Skip to content

This cache has been archived.

"Pere-grino": deze gaat het archief in ik krijg het niet voor elkaar om toestemming te krijgen om hem elders geplaats te krijgen op een gelijke plek.

More
<

Fietsen vanuit Ermelo Molentocht

A cache by "pere-grino" Send Message to Owner Message this owner
Hidden : 10/20/2012
Difficulty:
2 out of 5
Terrain:
2.5 out of 5

Size: Size:   micro (micro)

Join now to view geocache location details. It's free!

Watch

How Geocaching Works

Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions in our disclaimer.

Geocache Description:

Deze serie caches is gemaakt voor fietsers die er een dag(deel) op uit willen trekken om te genieten van de natuur rond Ermelo.

Op boven genoemde Parkeerplaats mag u gratis onbeperkt parkeren. In de buurt van molen de Koe zijn meerdere parkeermogelijkheden. Houdt u rekening met de verschillende parkeer verordeningen ( parkeerschijf of max 1 1/2 uur parkeren) op enkele plekken. Deze tocht is ongeveer 58km lang.

SATELIET ONTVANGST KAN SLECHT ZIJN OP EINDLOCATIE.

Hoewel molens in meerdere landen voorkomen, hebben zich in Nederland de meeste variaties ontwikkeld en is de grootste perfectie in de constructie bereikt. Molens kunnen worden ingedeeld naar hun uiterlijk, naar hun taak en naar hun bedieningswijze.
Van de windmolens is meer dan de helft een grondzeiler, zijn er ruim 300 stellingmolens en ruim 120 beltmolens.

Zolang de mensheid graan verbouwt voor voedsel bestaat er behoefte aan dit graan tot meel te verwerken.
Eeuwenlang deed men dat met primitieve hulpmiddelen, door middel van hand- en lichaamskracht, later door rosmolens (met paardekracht dus) of op waterradmolens. In een later stadium ontstond de windmolen, die in ons vlakke, winderige land veel opgang deed. Dit deed de vraag naar deze molens stijgen en hieruit volgde weer een gunstige uitwerking op de technische ontwikkeling van de windmolen. Daardoor werd zij ook voor steeds meer andere zaken, dan graan malen aangewend. Men pelde er gerst mee tot gort; destijds een bijna dagelijks gebruikt volksvoedsel. Men zaagde de boomstammen ermee tot balken, planken en latten. Zij maakten papier, zij sloegen olie uit de oliehoudende zaden zoals lijnzaad en raapzaad. Specerijen werden er gemalen en mosterd gemaakt. De volmolens bewerkten weefsels tot ons beroemde laken. Hennepkloppers bewerkten de stengels van hennep zodanig dat zij gebruikt konden worden voor de fabricage van touw en zeildoek. Het is dus niet onbegrijpelijk dat vele huidige industrieën hun oorsprong in het molenbedrijf vonden. Als voorbeeld hiervan moge de Zaanstreek dienen, waar de vele molens aan de basis stonden van de huidige nijverheid in deze streek. En wat wij vooral niet moeten vergeten is dat het de molens waren die de grote meren, zoals Beemster, Purmer, Schermer e.d. droogmaalden en dat zij nog vrij recent de "waterhuishouding " van Nederland regelden.

De standerdmolen (of staakmolen) is het oudste houten molentype van Nederland en is veel te zien op prenten uit de Gouden Eeuw (1600 - 1700).
De wipmolen is het oudste type poldermolen en ontwikkelde zich begin 15e eeuw uit de standerdmolen.
De spinnekop is het kleinste type wipmolen en komt nu nog uitsluitend voor in Friesland.
De Noord-Hollandse poldermolen lijkt veel op de Zuid-Hollandse poldermolen, maar is wat zwaarder van vorm. De onderbouw is hier niet van steen maar van hout. Het is een 'binnenkruier', het verkruien (op de wind stellen van de kap met wiekenkruis) geschiedt boven in de molenkap, waardoor de molen aan de achterzijde van de kap geen staart nodig heeft. Dit molentype, dat in de tweede helft van de 16e eeuw zijn intrede deed, komt vrijwel niet buiten Noord-Holland voor (Noord-Holland betekent in dezen Noord-Holland boven het IJ).
De Zuid-Hollandse poldermolen, of 'achtkanter' wordt gezien als de 'klassieke poldermolen'. Deze molen heeft zich ontwikkeld vanuit de binnenkruier, die zich alleen in Noord-Holland heeft weten te handhaven. Het is een 'buitenkruier', bestaande uit een achtkante stenen onderbouw en een mooi gedetailleerd, met riet bekleed achtkantig molenlichaam. De kap van deze molen is beweegbaar en op de wind te kruien met behulp van het staartwerk en het daaraan bevestigde kruirad. Door het wielenkruis recht op de wind te zetten kan de molen zijn maximale kracht ontwikkelen.
Een molen die binnen de bebouwing staat moet hoog zijn om voldoende wind te vangen. Om in dat geval de molen te kunnen bedienen moet er halverhoogte een stelling (plankier die om het molenlichaam loopt) komen. Men spreekt dan van een 'stellingmolen'. Molens zonder stelling, waarvan de wieken dus bijna de grond kunnen raken, worden 'grondzeilers' genoemd. Beneden beschikt men over een grote ruimte om met paard en wagen of auto naar binnen te kunnen rijden. Dergelijke stellingmolens zijn korenmolens, oliemolens, pelmolens

