|

Mompel de mompel, een
beetje knorrig liep Obelix zijn dagelijks rondje door het IJsselbos
om wat everzwijntjes voor de lunch te vangen. Alleen wilde het de
laatste tijd niet zo lukken. Het leek wel of alle everzwijnen van
de aardbodem waren verdwenen.
Oké, hij had altijd grote honger en lustte wel een everzwijntje of
2 misschien 3 of 4, maar het kon toch niet zo zijn dat hij zijn
geliefde everzwijntjes allemaal had opgegeten…. Dat, dacht
Obelix terwijl de zweetdruppeltjes op zijn hoofd begonnen te
parelen, zou betekenen dat hij op dieet zou moeten en zijn broeken
al snel te groot zouden worden. Nee, dat kon niet waar zijn, er
moeten nog everzwijntjes rondlopen. 
Op dat moment spitste hij zijn oren en ook Idéfix stond abrupt
stil, zijn staartje als een antenne omhoog. Van plezier maakte hij
een huppeltje. Pomdiedomdiedix, er zijn nog everzwijntjes voor die
knappe Obelix,
zong Obelix zacht terwijl hij met zijn handen op zijn enorme buik
klopte. Als ik mijn everzwijntjes heb dan ga ik nog even een
schatje zoeken met mijn GPSorix. Maar hoe hij ook zocht, hij kon de
everzwijntjes
niet vinden. Natuurlijk, dacht Obelix
zichzelf op zijn hoofd tikkend, mijn speciale plekjes, daar heb ik
tot nu toe nog altijd everzwijntjes kunnen vinden.
Sluipend liep hij naar
coördinaat N 52° 00.589 E 005°
04.401 en op korte afstand keek hij scherp om
zich heen. Vreemd, daar zag hij alleen een serie vreemde tekens, en
een getal dat hij goed onthield (stapeltellen) als
A van Asterix zijn allerbeste vriend. Zou er
een tovenaar van die rare Romeinen in zijn teergeliefde IJsselbos
zijn geweest. Hij besloot de vreemde getallen maar eens in zijn
GPSorix te
tikken.
Door de vele regen van de afgelopentijd is vraag B niet te
zoeken, tijdelijk hier het antwoord en de volgende coord. B=2 N 52°
00.788 E 005° 04.597 De toverdoos gaf direct een
pijltje en Obelix besloot dit maar te volgen en, hé dat is gek, de
pijl wees hem naar zijn volgende speciale plekje. Maar daar
aangekomen zag hij ook daar al snel dat er geen everzwijntjes in de
buurt waren. Maar wacht, geritsel, hahaaaaa daar kwamen zijn
everzwijntjes, zijn speciale plekjes hadden hem nog nooit in de
steek gelaten. Gebukt en half verscholen achter een toch wel
behoorlijke struik wachtte Obelix af.
Uit de struiken stapte een parmantig ventje, op zijn hoofd een helm
met twee vleugels.
Hij droeg een grote borstelige snor en
aan zijn Riem hing een klein flesje waarin de groene vloeistof leek
te gloeien. Asterix riep Obelix, wat doe jij hier
vriend?
Obelix, ik was op zoek naar jou, er is
iets vreemds aan de hand in ons bos, iemand heeft alle everzwijnen
uit het bos samengevoegd tot 1. Er is er nog maar 1 over. Een enorm
gevoel van paniek bekroop Obelix, nog maar 1 everzwijn, 1 maar, dat
is een ramp, wie heeft dit gedaan, wie, ik lust hem rauw ik zal hem
ik zal hem….. Rustig Obelix zei Asterix, ik heb
gehoord van onze druïde dat de Romeinen hun tovenaars opdracht
hebben gegeven dit te doen om ons uit te hongeren. Hij is al bezig
met een tegenspreuk om dit weer terug te draaien. Wel heeft hij
gezegd dat, om dit te bereiken, wij de laatste everzwijn moeten
vangen en naar hem toe moeten brengen. Ik kom je daarbij
helpen.
