Bepaal aan de hand van de omschrijving welk gerecht er wordt bedoeld en stapeltel de woordwaarde van elk gerecht tot 1 cijfer.
Om te beginnen, twee amuses:
A: Een Spaanse koude soep van groenten en kruiden
B: Een mengsel van garnalen, salade en een dressing waar traditioneel drank in wordt verwerkt (meestal whisky)
Gevolgd door twee soepen:
C: Een Italiaanse (maaltijd)soep met vele ingrediënten. Deze soep is een echte kliekjessoep en wordt ook wel “grote soep” genoemd omdat het zoveel ingrediënten bevat. Let op: deel het antwoord door 2!
D: Deze vissoep met schelpen wordt veel gegeten in New England. Let op: deel het antwoord door 3!
En we gaan verder met drie voorgerechtjes:
E: Een Frans gerecht dat zowel als voorgerecht als bijgerecht kan worden gegeten. Deze kleurrijke schotel bestaat uit gestoofde groenten en wordt vooral veel gegeten in de Provence.
F: Dit klassiek Italiaanse voorgerecht van kalfsvlees met een saus van tonijn, lijkt een vreemde combinatie, maar is overheerlijk. Let op: deel het antwoord door 3!
G: De Italiaanse tegenhanger van tapas en mezze. Een licht hapje dat zowel als voorgerecht als tussendoortje geserveerd kan worden. Let op: gebruik het enkelvoud van dit woord en niet het meervoud!
Om de honger tot het hoofdgerecht te stillen, even een fris tussengerecht:
H:Deze salade dankt zijn naam aan het Waldorf-Astoria Hotel in New York City. (“salade” telt mee in de woordwaarde)
Je hebt toch nog wel honger? We gaan door met twee hoofdgerechten:
J: Deze Italiaanse specialiteit wordt gemaakt door stukjes kalfsvlees te omwikkelen met prosciutto en salieblaadjes. Vervolgens smoor je het vlees in witte wijn. Let op: deel het antwoord door 2!
K: Deze kleine , zoete, dikke pannenkoekjes worden onterecht aangezien voor een typisch Nederlands gerecht. Van oorsprong is dit gerecht, dat je klaarmaakt in een traditionele gietijzeren plaat of pan, namelijk Frans. Let op: vermenigvuldig het antwoord met 3!
En voor wie nog een gaatje over heeft, we sluiten af met drie nagerechten:
L: Dit kleine cakeje met een rijke decoratie (vaak een combinatie van een glazuur, de zogenaamde icing, met daarop nog bijvoorbeeld glitters, suikerparels of marsepeinen figuurtjes. Let op: we zoeken hier naar het enkelvoud van het woord.
M: Dit (waarschijnlijk) Franse nagerecht wordt soms warm geserveerd, maar hoort koud opgediend te worden. Onmisbaar bij het maken van dit gerecht is een gasbrandertje. (let op: gebruik de naam van dit gerecht zonder leestekens (zoals é) als je een woordwaardeteller gebruikt, sommige tellers nemen namelijk anders deze letters niet mee in de berekening)
N: Een Nederlands nagerecht met als hoofdingrediënt bessensap. Daarnaast bevat dit gerecht onder andere krenten en rozijnen.
De cache is te vinden op: N AB°CD.EFG E 00H° JK.LMN
FTF - Heracross
STF - speed27
TTF - siemp