Meerdere molens die u aandoet tijdens deze tocht zijn te bezichtigen.

Ermelo : Sinds 1423 wordt het dorpsgezicht van Ermelo mede bepaald door een karakteristieke molen. In 1990 vloog molen 'De Koe' tijdens een heftige onweersbui door een venijnige blikseminslag in de brand. De gehele bovenbouw van de molen werd verwoest. Binnen de gemeente Ermelo was dit de derde keer dat een molen door brand verloren ging. Na de brand resteerde een molenvoet, die geëxploiteerd werd door een horecaonderneming.

Op 5 mei 2003 werd Molenstichting ‘De Koe’ opgericht met het doel de gedeeltelijk afgebrande korenmolen te restaureren en herbouwen. De molenstichting kocht de grond met de resterende opstallen voor een symbolisch bedrag van gemeente Ermelo. In de periode 2003 t/m 2008 werkte de stichting gestructureerd aan middelenwerving en planvorming om de Ermelose molen in oude luister te kunnen herstellen. Het initiatief slaagde met glans. Na een geweldige inspanning van vele vrijwilligers en met medewerking van overheden, fondsen, bedrijfsleven en particulieren beschikt Ermelo sinds medio december 2008 weer over een prachtige, maalvaardige en door wind aangedreven molen.

Putten : De molen "t Hert" herinnert aan de tijd waarin de korenvelden het beeld van de Puttereng bepaalden. Als een wachter stond de molen vroeger aan de ingang van het dorp uitziende naar het ogenblik waarop het graan kon worden gedorst. De molen hoorde bij de Puttereng en vormde het sluitstuk van een jaarlijks terugkerend proces van zaaien, maaien oogsten en dorsen. Levend van dezelfde wind die in de oneindige ruimte van de Puttereng het koren deed rijpen, wentelden de wieken zodat de miljoenen graankorrels door de molenstenen tot meel konden worden fijngemalen. Dat hele gebeuren van zaaien, maaien, oogsten en dorsen sprak tot de verbeelding van de Puttenaar. Van het verloop van die cyclus was hij afhankelijk. De boer had dan ook een grote eerbied voor het wonder dat zich elk jaar opnieuw in de Puttereng voltrok. Een wonder van de natuur. Een wonder van God, die wolken lucht en winden….wijst spoor en loop en baan…. Het zaaien, maaien, oogsten en dorsen riep bij hem beelden op uit de Bijbel, een boek dat er vol van stond.
Tegenwoordig staat de Puttereng vol huizen. De molen staat er bij alsof hij vroegtijdig in de VUT moest gaan. Nadat de korenvelden verdwenen en andere apparatuur zijn taak overnam draaien de wieken voornamelijk om te voorkomen dat de subsidies van overheidswege stil zullen gaan staan. De molen is monument geworden. Is gaan behoren tot het erfgoed van de vaderen, waard om bewaard te worden als herinnering aan de oogst, die in de wind ruist. Zowel de eigenaren (de gebroeders A. en G.W.A. van de Poll) als de gemeente en de provincie moesten heel wat offers brengen om de molen te behouden en om hem in goede staat aan het nageslacht te kunnen overdragen. In 1981 moest het oude molenhuis worden afgebroken in het belang van de verkeersveiligheid. Enkele schuren- waaronder een eekschuur - konden blijven staan. In de molen werd vroeger niet alleen graan gemalen maar ook eikenschors. De gemalen schors -eek genoemd - werd aangewend in de leerlooierij.
Generaties lang behoorde de molen toe aan de familie Van de Poll. We weten dat een zekere Hendrik van de Poll, geboren in 1760 en overleden in 1847 de molen al in eigendom had. In 1899 brandde de molen af en werd nog hetzelfde jaar herbouwd.

