Skip to content

Fietsen vanuit Ermelo archeologische parels Multi-Cache

Hidden : 6/19/2013
Difficulty:
1.5 out of 5
Terrain:
3 out of 5

Size: Size:   small (small)

Join now to view geocache location details. It's free!

Watch

How Geocaching Works

Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions in our disclaimer.

Geocache Description:

Deze serie caches is gemaakt voor fietsers die er een dag(deel) op uit willen trekken om te genieten van de natuur rond Ermelo. Iedere tocht heeft een eigen thema. De lengte van de tocht(en) is 50+ kilometer. Tijdens deze tocht wordt u gewezen op de archeologische bezienswaardigheden die er rond Ermelo te zien zijn.

Parkeren kan op bovenstaand coordinaat. Deze tocht is krap 50km lang.

Als een cache lang bestaat kunnen dingen veranderen. bij de ze is dat ook het geval tekst per 19-6-2015 bij wp1 aangepast.
Het schijnt dat 2 wp's niet nauwkeurig zijn. Tekst en additionals ook aangepast.
Aangepast op 8-8- 2013.

Parkeren bij P Drieseberg

Alle plekken hier beschreven zijn te bezoeken, op de plekken zelf komt u meestal geen informatie tegen over wat er te zien is (neem daarvoor deze beschrijving mee).

Vanaf de parkeerplaats gaat u richting wp1 en komt u door het,

Speulder- en Sprielderbos
De naam van dit bos verwijst naar de boeren (erfgronden) die woonden in de 2 gehuchten die aanspraak maakten op deze gronden. Ze werden geëxploiteerd door 2 maalschappen. Deze maalschappen bepaalden het gemeenschappelijke gebruik van de gronden. Hierdoor is het bos bespaard gebleven van roofbouw en kreeg de verstuiving hier geen kans, mede omdat de grond hier vruchtbaarder was, is het bos blijven bestaan. Het Speulder- en Sprielderbos ligt op de stuwwal Ermelo - Garderen - Kootwijk ontstaan in het saliën. En is met zijn 300 hectaren het grootste beukenbos van Nederland.
De maalschappen bepaalden dat de rechte bomen gekapt mochten worden. Deze waren minder bewerkzaam en leverden meer hout op. Zodat de kromme bomen bleven staan en dit verklaard de naam Dansende bomenbos, zoals het Speulder en Sprielderbos ook wel genoemd wordt.. Het gebruik van het bos is vanaf de 13e eeuw beschreven maar ook van daarvoor zijn aanwijzingen dat het bos beheerd werd. In een acte uit 855 staat dat er 35 varkens niet meer of minder gehouden mochten worden in een stuk bos dat overging van de ene eigenaar naar een andere.
Bij Drie (thri) heeft zich een gemeenschap kunnen vestigen doordat er water bleef staan in het solsegat of dat op deze plek welwater naar boven kwam. Oostelijk van Drie ligt een celtic field (een akker complex) uit de ijzertijd. Een celtis field werd omwalt met een wal waarop struiken werden geplant zodat wilde dieren niet of moeilijker bij de gewassen konden komen. Was een perceel uitgeput van voedingsstoffen. Dan werd er een nieuwe wal aangelegd iets verderop. Hierdoor ontstaat er een gebied met allemaal walletjes. Hier en daar zijn nog restanten in dit gebied van deze walletjes terug te vinden.
Het Solsegat is ontstaan door leemwinning denkt men. Er bestaan ook meerdere legendes over het Solse gat. (zie ook Sagen en legenden van de Veluwe van Jac. Gazenbeek).
Rond Drie ligt een vroeg middeleeuws grafveld enkele grafheuvels zijn vanaf het fietspad zichtbaar als u richting Garderen fietst. Toen de mensen overgingen tot het Christendom werden ze begraven in Garderen bij de kerk. De gebruikte weg draagt nog steeds de oude naam Dodenweg. Het is de zandweg die naast het fietspad ligt en richting Garderen gaat.(is afgesloten met de witte slagboom bij Drie)

u komt nu bij het Solsegat.
wp 1 Solsegat
N 52 15.344 E 005 39.961
Het totaal aantal zitplanken van de 3 zitmogelijkheden rondomom het Solse gat + 1 .
B =