Ik heb van Bondorix, die als spion in het Romeinse
leger zit gehoord dat exact op deze plaats een kleine aanwijzing
moet liggen waarvan wij de tekens weer in dat rare kastje moeten
tikken en iets moeten onthouden als B. Als we deze tekens
hebben gevonden dan kunnen we verder zoeken in de hoop de laatste
everzwijn te vinden.He he, het had even geduurd, maar daar hadden
ze gelukkig gevonden wat ze zochten. Lastig hoor als je gewend bent
om te gaan met grote zaken als menhirs en everzwijnen, dan valt het
nog niet mee om zoiets te vinden. Samen volgden ze, nadat ze de
tekens hadden ingetikt, de kleine pijl van de GPSorix.
Ze slopen de vele speciale plekjes af op zoek naar dat ene,
het laatste everzwijn.
Als mompelend liepen de beide vrienden, het pijltje
van de GPSorix volgend, langs het bos. Een kleine piep gaf aan dat
ze op de plek waren aangekomen. Hier moeten we weer iets zoeken
Obelix, Bondorix weet alleen niet wat. Dus geef je ogen goed de
kost en zoek naar iets bijzonders. Obelix zette zijn gehoornde helm
recht, boog licht voorover en zocht en zocht tot hij het zat was.
Ik hou er mee op, bromde hij, ik kan het niet vinden, ik heb honger
en er is in velden of wegen geen everzwijn te bekennen. Obelix,
hier, kijk hier, een figuur dat door de Romeinen is
gemaakt.
Geen idee wat het is "het ...... hart", maar
misschien moeten we de kleur (enkelvoud) onthouden en er iets mee
doen we onthouden deze als C. Ik heb Bondorix wel eens horen
vertellen dat de Romeinen een geheime code gebruiken.
Woordwaarde stapeltellen heet dat, hij wist ook niet precies hoe het
werkte, maar laten we het proberen. ook vond hij hier weer een
nieuwe reeks getallen
Nee bromde Obelix, ik heb honger, doe jij maar, ik
hou er mee op.
Kom nou Obelix, misschien zien we zo een
everzwijntje en kun je wat eten. En mopperend stond Obelix op en
hielp zijn vriend de oplossing te vinden. Toen ze eindelijk de
oplossing hadden gevonden leek het logisch dat ze deze als D
moesten onthouden. Maar waar nu heen, vroeg Asterix zich af.
Ohhh das makkelijk zei Obelix achter op het paaltje met het
grootste gemak uit de grond trekkend en hem voor de neus van zijn
vriend houdend. Misschien staat hier wat op. En verdraaid, daar
stond weer zo'n vreemde reeks met vreemde tekens. Maar weer in de
GPSorix, wat is zo'n kastje toch handig dacht
Asterix.
Obelix werd steeds grommiger, hij had honger, grote honger en er
leek maar geen eind te komen aan de lange tocht op zoek naar het
laatste everzwijn. De gedachte dat er straks misschien geen
everzwijnen meer zouden zijn hield hem op de
been.
Een enorm gerommel steeg op, Asterix schrok zo erg
dat hij met een enorme snoekduik achter een struik dook. Kom snel
Obelix, hoorde je dat. Obelix echter stond te schaterlachen van
plezier. Hahahaha, die Asterix, ben je geschrokken ? Wat sta je
daar nu te lachen, kom snel en verstop je, siste Asterix. Nee hoor,
riep Obelix buikschuddend, dat hoeft niet, mijn buik rommelde
alleen maar wat van de honger. De honger, vroeg Asterix verbaasd,
rommelde alleen een beetje van de honger, ik dacht dat er een heel
legioen met Romeinen op ons afkwam. Hohoho lachte Obelix
terwijl Asterix opstond en de bladeren van zijn kleding klopte.
Snel liepen ze weer verder de pijl van de GPSorix volgend. Een
beetje noemt hij dat, mopperde Asterix, nog steeds een beetje
geschrokken.
Asterix, ik moet het even kwijt, jij bent echt de
knapste als het om denkwerk gaat, ik ben natuurlijk de knapste
verschijning, maar jij bent de knapste denker.