Garderen: De molen De Hoop is een in 1852 gebouwde windmolen vlak bij de plaats van de afgebrande achtkantige houtenmolen uit ongeveer 1700. In maart 1853 is de molen in gebruik genomen. De molen staat in Garderen aan de Oud Milligenseweg 7, in de Nederlandse provincie Gelderland. In de molen is het VVV-kantoor gevestigd. Al in 1434 werd er windrecht betaald en moet er in Garderen al een molen gestaan hebben. In 1677 is de toenmalige standerdmolen omgewaaid en vervangen door een nieuwe standerdmolen, die ongeveer 20 jaar later afbrandde. Hierna is de achtkantige houtenstellingmolen gebouwd.

Baard
De molen is een ronde bakstenen korenmolen van het type stellingmolen met oorspronkelijk 2 koppel maalstenen, één voor het malen van graan voor consumptie en één voor veevoer. Het koppel voor veevoer werd ook gebruikt voor het malen van eek (gedroogde eikenbast). Daarnaast was er een koppel pelstenen voor het pellen van gerst. De plaats waar deze pelstenen gezeten hebben is in de balken nog te zien.

Afgesleten, oude pelsteenloper
Nu is er nog maar 1 koppel maalstenen aanwezig met een doorsnede van 140 cm. De kunstmaalstenen met een speciale, harde laag aan de maalzijde zijn maalvaardig, en worden gebruikt al naargelang de behoefte. De kunststeen scherpt zichzelf doordat de groeven (uitslag) van een iets zachter materiaal gemaakt zijn dan de kerven. De steenspil is van hout met een tap- en klauwijzer en de bolspil is een pennetjeswerk. De romp was vroeger aan de west- en noordwestzijde bepleisterd om vochtdoorslag tegen te gaan. De koppen van de balken aan de westzijde zijn verzwakt door vocht en worden ondersteund door sleutelstukken.

De wiekenvorm is Oudhollands en de vlucht 25,20 meter.

De houten, rietgedekte kap van de molen is nu voorzien van een zogenaamd Engels kruiwerk, hetgeen een kruiwerk met 33 gietijzeren rollen is. Vroeger was er een neutenkruiwerk. De Vlaamse vang bestaat uit 4 vangstukken en is voorzien van een vangtrommel, waardoor deze lichter te bedienen is. Vroeger werd de vang bediend met een wipstok. De 300 cm lange vangbalk oefent bij het vangen (remmen) op het sabelijzer een vangkracht van ongeveer 610 kg uit.

De bovenas met nummer 211 uit 1859 is van gietijzer en gefabriceerd door L.I. Enthoven & Co., 's-Gravenhage. De as wordt gesmeerd met reuzel. Om het bovenwiel heen zit ter voorkoming van slijtage bij het remmen met de vang een ijzeren band, de hoep of voering. De kammen (tanden) op de wielen en de rondselstaven worden tweemaal per jaar met bijenwas behandeld.

Wassen (met bijenwas insmeren) van de staven
De molen is gerestaureerd (hersteld) in 1934, 1938, 1957, 1970, 1993 en 2006. In 1998 zijn de kruisarmen in het bovenwiel versterkt met merbau en is de lange spruit vervangen met bilinga (Nauclea trillesii, een houtsoort uit tropisch West-Afrika). In 1938 zijn de wieken voorzien van stalen roeden in plaats van houten en gestroomlijnd met een van "Bussel" voorzoom (Busselneus). Later is deze voorzoom weer vervangen door een gewone voorzoom. In 1969/70 zijn er nieuwe stalen roede van de firma Derckx aangebracht. In april 2010 is de gebroken halssteen vervangen.

De molen wordt nog gebruikt voor het malen van graan, zoals gerst, rogge, maïs en tarwe voor veevoer.

