
De Dorpskerk is het oudste rijksmonument van Barendrecht. Het gebouw heeft zeer grote cultureel historische waarde. Het gebouw werd ingewijd op 2 mei 1512, als Rooms-katholieke kerk en het is sinds 1574 eigendom van de Hervormde gemeente Barendrecht.
De oudste geschiedenis van het Dorp.
In het jaar 1006 kwam een gebied, waarin het huidige dorp Barendrecht ligt, in handen van het bisdom Utrecht. Het maakte deel uit van de Riederwaard. Er was sprake van drie ambachten: Carnisse, West- en Oost Barendrecht. Het gebied werd reeds in de 12e eeuw bewoond. In 1374 overstroomde het hele gebied. Pas na 110 jaar(!) in 1484 besloot men het Binnenland van Barendrecht opnieuw in te polderen. Onderstaande kaarten geven enerzijds een indicatie van de grenzen van de drie genoemde ambachten en anderzijds een overzicht van de bedijkingen van de polders langs de Oude Maas.
De (oudste) kerk van Barendrecht.
Het Evangelie van Jezus Christus was al vroeg bekend in deze streek. Er is al omstreeks het jaar 1100 sprake van een kerk in het ambacht Carnisse. Qua ligging wordt gesproken over het eilandje "Den Ouden Dijck". Bekend is dat deze omgeving in 1361 werd bedijkt, maar in 1374 overstroomde het hele gebied inclusief die kerk, die op een terp was gebouwd, om de kerk ten tijde van overstromingen bescherming te bieden. Nadat de oorspronkelijke kerk (die naar alle waarschijnlijkheid op dezelfde plaats heeft gestaan als de huidige Dorpskerk) bij de overstroming van 1374 verloren ging, werd de parochie opgeheven en waren de overgebleven mensen van het zwaar gehavende dorp kerkelijk aangewezen op Heerjansdam.
De huidige Dorpskerk is dus niet de eerste kerk van wat nu de gemeente Barendrecht is!
Het oudste document, dat spreekt van een kerk in (West) Barendrecht, is een akte gedateerd 18 februari 1264. Deze, in het Latijn gestelde, akte bevindt zich in het nationaal archief. Daarin staat onder meer beschreven de stichting van een kerk in Barendrecht, verder wordt vermeld dat het patronaatsrecht van deze kerk toebehoort aan de Abdij van Sint Paulus te Utrecht.
Een andere bron spreekt als volgt:
"De kerck van Barendrecht staende jegenwoordigh onder West-Barendrecht is gestelt bij de ingelanden van 't Oude land van Barendrecht als klaerlijck te sien is in de reekeningen van de selve lande van de jaren 1510, 1511, 1512, alwaer staen alle d'kosten van 't genen tot deselve kerck soo van een vont, kaske tot relequien, die als tot aanbouw van deselve verstrekt sijn, als mede dat de Vrouwe van Wassenaar als doen Vrouwe van Oost-Barendrecht daer over is gesproocken, ende dat selve kerck op den anderen dag in Mey 1512 is geweijt: ende liggen de drie voorgemelde reekeningen in de lange houte kist, staende op het comptoir van mij H. v.d. Dussen, heer van Oost-Barendrecht.
Eind 14e eeuw werden er nieuwe plannen gemaakt voor kerkbouw. In 1510 werd begonnen met de bouw van de huidige kerk. Het polderbestuur, het Heemraadschap, heeft de Dorpskerk gesticht en de bouwmaterialen ervoor aangekocht. Overigens blijkt uit een telling in het jaar 1515 dat Barendrecht toen zo'n 250 parochianen telde. Overigens zijn er bij de restauratie van de kerk in 1960/'62 in het schip van de huidige kerk resten gevonden van een muur, die erop zouden kunnen wijzen dat er nog een kapel van veel oudere datum op deze locatie heeft gestaan. Helaas is daar bij de toenmalige restauratie geen aandacht aan geschonken en ook niet gefotografeerd. De Dorpskerk verbergt zodoende nog een geheim . . .
De onderste steen.
Aan de buitenzijde van het koor bevindt zich in de oosterlijke muur een nis waarin, in de periode dat de kerk Rooms-katholiek was, een beeld heeft gestaan.
Onder de nis is een gedenksteen geplaatst die in 1771 bij de eerste uitbreiding van de kerk, in de grond achter de kerk is gevonden. Deze steen heeft als inscriptie:
"INT JAER JHU CHI M CCC L XX IIII BRACK DIT LANT VA BARENDRECHT I"
(in hedendaags Nederlands:)
"In het jaar onzes Heren 1374 werd dit Land van Barendrecht overstroomd".
Het is een herinnering aan de watervloed van 9 oktober 1374, waardoor o.a. de gehele Riederwaard overstroomde. Daardoor kwam ook Barendrecht tot het jaar 1484 onder water te staan.
In het koor bevond zich een lage deur, die als toegang diende tot de apsis, waarin het altaar stond. Toen, na de Reformatie die deur haar functie had verloren, is de deur dicht gemetseld. Dit is nog duidelijk te zien aan de buitenzijde. Aan de binnenzijde is dit aan het oog onttrokken door de houten lambrisering waartegen banken zijn geplaatst.