De polder lag in het ambacht (later: de gemeente) Alkemade en werd in het noordoosten begrensd door de Nieuwe Wetering en verder door een ringdijk, die in het westen langs de Rijnlandse boezemwateren Koppoel, Kleipoel en Ade liep. Langs de Nieuwe Wetering had de polder geen eigen ringdijk. De ringdijk van de Gogerpolder, die ten oosten van de Nieuwe Wetering lag, diende volgens het octrooi van 1744 ook als ringdijk van de Drooggemaakte Veender- en Lijkerpolder. In de Nieuwe Wetering en in de ringsloot van de Gogerpolder moest de Drooggemaakte Veender- en Lijkerpolder sluizen onderhouden. Hoewel bij een overeenkomst tussen beide polders uit 1883 bovengenoemd gedeelte van de ringdijk van de Gogerpolder nog altijd ook als ringdijk van de Drooggemaakte Veender- en Lijkerpolder werd beschouwd, bestond bij het bestuur van laatstgenoemde polder de neiging de huiserven aan de westzijde van de Nieuwe Wetering als ringdijk te beschouwen. De Nieuwe Wetering behoorde tot het grondgebied van de Veender- en Lijkerpolder buiten de bedijking, evenals de ringsloot die langs een groot deel van de ringdijk van de Drooggemaakte Veender- en Lijkerpolder lag.
Na 1955 werd het zuiden van de polder doorsneden door het tracé van rijksweg 4A (thans de A 4). Aansluitend vond een ruilverkaveling plaats. In verband met deze ruilverkaveling werd het zuidelijke gedeelte van de ringdijk van de polder, gelegen tegenover de Veenderpolder, afgegraven.
In het kader van de concentratie van polders binnen het hoogheemraadschap van Rijnland werd de polder op 1 januari 1979 opgeheven en opgenomen in het nieuw gevormde waterschap De Oude Veenen.
L.F. Teixeira de Mattos, De waterkeeringen, waterschappen en polders van Zuid-Holland I ('s-Gravenhage 1906) 274-280 en 294-295
Archief van de polder inv.nrs 177, 194 en 202.