Van hier fietst u naar:
Bergsham
De omgeving van Garderen kenmerkt zich door het reliëf van de stuwwal Ermelo - Garderen - Kootwijk. Zuidelijk van Garderen is deze stuwwal goed te zien. En sluit hij aan op de oostelijke stuwwal. Verder is hij vrijwel overal aan het oog onttrokken, omdat hij is afgedekt met stuifzand. Echter in de buurt van Garderen is hij in zijn volle glorie te zien en ziet men de contouren van het saaliën. Vanaf de molen te Garderen heeft men een mooi uitzicht over de oostelijke helling van de stuwwal. verder kon men in vroeger tijden toen het overal heide was ook vanaf Bergsham ver kijken. Het hoogste punt van de stuwwal is meer dan 50m boven NAP. Dit was in de bronstijd al een begraafplaats. De hier liggende grafheuvels onderscheiden zich van andere omdat ze erg hoog liggen en het familie graven zijn waar bijzettingen hebben plaats gevonden. In 1 heuvel tot wel 50 graven.
Onder de flank van de stuwwal hebben mensen gewoond omdat daar water voorhanden was. Er zijn hier celticfields gevonden (akkercomplexen) en een plek die als dorpswaterput gezien kan worden 35m in doorsnede en 2,5 m diep. De omgeving van Bergsham is nu groen echter in 1900 was het hier paars van de heide. Nabij de nederzettingen lagen bosschages waar de boeren hun gerief hout vandaan haalden. Dit is ook te zien aan de vorm van de bomen, veelal recht omhoog gaande stammen. Bij de overgang naar de heide was er opslag van eik, de schapen deden zich hieraan te goed en de eiken groeiden niet uit tot volwaardige bomen. Toen de schapen rond 1950 verdwenen groeiden deze bomen uit tot Anton Pieck achtige bomen. Grillig gevormde bomen met kromme knoestige uitgroeiende stammen. Ze heten ook wel Strubben.

wp 2 Bergsham
N 52 13.054 E 005 40.831
Het aantal grote rode letters op het info bord. D =

Na het bezoek aan Bergsham gaat u naar: de Hunneschans die bij het Uddelermeer ligt. (zie ook gc15wgj van GreekDutch Alliance met dank om hun beschrijving te mogen gebruiken)

Het Uddelermeer is een klein meertje ten zuidwesten van het dorpje Uddel. Het meer is bekend omdat er in de directe omgeving veel archeologische vondsten zijn gedaan die aantonen dat het gebied al sinds de prehistorie werd bewoond. Zo zijn er enkele grafheuvels uit de bronstijd en is er een hunneschans (ringfort) dat dateert uit de 10de eeuw na Chr. Men gaat ervan uit dat de bewoners het water van het meer voor hun dagelijks levensonderhoud gebruikten.
Ten tijde van Koning Willem I (1815-1840) deed het meer dienst als koninklijke visvijver. Tegenwoordig behoort het gebied toe aan Kroondomein Het Loo.

Rond het Uddelermeer hebben in de prehistorie al mensen gewoond. dat waren jager- verzamelaars. later gevolgd door mensen van het Trechterbekercultuur die er landbouw bedreven. ook zijn hier omheinde ruimten bloot gelegd die zeer waarschijnlijk gebruikt zijn voor rituele doeleinden. de grafheuvels en de grafvondsten laten zien dat hier tot ver in de bronstijd geleefd is.
Aan d e oostzijde van het meer bevind zich een groot verdedigingswerk welke rond 900 voor Chr. gebouwd is. maar waarom hier is altijd een vraag gebleven.

Wat echter weinig mensen weten, is dat het Uddelermeer in een pingoruïne ligt. Een uniek verschijnsel in Nederland, maar het Uddelermeer is op zijn eigen manier ook daar weer uniek in.