Met een op een grijns gelijkende glimlach keek
Asterix zijn vriend aan, Ja, kom nou maar op, we moeten verder. Ik
heb hier alweer een rijtje van die tekens
gevonden,
Toen ze in de buurt van het volgende punt kwamen zag
Obelix een groot bouwwerk waar de Romeinen hun water in bewaarden.
Hé dat lijkt wel een Menhir, en hij besloot het model te onthouden
om, als menhirmaker zo misschien een nieuw model te kunnen
introduceren. Menhirs zijn namelijk ook aan mode onderhevig, dus is
het zaak dat je af en toe eens een ander modelletje uitbrengt,
dacht hij bij zichzelf. Ook die kleur van die enorme menhir staat
me wel aan, dacht Obelix, hoe kan ik die nu onthouden. Wacht, als
ik de kleur nu ook oplos volgens die vreemde geheime code dan moet
dat lukken.
Hoe heette die code ook alweer. Oh ja,
letterwaarde en stapeltellen noemde Asterix het. Als ik de uitkomst
nu onthoudt als E van Everzwijn dan weet ik het denk ik
later nog wel. Tijdens deze overpeinzing van Obelix had Asterix
inmiddels alweer een reeks vreemde tekens gevonden en deze in de
GPSorix getikt. Zou het nu nooit ophouden, vroeg Asterix zich af.
Hij herkende de omgeving niet eens meer.
Op maar weer naar N 52° 00.828 E 005°
04.363 en kijken of daar nog iets te vinden is. Stil hoopte hij
dat ze nu snel aan het eind zouden zijn van hun zoektocht. Ook
Asterix begon moe te worden en honger te krijgen. Wijselijk zei hij
dit niet tegen Obelix, er waren een paar dingen waaraan zijn vriend
een enorme hekel had, Romeinen, moeheid en natuurlijk honger
!
Het piepje van de GPSorix liet weer eens weten dat ze er
waren. Ik ga nu ook even zitten hoor, zei Asterix, ik begin nu ook
moe te worden. Alsof je het nooit zou zeggen, mopperde Obelix. Mijn
benen zijn al half afgesleten van al dat lopen. Nog even en ik heb
geen benen meer over om achter de Everzwijntjes aan te kunnen
rennen. Ja, ja, hier heb je een stukje brood om de ergste honger te
stillen. En Asterix diepte een onooglijke homp brood op uit zijn
zak en gaf de helft hiervan aan Obelix. Met een vies gezicht bekeek
Obelix het brood en als hij niet zo'n honger had gehad dan....,
knorrend knabbelde hij aan het oude brood en dutte hierna even
in.
Intussen zocht Asterix even rond en vond weer
een reeks tekens en een getal dat hij besloot te onthouden als aan
de voor kant zag hij 2 jaartallen deze telde hij bij elkaar
op en en vervolgens telde hij door tot 1 cijfer en dit onthoud hij
als F.
en vond ook de nieuwe cijferreeks voor in de
GPSorix. Obelix, Obelix wordt wakker, we moeten gaan, het wordt al
laat. Hé wordt nu wakker, en met een duwtje van Asterix sprong
Obelix overeind wild om zich heenslaand roepend, Romeinen, waar
zijn die Romeinen, everzwijntjes, ik zie overal, everzwijntjes en
terwijl het water bij Obelix uit de mond liep begon hij rond te
rennen op zoek naar zijn everzwijntjes. Rustig Obelix, doe nou eens
rustig, je heb gedroomd, we moeten verder, kom. Gedroomd, heb ik al
die everzwijntjes en Romeinten gedroomd? Sip liet Obelix zijn hoofd
hangen en stapte een beetje verdrietig achter Asterix aan verder
het langs het water. Ik heb het gevoel dat we er bijna zijn, zei
Asterix in de hoop Obelix wat op te beuren. Ja ja, het zal wel,
mompelde Obelix en sip sjokte hij achter zijn beste vriend
aan.
Aangekomen op de volgende plek was er
verder niets te zien, alleen weer een getal dat hij onthield als G.
Obelix sjokte nog steeds achter Asterix aan en het leek wel of hij
iedere stap treuriger werd. Kom op Obelix, nog even doorzetten, we
zijn er bijna..Ja ja, dat zei je net ook al en nu zijn we er nog
niet mopperde Obelix en liet een enorme pruillip
zien.
