Deze korte multi brengt je
langsheen een bezienswaardig WP naar de stash, waarin enkel een
logrolletje. Er is geen plaats voor TB’s of coins en
schrijfgerief moet je ook zelf meebrengen.
De hoosmolen is een
“poldermolen” of een “ontwateringsmolen”
aan de rand van het natuurgebied Bourgoyen – Ossemeersen. De
stad Gent kocht het gebouw in 1985 en sedert 1994 is de hoosmolen
een beschermd monument. Drie jaar later startte men met een
restauratieprogramma, dat in 2004 werd afgerond.
In 2009 is de Leie
plaatselijk afgesneden van haar bovenloop. Vanaf de herfst wordt
het regenwater niet meer afgevoerd. Op die manier overstroomt het
gebied en zo simuleert men de vroegere overstromingen van de Leie.
Vanaf de maand maart wordt het water dan weer langzaam afgevoerd
via sluisjes en de pompinstallatie in de oude Hoosmolen.
De oorspronkelijke houten poldermolen zorgde in de
12de eeuw voor de ontwatering van
de Bourgoyen – Ossemeersen, waarbij het overtollige water via
de Grijtgracht (vroeger Rietgracht genoemd) werd geloosd in de
hoger gelegen Leie. Het is de vroegste tot op heden bekende
windgedreven poldermolen. Hij werd al in 1316 in notariële akten
vermeld als “hoesse molen”. De molen werd herbouwd in
1597 als een houten achtkante grondzeiler. In opdracht van David
Brandt, heer van Mariakerke, werd de molen in 1701 vervangen door
een stenen exemplaar met de huidige achthoekige romp. Men verving
de windkracht door een stoommachine in 1852 en naast de molen
verrees een hoge vierkante schoorsteen. Later werden kap en
gevlucht van de molen verwijderd en in 1897 werd het scheprad
vervangen door de nog bestaande Phoenix-centrifugaalpomp. Vanaf
1945 schakelde men over op elektrische aandrijving.
Om het water naar een hoger niveau te scheppen, maakte een
poldermolen oorspronkelijk gebruik van een scheprad. Met deze
techniek kan een molen het water ongeveer anderhalve meter
opvoeren. Vanaf de 19de
eeuw kon de
opvoerhoogte worden vergroot tot 4 à 5 meter, door het toepassen
van een vijzel (schroef van Archimedes).
Het water gaat bij een molen met een scheprad vanuit de polder door
het krooshek, de achterwaterloop met de krimpmuren en wordt via de
opleider door het scheprad voortgestuwd over de slagdorpel en langs
de slagstijlen van de wachtdeur, door de voorwaterloop, de boezem
in. De wachtdeur zorgt ervoor dat het water bij stilstaande molen
niet terug de polder inloopt. Als de molen te snel draait, wordt
water over de kop van het scheprad gegooid en stroomt dus weer
terug. Dit wordt “over de kop malen” of “een wit
paard malen” genoemd. Bij een vijzel spreekt men in zo'n
geval van “over de balk gooien”.
En nu
uw opdracht ...
Uw cachemobiel laat je achter
in de omgeving van N51°03.489 en E003°41.293 en weldra sta je bij
WP-1. Wees daar voorzichtig met kinderen. Respecteer ook de regel
dat honden hier toegelaten zijn, mits aangelijnd.
Opdracht bij
WP-1:
Hier
sta je bij de ontwateringsmolen. Noem de minuten van de Noord- en
Oostcoördinaat respectievelijk “ABC” en
“DEF”.
Een
aantal ankers (hoger dan 3 meter boven de grond) verzekeren de
stevigheid van dit bouwwerk. Het getal niet herleiden naar 1
cijfer, gewoon noteren als “X”.
Een
aantal kleine houten luikjes (het toegangsdeurtje is geen luikje)
noem je “Y” en het aantal tanden van het kleinste
tandwiel is “Z” (ook dit getal niet herleiden naar 1
cijfer).
De stash zal je vinden
op N51°03.RST en
E003°41.UVW:
RST =
[ABC - ( 4 * X )] - (X : 6)
UVW =
DEF + [(Z * Z ) + (2 * Z) + (X - Z)]
Bedankt om deze cache te lopen,
Wandelzoeker