Skip to content

Merovingisch grafveld Traditional Cache

This cache has been archived.

aturenhout: Helaas geen goede plek meer te vinden.

More
Hidden : 5/24/2012
Difficulty:
3.5 out of 5
Terrain:
1.5 out of 5

Size: Size:   small (small)

Join now to view geocache location details. It's free!

Watch

How Geocaching Works

Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions in our disclaimer.

Geocache Description:

Cache

De cache bevindt zich ten Noord-oosten van het Merovingisch grafveld, welke deel uitmaakt van het ontwikkelingsplan; De Horn. De eigenaar heeft toestemming gegeven voor plaatsing van deze cache.


Van een Merovingsch grafveld tot een moderne woonwijk

Algemeen

Rijnsburg is gelegen in het voormalige mondingsgebied van de Oude Rijn. De oude dorpskern bevindt zich ter plaatse van een oeverwal van deze rivier. Deze wordt doorsneden door enkele kreeksystemen die zorgden voor de afwatering van het achterland. Dit achterland is te vinden in het noorden van de gemeente en bestaat uit parallel lopende strandwallen met daartussen veen- en kleigebieden.De huidige Vliet is het relict van de belangrijkste kreekloop binnen de gemeente die als een lint door het dorpscentrum loopt. Behalve de relatief hoog en droog gelegen strandwallen waren ook de hoog opgeslibde oeverwallen langs de kreek een ideale vestigingsplaats voor de mens. >

Geologie van de Horn

De geologische gesteldheid binnen het plangebied De Horn is bepaald door een samenspel van twee elementen: een strandwal en een kreek. De strandwal loopt van noord naar zuid midden door het plangebied en splitst zich ter hoogte van het Moleneind in twee uitlopers. Aan de noordzijde ligt deze tot vlak onder de huidige bouwvoor, maar naarmate men verder zuidelijk komt duikt deze steeds dieper de ondergrond in. De strandwal is ontstaan ten tijde van het Laat Neolithicum, rond 2300 v. Chr. Buiten de strandwal is in deze periode onder invloed van het getij zeeklei afgezet. Gedurende de Bronstijd groeide over deze kwelderafzettingen een veenpakket, dat bekend staat als het Hollandveen. Op de strandwal ontwikkelde zich oude duinen. Een deel van deze oude duinen is tussentijds door winderosie over een deel van de kleiafzettingen aan de oostzijde van de strandwal heengestoven, waarna zich hierover opnieuw veen heeft afgezet.

Uit het inventariserend onderzoek binnen het gebied De Horn I is gebleken dat de top van het duin op de strandwal is geërodeerd door een actieve getijdegeul, een voorloper van de huidige Vliet. Deze getijdegeul moet vlak ten noorden van het plangebied, ter hoogte van waar nu het Oegstgeesterkanaal ligt en ook aan de zuidzijde door de strandwal zijn heengebroken. In welke mate de rest van de strandwal aan erosie onderhevig is geweest is niet direct te zeggen, maar is door de aanwezigheid van de Vliet over een deel van de strandwal wel te verwachten. Deze toenemende invloed van de zee kan waarschijnlijk worden geplaatst in het begin van de ijzertijd rond 800 voor Chr. (de Duinkerke I transgressiefase). Tijdens een rustiger fase van de kreek werd over de top van de strandwal een dun kleidek afgezet. Blijkens het gebruik van de lagere rug van de strandwal als akker in de Late IJzertijd en/of de Romeinse periode, is deze kleiafzetting te dateren in de Midden tot Late IJzertijd (circa 500–12 voor Chr.), oftewel het einde van voornoemde transgressiefase. Buiten de strandwal was toen sprake van een kweldergebied.

Gedurende de Late IJzertijd en/of de Romeinse tijd zijn op de strandwal sporen van akkers en overig landgebruik te verwachten, zowel op de hoogste delen als op de flank. De hogere delen zijn tevens delen waar daadwerkelijk bewoningssporen verwacht kunnen worden. Deze delen zullen in die periode niet frequent overspoeld zijn, hooguit tijdens extreme hoogwaterstanden kunnen zij ondergelopen zijn.

De getijdegeul (de Oude Vliet) degradeerde waarschijnlijk in de Romeinse tijd tot een restgeul, met een betrekkelijk geringe getijdewerking. De meandering kwam toen al min of meer overeen met het patroon dat we tegenkomen op de vroegst betrouwbare kaart van het gebied uit het begin van de 17e eeuw. De geul bleef open als afwateringsgeul van het achterliggende gebied. De Vliet ontsprong in die tijd ergens in het veengebied ten oosten van Sassenheim en vervolgde al kronkelend zijn weg naar de Oude Rijn.