Ik wil naar huis, ik ga voortaan wel kip eten in
plaats van everzwijntjes. Wat zei je daar, Asterix schrok
zichtbaar, Obelix die zijn everzwijntjes had opgegeven, dat was
serieus. Asterix hoopte dan ook dat ze snel iets zouden bereiken.
Maar wat zag hij daar, deze reeks tekens was heel veel anders dan
de andere, het leek wel een puzzel. Obelix, en hij keek zijn vriend
aan, ach laat maar ik probeer het zelf wel, zei Asterix toen hij
het sippe treurige gezicht zag van zijn trouwe vriend die met een
hangend hoofd, de armen slap langs zijn lichaam achter hem aan
sjokte. Eens even zien, hoe zit dit nu in elkaar, ik zie N
52° 00.DCG E 005° 0F.B(E+A)A hierin staan
de letters van de cijfers die ik heb onthouden, als ik deze cijfers
nu eens op de plaats zet van de... hmmmmm, ja dat
lukt.
Obelix ! Obelix, ik ben er uit. Nog een
stukje vriend en dan kunnen we de laatste everzwijn misschien
vangen. Obelix leefde weer een beetje op. Echt waar, meen je dat,
zijn we er eindelijk. Waar moeten we naartoe, vertel me waar, waar.
En Asterix wees een bepaalde richting op. Obelix zette een spurt in
en binnen een paar seconden was hij tussen de bomen verdwenen en ja
hoor het is zomer en dan groeien van die stekeldingen waar we soep
van kunnen koken. Obelix, wacht, en Asterix probeerde hem in te
halen. Hijgend trof hij Obelix aan leunend tegen een dikke boom.
Niets, ik zie nog geen everzwijntjes, nergens, nergens zijn meer
everzwijntjes. Gek dacht Asterix, we zijn nu erg dicht bij dat punt
dus zouden we iets moeten zien.En terwijl Asterix dit dacht klonk
zacht het getrappel van hoeven en het geknor van een dik rond
everzwijn dat rondsnuffelend van achter een dikke boom aan kwam
lopen.Het duurde twee seconden voor Obelix opveerde, zijn snor
begon te trillen, zijn ogen groot werden en hij zo hard als zijn
korte beentjes hem konden dragen achter het everzwijn aan begon te
rennen. Een grote duik waardoor je de aarde kon voelen trillen
een graai met zijn poezelige handen en daar had hij hem. Het
laatste everzwijn was gevangen. Het everzwijn liet een geluid horen
alsof honderden everzwijnen tegelijk knorden, dat was vreemd, maar
als alle everzwijnen in dit ene zwijn zitten dan begreep Obelix dat
best. Met de laatste everzwijn stevig onder zijn arm haastte
Obelix, op de voet gevolgd door Asterix, zich terug naar het
dorp.
Panoramix stond
al te wachten met in zijn hand een bakje met poeder. Hou hem goed
vast Obelix, zei Panoramix, ik schud het poeder nu over het laatste
everzwijn en zullen zien wat er dan gebeurd. Panoramix schudde
het poeder in een grote wolk over het everzwijn en Obelix heen. Een
lichtflits, een overweldigend geknor en gegil en uit de wolk
sprongen honderden grote en kleine everzwijnen die luid knorrend
het hazenpad kozen en het bos in vluchten. Toen de wolk bijna was
opgelost klonk een heftig snikken en met zijn dikke billen
plompverloren op de grond zat daar Obelix, zonder everzwijn, en
driftig met zijn armen zwaaien, te huilen van
verdriet.
Huuhuhuhuuu nu heb ik nog
geen everzwijntjes, ik heb zo’n honger, snikte
Obelix. Asterix en Panoramix keken
elkaar aan en schoten in een onbedaarlijke lach. Obelix keek hen
boos aan, krabbelde op, trok zijn riem strak om zijn enorme buik en
verdween met grote stappen het bos in op jacht naar zijn
teergeliefde everzwijntjes. Asterix en Panoramix huilend van het
lachen achterlatend.

|