leave behind in La Gleize 135
armoured vehicles including Commander Dollinger's Royal Tiger
(Königstiger) N° 213, still visible in the center of the
village.
The end of the
Royal Tiger story is worth telling: abandoned by Peiper near La
Gleize's place, on the night of December 24th 1944, it was used as
a target by the American soldiers who tried, in vain, to go through
its 185mm front armoured plate with a bazooka. Pulled by the US
cleaning crew to be sent to recycling, it almost served as raw
material for the Meuse valley steelworks, if a La Gleize resident
didn't exchange it to the GIs for... a Cognac bottle
!