Vermoedelijk reeds vanaf het einde van de Vroege Middeleeuwen trad in het gebied een periode van vernatting in. De Oude Vliet slibde in deze periode verder dicht en de laatste restgeul van dit systeem kwam nabij de huidige sloot aan de westkant van het terrein te liggen; een sloot die nog steeds een meanderachtige vorm heeft. Naast de restgeul werd een brokkelige kwelderklei afgezet. Deze kwelderlagen behoren bij de laatste marien beïnvloede sedimentatiefase in het gebied. Het hoogste punt waarop deze afsluitende kleilaag op het terrein van De Horn I ongestoord herkenbaar is bedraagt +0,26 m NAP; verder is de afsluitende kleilaag opgenomen in de bouwvoor. Omdat er ook een kleiige bouwvoor aanwezig is over de strandwalafzettingen (met in de top de cultuurlaag) zullen aan het einde van de Vroege Middeleeuwen ook deze hogere gelegen delen geregeld overstroomd zijn. Deze overslibbing (vernatting) houdt geenszins verband met een sterke toenemende mariene invloed in het voormalige mondingsgebied van de Oude Rijn. Door de geleidelijke maar voortdurende zeespiegelstijging (circa 10 cm per eeuw) en de relatief gebrekkige afwatering (door dichtslibben en verkleinen van de getijdegeulen) stijgt tijdens de Middeleeuwen de maximale waterstand in het voormalige estuarium. Het is niet uit te sluiten dat al tijdens het gebruik van de vroegmiddeleeuwse begraafplaats sprake was van een toenemende vernatting. De periodiek hoge waterstanden in de Vroege – Late Middeleeuwen doen zich met name voor tijdens hoge waterafvoeren vanuit het achterland, maar ook tijdens (enkele historisch bekende twaalfde-eeuwse) extreme stormvloeden kan het water in het oude mondingsgebied nog hoog hebben gestaan.

Het probleem van de wateroverlast veranderde ook niet na de definitieve sluiting van de Oude Rijnmond aan het einde van de 12e eeuw. Integendeel, na de afsluiting verslechterde de afwatering in het voormalige mondingsgebied steeds meer, omdat voor het uit het achterland komende water geen uitweg naar zee meer voorhanden was. In de tijden dat het gebied periodiek blank stond kon een dun laagje klei worden afgezet. Dit houdt dus in dat een deel van de kleiige bouwvoor na de 12e eeuw kan zijn afgezet. Vanwege deze geregelde overlast van het binnenwater was het gehele gebied in de Late Middeleeuwen waarschijnlijk alleen geschikt als gras- en/of hooiland. Mogelijk werd op de hogere delen van de rug bij tijd en wijle geploegd. Dit wijst niet gelijk naar akkerbouw; het kan ook het resultaat zijn van het scheuren van grasland.

De meander van de Oude Vliet, die het onderzoeksterrein omgeeft, is herkenbaar op de oudst bekende redelijk betrouwbare en gedetailleerde kaart van Rijnsburg, de kaart van het Hoogheemraadschap Rijnland door Floris Balthasars en Balthasar Florisz. uit 1615. Ook de benaming de oude Vliet, staat op deze kaart. Tot 1966 maakte de meander deel uit van de grens met de gemeente Oegstgeest. Ze staat op dezelfde kaart uit 1615 dan ook vermeld als de scheijsloot (oude scheidsloot). Men neemt aan dat het gedeelte van de huidige Vliet vanaf het Moleneind naar het oosten richting de Warmondse Leede via Oegstgeest is gegraven rond 1130, dit om de aanvoer van bouwmateriaal voor de Benedictessenabdij in het dorpscentrum bij de kerk beter mogelijk te maken. Dit klooster was rond deze tijd gesticht door Petronella van Holland. Ook de huidige Vlietloop door het centrum van het dorp zou door ‘kanalisering’ in deze tijd zijn ontstaan. Het Oegstgeester Kanaal langs de noordzijde van het plangebied De Horn is gegraven in 1841. De aanleiding hiervoor was de voorgenomen drooglegging van de Haarlemmermeer, waardoor de berging van boezemwater in het hoogheemraadschap Rijnland te klein zou worden. Een deel van de uitgebaggerde grond is uitgespreid over een circa 60 à 75 m brede strook langs de zuidzijde van het kanaal. Hierdoor is een deel van de oude Vlietmeander dichtgegooid.