Elspeet: De molen De Hoop is een in 1894 gebouwde windmolen en staat aan de Molenweg 12 in Elspeet in de Nederlandse gemeente Nunspeet. Deze half belt-, half stellingmolen is gebouwd ter vervanging van een standerdmolen die was afgebrand. De belt- en stellinghoogte bedraagt 3,60 meter. Bij de restauratie in 2012 is rondom de molen een nieuwe belt aangebracht en is het stellingdeel verdwenen.

Stelling
De Hoop is een achtkante houten korenmolen met drie koppel maalstenen. Onderin de molen staat op een maalstoel het elektrisch aangedreven koppel. De windgedreven koppels hebben 16der kunststenen. Het houten achtkant was oorspronkelijk gebouwd als poldermolen in Wateringen, en werd in 1894 verplaatst naar Elspeet. De molen was een ondermolen; de bijbehorende middenmolen Maria-Antoinette staat in het Brabantse Zeilberg.

De staat waarin de molen verkeert is uitwendig goed, maar het binnenwerk is nog slecht. In de molen zitten nog diverse, ijzeren assen met door riemen aangedreven wielen.

Het gevlucht was 22,50 m. en had fokwieken met remkleppen. De ijzeren binnenroe was van fabrikant Schuitema en de geklonken buitenroe van de Belgische fabrikant Verhaeghe. De buitenroe was over twee heklatten (ongeveer 80 cm) verlengd met een gelast deel. Het gevlucht wordt op de wind gezet met een kruirad, vroeger met een kruilier. De kap van de molen draait op een Engels kruiwerk.

De gietijzeren bovenas van de firma Enthoven uit 's-Gravenhage stamt uit 1847 en is 4,40 m. lang. Hierdoor ligt de zeer zware penbalk ver naar voren en zit er tussen de penbalk en de korte spruit een lange, zwaar uitgevoerde balk.

Penzijde bovenas. Penbalk naast ijzerbalk.
De molen wordt gevangen (geremd) met een Vlaamse blokvang, die bediend wordt met een vangstok.

Voor het luien (ophijsen) is een elektrisch luiwerk aanwezig.

In 1962 en 1972 is de molen gerestaureerd. Op vrijdag 16 juli 2010 werd om 11.30 uur een starthandeling voor een nieuwe restauratie verricht. De restauratie zou uitgevoerd worden door het molenmakersbedrijf Groot Roessink uit Voorst, maar is overgenomen door Groot Wesseldijk uit Lochem. Op 3 november 2010 werden de wieken verwijderd en de kap en het rollenkruiwerk afgenomen. Op 22 juli 2011 is de herstelde en met nieuw riet gedekte kap weer op het houten achtkant geplaatst. Ook is de weeg en het rietdek op het houten achtkant hersteld. Tevens zijn de korte en lange spruiten en de houten achtkant opnieuw geverfd. De lange spruit is van ijzer. De staart is geheel vernieuwd. Op 18 juli 2012 zijn de fokwieken met remkleppen gestoken, waardoor de molen weer draaivaardig is.

Nunspeet:In 1886 brandde de molen helemaal af door blikseminslag. Omdat de molen toen nog echt in gebruik was, moest er heel snel weer een nieuwe molen komen. Molenbouwer firma Ten Sijthof uit Deventer had al een molen in onderdelen klaar liggen, voor een zaak in Limburg. Die zaak was failliet gegaan, dus kon de molen met paard en wagen naar Nunspeet worden vervoerd. (ong. 60 km.)

Na hard werken was de molen 6 weken later klaar en weer in bedrijf. De hele molen kostte toen f 6.000,-. Tot de Tweede Wereldoorlog lagen er drie koppels stenen in de molen voor het malen van tarwe, rogge en veevoer. Daarvan resteert alleen nog een koppel 17er maalstenen met een regulator voor het malen van tarwe Tot 1968 is de molen in bezit gebleven van fam. Van de Bosch, maar de molen had toen al jaren niet meer gedraaid, omdat hij in een zeer slechte staat verkeerde. Wel werd de nu nog in de molen aanwezige elektrische hamermolen gebruikt om graan van de boeren te malen. Ook is er nog een haaks drijfwerk van de vroegere koekenbreker te zien. In 1968 werd de toenmalige veevoederzaak inclusief de molen gekocht door G. Timmer. In 1974 deed hij aanvraag voor restauratie maar het duurde tot 1982 eer de restauratie gereed was. De totale restauratie kosten bedroegen toen f 300.000,- . Vanaf die tijd wordt er ook weer gemalen met de molen. Door de gietijzeren bovenas (nu als decoratie bij de ingang) uit 1867 zijn in 1982 nieuwe ijzeren roeden met een Oud-Hollandse tuigage en een vlucht van 23.9 m. gestoken. Met het kruirad achter aan de staart wordt het Engels kruiwerk onder de kap in beweging gebracht.