Pingo
Een pingo is een bolle heuvel met een bevroren lensvormige ijskern die kan ontstaan in gebieden waar de ondergrond permanent bevroren is (permafrost). Het grondwater onder deze bevroren ondergrond staat onder zeer hoge druk en wanneer er een scheur ontstaat in die bevroren ondergrond dan wordt het water omhoog gedrukt. Het water kan echter niet door de bevroren bovengrond heenkomen, het bevriest en zet uit. Onder dit ontstane ijs blijft het water druk uitoefenen waardoor het ijs en de bovengrond verder omhoog geduwd worden. Zo ontstaat er in het landschap langzaam een heuvel genaamd 'pingo'. Pingo's groeien gemiddeld een paar centimeter per jaar en het kan daarom tientallen jaren duren voordat er een duidelijke heuvel zichtbaar is. Het woord pingo is afkomstig uit de taal van de Inuit (Eskimo's) en betekent letterlijk ‘kleine heuvel die groeit’. Tegenwoordig kan je pingo’s onder andere vinden in de toendragebieden van Groenland, Alaska, Spitsbergen en Siberië, zo tussen de 65º en 75º noorderbreedte. Soms worden ze wel tot 50 meter hoog en meer dan 2 kilometer breed.

Pingoruïne
In Nederland heerste een toendra klimaat tijdens het Weichsel-glaciaal, zo’n 116.000 tot 11.500 jaar geleden. Door de permafrost konden ook hier toen pingo’s ontstaan. Toen het klimaat tegen het einde van het Weichsel-glaciaal warmer werd, ontdooide eerst langzaam de top van de pingo en later ook de ijskern. Waardoor de pingo inzakte en gesteentematerialen (sediment) uit de keileemlaag langs de flanken naar beneden gleden. Uiteindelijk blijft er een krater in het landschap achter (omringd door een wal met van de heuvel afgegleden materiaal) een zogenaamde pingoruïne. Vaak vormt zich in de krater een meertje, dat in de loop van duizenden jaren langzaam opgevuld wordt met veen. In het veen wordt, door de pollen en zaden die er in terechtkomen, informatie opgeslagen over de vegetatie, welke gebruikt kan worden om het klimaat dat tijdens de opvulling heerste te reconstrueren. Pingoruïnes vormen dan ook de best gedocumenteerde geologische klimaatarchieven.

Het Uddelermeer is om twee redenen een unieke pingoruïne in Nederland. Ten eerste is de locatie uniek. Het grondwater bevindt zich op de hoge en droge Veluwe namelijk tientallen meters onder het maaiveld, te diep om een pingo te kunnen vormen. Echter in het gebied tussen Uddel, Speulde en Staverden komt het grondwater tot vlak onder het maaiveld. De oorzaak hiervan is een kleilaag, ontstaan als smeltwaterklei dat aan het einde van het Saalien (130.000-240.00 jaar geleden) in een meer is afgezet. Het regenwater kan niet dieper in de grond wegzakken dan tot aan de kleilaag, waardoor het grondwater vijf tot tien meter hoger staat dan in de omgeving. Zo’n 14.000 jaar geleden was het daardoor mogelijk dat er hier een pingo ontstond.
Ten tweede is het Uddelermeer de diepste pingoruïne van Nederland. Hoewel het meer zelf maar twee meter diep is, bevindt zich onder de laag water nog meer dan vijftien meter organogeen sediment (veenslik). De diepte van de pingoruïne is dus ruim zeventien meter en dat is twee maal zo diep als andere pingoruïnes in Nederland die gemiddeld zo’n acht meter diep zijn. Het Uddelermeer heeft een langgerekte vorm en meet 150 bij 300 meter. Het volume bedraagt ongeveer 400.000m³. Er moet dus een aanzienlijke ijslens in de pingo hebben gezeten.

wp 3 de Hunnenschans
N 52 14.804 E 005 45.817
Het aantal infozuiltjes op deze plek: C =

