De code van Margaretha van
Constantinoble
Steekspel riddertraining in de
middeleeuwen
Een steekspel is een competitie tussen twee, of meer, ridders te
paard. Elke ridder rijdt tegen een van de andere ridders, tot ze
allemaal tegen elkaar hebben gereden. Ze proberen hierbij elkaar
van hun paard te steken met een lans. Het steekspel ontstond in de
hoge middeleeuwen (1000-1250) en bleef populair tot ver in de 16e
eeuw. Het was tevens een training voor oorlogsvoering in rustig
tijden.
Het steekspel was eigenlijk een elitaire topsport. Deelname
stond alleen open voor ridders. De deelnemers waren welgesteld en
konden beschikken over personeel, een goed paard, een degelijk
harnas en over de vrije tijd om zich te bekwamen in het steekspel.
Gedurende de paar eeuwen dat het steekspel in zwang was ontstonden
verschillende varianten met verschillende regels en verschillende
gradaties van de hoeveelheid risico die ermee gepaard ging, zoals
bijvoorbeeld botte versus scherpe lanspunten. Ook de 'hitzones' op
het lichaam, en de daar aan verbonden puntentelling, konden
variëren. Hoogste punten werden toegekend als het lukte de
tegenstander daadwerkelijk uit het zadel te lichten. Aan het eind
van het steekspel ging het erom wie de meeste punten had
vergaard.
De ridders konden tijdens steekspelen aantonen hoe moedig en
capabel ze waren. Tegelijkertijd waren steekspelen
'vriendschappelijke oefenwedstrijden' die de ridders bezighielden
in tijden van vrede. In oorlogstijd stonden ze tegenover elkaar op
het slagveld, om dezelfde vaardigheden te testen, maar dan op leven
en dood. Dit laatste is slechts een betrekkelijk verschil,
aangezien er regelmatig dodelijke slachtoffers vielen tijdens het
spel.