De huidige bouwvoor is 50 tot 60 cm dik en bestaat vooral uit humeus zand. Ten behoeve van de tuinbouw en bloementeelt is in de loop der tijd relatief veel duinzand opgebracht om een lichter bewerkbare en minder natte bodem te verkrijgen. Het opbrengen van zand gold met name bij het inkuilen van kisten met tulpenbollen, ten behoeve van het ‘trekken’ van tulpen. De bodem ter plaatse is geclassificeerd als licht zavelige tuineerdgronden. Door het tot drie schopsteken toe omspitten en later ook diepploegen is het oorspronkelijke reliëf enigszins teniet gedaan.

Merovingsch grafveld

Binnen het plan “De Horn”, liggen een aantal archeologische vindplaatsen. De belangrijkste daarvan is het vroegmiddeleeuwse grafveld (datering ca. 560–725 na Chr.), een beschermd archeologisch monument. Dit grafveld is een voor West-Nederland zeldzaam fenomeen. Begraafplaatsen uit deze periode komen in deze regio maar weinig voor, bovendien is het vrijwel het laatste exemplaar waarvan nog delen onaangetast in de bodem bewaard zijn gebleven. Het is landschappelijk gunstig gelegen op de hoogste delen van de hier aanwezige strandwal. Ten zuiden daarvan, op de lagere flank van de strandwal, zijn sporen ontdekt van een akker die dateert uit de Late IJzertijd en/of de Romeinse tijd, mogelijk ook nog uit de Vroege Middeleeuwen. In de nabijheid van de oude Vlietmeander zijn zeer verspreid vondsten gedaan uit de prehistorie tot in de Volle Middeleeuwen.

Ontwikkelingsplan De Horn

De oude meander van de Vliet, die dwars door het gebied loopt wordt in ere hersteld en slingert als een van de ruimtelijke dragers door het plan. De meander geeft samenhang binnen De Horn en vormt een belangrijke ruimtelijke verbindingsschakel tussen het geïsoleerde gebied met Rijnsburg en met name het dorpscentrum. Andersom legt het wandelpad langs de meander een relatie vanuit het dorpscentrum naar de oever van het kanaal: een aantrekkelijke wandeling.

De Vlietmeander slingert om het Merovingisch grafveld. De archeologische vindplaats wordt als een cultuurhistorisch belangrijk element ingepast in het plan waardoor een park ontstaat. Een park niet alleen bedoeld voor de nieuwe bewoners van De Horn, maar ook als uitloopgebied voor de huidige bewoners, voor een ommetje of als speelplek voor kinderen uit de omgeving. Bebouwing vormt het kader van het grafveld en vormt de Merovingische Hof.
Terugkijkend vanaf het grafveld bestaat een vrij zicht op de kerktoren van Rijnsburg.
De Vlietmeander verder volgend slingert deze vervolgens om de plek waar de fundamenten van de oude molens zijn aangetroffen. De plek waar een kunstwerk zal worden gerealiseerd dat verwijst naar beide molens.
De Hof van De Horn, doorkruist door de Vlietmeander en gelegen bij de hoofdentree van het gebied, geeft De Horn een duidelijk afgebakend en herkenbaar hart. De centrale ligging - van het Plein - maakt dit ook de meest geëigende plek voor de school.
De bebouwing aan de westzijde van de Hof ligt op enige afstand van de bestaande bebouwing waarmee een goede overgang naar de bestaande bebouwing van de Collegiantenstraat wordt gerealiseerd en verschillende tijdsbeelden op een evenwichtige wijze worden samengebracht rond het ‘Collegiantenpark’.

De ligging tegen het Oegstgeesterkanaal wordt benut door in het gedeelte ingeklemd tussen het kanaal en de Vliet ‘wonen aan het kanaal’ vorm te geven in het deelgebied de ‘de Waterhof’.


Nieuwe situatie


De Horn

De cache is goed te bereiken.


Regelmatig zijn hier hangjongeren aanwezig, dus pasop met het zoeken naar de cache. Ook zijn hier regelmatig vissers aan de waterkant. Na het loggen de cache weer goed bedekken. Graag bij uitnemen van een TB of coin, hiervoor een ander terug plaatsen.

Additional Hints (Decrypt)

Pnpur yvtg ovaara 50 pz ina urg svrgfcnq.

Decryption Key

A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M
-------------------------
N|O|P|Q|R|S|T|U|V|W|X|Y|Z

(letter above equals below, and vice versa)