U gaat nu verder naar een voorde in de Leuvenumsebeek deze beek veranderd steeds van naam afhankelijk langs welke plaats hij stroomt. Een voorde is een doorwaadbare plek in een rivier of beek. Dit was tevens de plek waar vaak wegen langs gingen zodat de overkant van het water bereikt kon worden zonder al te veel oponthoud of schade aan goederen en karren. En tevens een plek waar vaak een plaats ontstond omdat daar goederen langs kwamen en mensen zich er gingen vestigen. Er zijn hier wel mensen gaan wonen maar het is niet uitgegroeid tot een plaatsje.

wp 4 oversteekplaats beekje
N 52 16.236 E 005 44.597 in de berm / het bos staat een betonnenzuil met info.
hoeveel letters staan er rondom deze infoplaquette? (stapeltellen) = F

Van Hier gaat u naar een gebied waar de restanten te zien zijn van oude beekbeddingen.

De droge beek bij Elspeet

Het landschap rond Elspeet ligt er rimpelloos bij. Echter er tekenen enkele langgerekte laagten af. Dit zijn oude beekbeddingen die vroeger uitkwamen in de Staverdensebeek.
Zeker 4 van deze beddingen zijn er te ontdekken. Ze maakten deel uit van een gebied waar in de eindfase van het saalien een smeltwatermeer lag. Oostelijk van Elspeet in de randzone van de stuwwal, zijn diep uitgesneden droge dalen, in het westen zijn de dalen opgevuld met zand en ander materiaal van de gletsjers. Door menselijke activiteiten zijn deze kleine verschillen in hoogte nog verder afgevlakt, waardoor ze nauwelijks zichtbaar zijn.

Deze stroompjes hebben echter wel een grote invloed gehad op de geschiedenis van dit gebied. Het water was net als de zanderige bodem een goede combinatie voor de prehistorische mens om er te gaan wonen en er een boeren bestaan te beginnen. Rond 3400 v. Chr. zijn hier mensen zich gaan vestigen rond zo'n beekje en vormden zo het gehucht Elspeet. Van dit gehucht weten we verder niet zoveel, de meeste geheimen zitten nog onder de grond en zijn nog niet onderzocht. Of zijn door de bedreven landbouw hier ter plaatse vergaan door dat boeren niet wisten dat hier verborgen bodemschatten liggen. Er zullen meerdere woonplekken moeten zijn maar deze zijn nog niet ontdekt.
Lange tijd is aangenomen dat de naam Elspeet voortkomt uit de laat middeleeuwse bosontginning. (oude split) oude ontginning. Zo zou later ook Nunspeet zijn naam hebben gekregen door de nieuwe bosontginning ( nieuwe spit ). Dit gehucht werd al snel groter en overschaduwde het oude gehucht. Oude Spit, door de ontginning van het gebied is er nog maar weinig zichtbaar van het reliëf van het gebied. Waardoor het punt van ontspringen van de beek niet meer te achterhalen is. Maar wel dat ze uitkwamen in de Staverdense beek. Na de 13de en 14de eeuw komen de benamingen Elspeet en Nunspeet (in een iets andere vorm) wel voor in geschriften.

wp 5 de droge beek ligt tussen de Schapedrift en Stakenbergerweg in de buurt van de Schotkamp.
N 52 18.850 E 005 45.782 (in zuidelijke kijkrichting ligt de Droge beek)
E = u staat hier bij een Vogelkers = 2, Beuk = 3, Berk = 4 Eik= 5, Walnoot = 6, Spar =7, Douglas = 8

