
Het bouwwerk bestaat uit rechtopstaande grote stenen ("zuilen" of "draagstenen") waarop platte dekstenen rusten. Doorgaans staan de draagstenen grotendeels op evenwijdige lijnen.
Veel kleine stopstenen (in Nederland vaak door de mens gespleten zwerfkeien) vulden ooit de tussenruimtes op, maar deze zijn over het algemeen verdwenen, evenals de dekheuvel van aarde en/of plaggen. Een ingang bevindt zich bij hunebedden meestal aan de zuidkant van de steenkamer. In Nederland gebruikte men zwerfstenen als bouwmateriaal, in andere landen de lokale steen (in België bijvoorbeeld puddingsteen). Op het Duitse eiland Sylt bleek het hunebed Denghoog zorgvuldig met klei en platte stenen afgedekt te zijn, met daarover weer zand en aarde, zodat de kamer bij de opgraving in 1868, circa 5000 jaar na het laatste gebruik, nog volledig intact en droog was.
Hunebedden en vergelijkbare megalithische bouwwerken die door mensen zijn gemaakt, zijn te vinden langs de kusten van heel West-Europa, van Portugal tot Denemarken en in Groot-Brittannië en Ierland. Sommige hunebedden zijn aan de binnen- en/of buitenkant voorzien van inscripties of versierselen die in de steen gebeiteld zijn.
Gestructureerd onderzoek naar hunebedden werd in Nederland pas in de eerste helft van de twintigste eeuw uitgevoerd. De bekendste van de onderzoekers is professor Van Giffen. Hij is ook verantwoordelijk geweest voor de officiële nummering van de hunebedden in Nederland.
Veel hunebedden zijn in de loop van de eeuwen vernield om de stenen te gebruiken als bouwmateriaal voor bijv. wegen, kerken, huizen en dijken.
De hunebedden in Nederland zijn gebouwd in de nieuwe steentijd, het Neolithicum, van 3450 tot circa 3250 v.Chr., maar ze zijn gebruikt tot circa 2850 v.Chr. Dit valt onder andere af te leiden uit het gebruikte aardewerk, waaronder de gedurende de gehele periode gebruikte trechterbeker. Vandaar dat we de hunebedbouwers beschouwen als vertegenwoordigers van de Trechterbekercultuur. Volken van deze cultuur vormden vanwege hun grote verspreidingsgebied waarschijnlijk geen homogeen geheel. Van hun geschiedenis is zeer weinig bekend.
Een Hunebed is volgens de gangbare theorie een prehistorische grafkamer. Men vindt vaak brandsporen in en bij hunebedden. Het vuur speelde een rol bij de dodencultuur van de hunebedbouwers. De doden worden in gestrekte, zittende of in gehurkte houding bijgezet en vergezeld met grafgiften. Men heeft in bijna alle hunebedden grote hoeveelheden aardewerk en andere voorwerpen gevonden. Het aardewerk bestaat uit sterk versierde platte schalen, kommen, grote potten, bekers en flesjes. De versieringen bestonden uit diep ingedrukte ornamenten. Ook wapens worden veelvuldig aangetroffen zoals hamers en bijlen en verder pijlpunten, messen en krabbers van vuursteen. Er worden heel weinig menselijke resten gevonden en dit wijt men aan de zure bodemgesteldheid in Nederland: skeletten kunnen er volledig in vergaan. Lijfsieraden zijn ook weinig gevonden. Van de gevonden sieraden zijn de kralen van barnsteen en git (gagaat) en veelal geïmporteerd en karakteristiek voor steentijdculturen van Engeland, Frankrijk en ook Midden-Europa. In Nederland komt het oudste metaal (koper) uit een hunebed bij Buinen, gevonden in 1927 door Van Giffen. De spiraalvormige kralen die uit dit koper waren gemaakt, worden gedateerd rond 2500 v.Chr., hoewel de hunebedden ouder zijn. Ook in Odoorn is koper gevonden in een hunebed. De kralen zijn te zien in het Drents Museum te Assen.
Opdracht en vragen
1. Welk volk zette zijn doden bij in hunebedden?
2. Waaruit bestond de vloer van de grafkamer?
Een foto toevoegen mag, maar hoeft niet. De antwoorden op de vragen moet je mailen.
English:
A megalith is a large stone that has been used to construct a structure or monument, either alone or together with other stones. Megalithic describes structures made of such large stones, utilizing an interlocking system without the use of mortar or cement. The word 'megalith' comes from the Ancient Greek: megas meaning great, and lithos meaning stone. Megalith also denotes an item consisting of rock(s) hewn in definite shapes for special purposes. It has been used to describe buildings built by people from many parts of the world living in many different periods.
The most common type of megalithic construction in Europe is the portal tomb; a chamber consisting of upright stones (orthostats) with one or more large flat capstones forming a roof. Many of these, though by no means all, contain human remains, but it is debatable whether use as burial sites was their primary function. Though generally known as dolmens the correct term accepted by archaeologists is portal tomb. However many local names exist, such as anta in Portugal, stazzone in Sardinia, hunebed in the Netherlands, Hünengrab in Germany, dysse in Denmark, and cromlech in Wales. It is assumed that most portal tombs were originally covered by earthen mounds. The second-most-common tomb type is the passage grave. It normally consists of a square, circular, or cruciform chamber with a slabbed or corbelled roof, accessed by a long, straight passageway, with the whole structure covered by a circular mound of earth. Sometimes it is also surrounded by an external stone kerb. Prominent examples include the sites of Brú na Bóinne and Carrowmore in Ireland, Maes Howe in Orkney, and Gavrinis in France. The third tomb type is a diverse group known as gallery graves. These are axially arranged chambers placed under elongated mounds. The Irish court tombs, British long barrows, and German Steinkisten belong to this group. Another type of megalithic monument is the single standing stone, or menhir. Some of these are thought to have an astronomical function as a marker or foresight, and, in some areas, long and complex alignments of such stones exist, for example, at Carnac in Brittany. In parts of Britain and Ireland the best-known type of megalithic construction is the stone circle, of which there are hundreds of examples, including Stonehenge, Avebury, Ring of Brodgar, and Beltany. These, too, display evidence of astronomical alignments, both solar and lunar. Stonehenge, for example, is famous for its solstice alignment. Examples of stone circles are also found in the rest of Europe. They are assumed to be of later date than the tombs, straddling the Neolithic and the Bronze Ages.
Assignment and questions:
1. Which people buried the dead ones in megaliths?
2. What was the floor of the burial chamber?
It would be nice if you make a photo of yourself with the megalith, but you don't have to. You have to mail me the answers of the questions.