Hulshorst: Molen De Maagd is een korenmolen in het Nederlandse dorp Hulshorst die werd gebouwd in 1894. In 1960 werd de molen gerestaureerd als rijksmonument maar raakte daarna weer in verval. Na een tweede restauratie is de molen sinds 1988 weer geheel maalvaardig. De Maagd heeft 2 koppels maalstenen waarmee op beroepsmatige basis graan wordt gemalen.

Harderwijk: De windkorenmolen De Hoop staat aan de Havendijk 2 in Harderwijk. De stellingmolen is gebouwd als vervanging van een eerdere molen uit 1911 aan de Strandboulevard, die in 1969 uitbrandde. Hoewel het plan voor herbouw op een andere locatie al snel kwam, heeft herbouw door diverse omstandigheden lang geduurd. Voor de nieuwe molen De Hoop is gebruikgemaakt van de romp van de Molen van Reerink te Oldenzaal. Deze is in 1993 door de Harderwijker Molenstichting aangekocht. De molen is herbouwd door de firma Vaags uit Aalten. In 1998 werd De Hoop in bedrijf gesteld en in 1999 werd hij voor het publiek geopend.

De houten achtkant stamt uit 1779. Toen werd de in 1693 in Weesp gebouwde molen na brand herbouwd. In 1913 werd de molen gesloopt en vervolgens in Oldenzaal weer opgebouwd ter vervanging van de Bisschopsmolen, een standerdmolen. Begin september 1993 werd het houten achtkant overgebracht naar Harderwijk en in 1995 werd met de opbouw van de molen aan de Vissershaven begonnen. Bij de invaart herinneren de drie gevelstenen aan dit verleden.

De Hoop heeft drie koppels maalstenen, waarvan één koppel elektrisch wordt aangedreven. Er is een koppel met 17der (150 cm doorsnede) blauwe stenen en een koppel 17der kunststenen. Het elektrisch aangedreven maalkoppel heeft ook 17der kunststenen.

De gietijzeren bovenas is in 1997 gegoten door de Gieterij Hardinxveld en heeft het nummer 77.

Het gevlucht heeft fokwieken met remkleppen. De gelaste, 26,30 m lange roeden zijn in 1997 gemaakt door de fabr. Buurma/Naaijer en hebben de nummers 343 voor de binnenroede en ... voor de buitenroede. De molen wordt gevangen (geremd) met een Vlaamse blokvang, die wordt bediend met een wipstok. De vang bestaat uit vijf vangstukken. In de ezel zit voor het scharnieren van de vangbalk een schuif, waardoor een traploze afstelling van de vangbalk mogelijk is.

De kap heeft een Engels kruiwerk, dat wordt bediend met een kruirad met rondgaande kruiketting.

Het maalgoed wordt geluid (opgehesen) met een sleep luiwerk. De luitafel drijft ook andere werktuigen aan met behulp van aandrijfriemen.

De lange spruit ligt achter het bovenwiel. Het oude bovenwiel, dat nu op de maalzolder staat, is vervangen door een nieuw bovenwiel.

Voor alle caches geldt:

Ze zijn toegankelijk van zonsopkomst tot zonsondergang.
Blijf ten alle tijden op wegen en paden.
Voor de eindcache kan het zijn dat u iets van het pad af moet.
Maak geen gebruik van vuur (in welke vorm dan ook).
Laat al het leven heel en laat het staan waar het staat.
Neem verpakkingsmiddelen van etens- en drinkenswaren weer mee of gooi ze weg in een afvalbak.
Pas op voor teken, ze kunnen de ziekte lyme overbrengen.

Met dank aan de gemeente Ermelo voor het mogen leggen van deze cache.

Additional Hints (Decrypt)

baqre tebra

Decryption Key

A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M
-------------------------
N|O|P|Q|R|S|T|U|V|W|X|Y|Z

(letter above equals below, and vice versa)



Reviewer notes

Use this space to describe your geocache location, container, and how it's hidden to your reviewer. If you've made changes, tell the reviewer what changes you made. The more they know, the easier it is for them to publish your geocache. This note will not be visible to the public when your geocache is published.