Rond 1844 werden archeologen geattendeerd op een heidenskamp op de Ermelose heide, een ruitvormig omwald terrein.
Het staat nu bekend als een terrein waar een Romeins leger 1 of meer nachten overnacht heeft. Zonder dat we weten waarom de Romeinen zover noordelijk van de Rijn geweest zijn.
Na een dagmars moesten de militairen een veilige nacht plaats aanleggen. Dit deden ze door een geul te graven en een wal op te richten van het zand wat hierdoor vrijkwam. In de wal werden dan nog palen geplaatst met scherpe punten. Voor de in- en uitgangen werden nog extra wallen gemaakt waardoor je niet in een rechte lijn het kampement in kon komen. Men gaat ervan uit dat dit kampement rond 170 na CHR is gemaakt. In 1922 werd pas duidelijk dat het om een Romeins dagmarskamp ging. Het gebied is doorsneden door de
N 302 en is ruim 9 Ha groot.
Verder komen op dit stuk heide gebied meerdere heuveltjes voor welke grafheuvels zijn ongeveer 40 in getal. Het golvende landschap is ontstaan in het salien.

wp 6 dagmarskamp
N 52 16.958 E 005 41.376
De hoogte van de wal plus diepte van de greppel in cm (stapeltellen) A =

Van hier gaat u naar de Groevenbeekse Heide.
Deze heide was ooit de plek waar in de oudheid mensen begraven werden 3400 v Chr. het klokbekervolk. Eerst in grafheuvels later in urnen. Nog weer later toen de mensen bekeerd waren tot het Christelijke geloof 855 na Chr.( eerste vermelding Irminlo = Ermelo)werden de mensen begraven in geweide grond. Dat was de grond in en om de kerk.
Op de Groevenbeekse heide ligt een rij met grafheuvels, men gaat er tegenwoordig vanuit dat hier vroeger een prehistorische weg gelopen heeft. Waar de mensen hun geliefden langs hebben begraven. In de heuvels liggen soms meerdere graven ( familiegraf) waardoor de heuvel hoger en groter werd.
Op het punt waar u de vraag beantwoord en dan over de heide kijkt ligt rechts achter op deze heide nabij het spoor het restant van Neerlands grootste urnenveld. Links kunt u meerdere grafheuvels in het veld ontdekken.

wp 7 De Groevenbeekse heide een vroegmiddeleeuwse dodenakker.
N 52 17.242 E 005 36.846
U staat hier bij een ? (stapeltel het aantal letters) G=

Wie door de drukte van wandelaars en fietsers heen kijkt zal in de weidsheid van deze plek de prehistorische uitstraling zien.
Het is eeuwenlang een traditie geweest om de doden ten zuiden van de gemeenschap te begraven zo ook rond Ermelo. De eerste grafheuvels die hier liggen zijn van de enkelgrafcultuur en Klokbekercultuur de laatste stammen uit de 4e eeuw voor christus. Er hebben hier 350 kleine en grote grafheuvels gelegen.
Bij opgravingen zijn hier meer dan 200 graven blootgelegd, waarvan sommige met skeletresten. Vele graven waren oost west georiënteerd wat samen met het ontbreken van bijgiften als aanwijzing gezien kan worden dat de overledenen waren bekeerd tot het christendom. Dit grafveld is tot de 9e eeuw gebruikt. Aannemelijk is dat het daarna verplaatst is naar de gewijde grond rondom het eerste godshuis in Ermelo.

U heeft nu alle gegevens om de eindlocatie te berekenen.
De stash ligt vlak langs het pad.

Eindcoordinaat:
N 52 17.(A/2)BD
E 005 38.G (E*2)(C-2)

wp 8 ref tunneltje voor een veilige oversteek.

N 52 17.214
E 005 37.500

Voor alle caches geldt:
Ze zijn toegankelijk van zonsopkomst tot zonsondergang.
Blijf ten alle tijden op wegen en paden. Voor de eindcache kan het zijn dat u iets van het pad af moet.
Wandel met aangelijnde honden.
Maak geen gebruik van vuur (in welke vorm dan ook). Laat al het leven heel en laat het staan waar het staat.
Neem verpakkingsmiddelen van etens- en drinkenswaren weer mee of gooi ze weg in een afvalbak.
Pas op voor teken, ze kunnen de ziekte lyme overbrengen.

Additional Hints (Decrypt)

npugre qhooryr obbz

Decryption Key

A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M
-------------------------
N|O|P|Q|R|S|T|U|V|W|X|Y|Z

(letter above equals below, and vice versa)