Skip to content

Kuebas di Koraal Tabak [SOC-005] EarthCache

This cache has been archived.
Hidden : 3/24/2014
Difficulty:
3 out of 5
Terrain:
2.5 out of 5

Size: Size:   other (other)

Join now to view geocache location details. It's free!

Watch

How Geocaching Works

Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions in our disclaimer.

Geocache Description:

Go happy, go geocaching



For English scroll down, thank you.

Thanks for translating to Mamavan5 (and Papavan5)

 


 

DE GROT VAN KORAL TABAK

Deze Earthcache brengt u naar een van de minder bekende grotten op Curaçao.

De Grot van Koraal Tabak ligt vlak onder de top van de Seroe Kibrá Picá op ongeveer 40 meter hoogte, in een rest van het Hogere Terras dat hier zeer dun is geworden en met spleten en holten doortrokken is.

De grot is ongeveer 50 meter lang, evenwijdig aan de terrasrand gemeten.

Deze grot is gelegen nabij de ru•ne van landhuis Koraal Tabak. De grotten op Curaçao werden vroeger door de oorspronkelijke bevolking van Curaçao bewoond zijnde indianen. De huidige bewoners van de grot zijn kolonies vleermuizen. Deze scheren veelal weg zodra er onrust in de grot is. Wees echter niet bevreesd, want op Curaçao komt geen rabiës voor. Overbodig om te zeggen dat er respectvol dient te worden omgegaan met de leefomgeving van deze dieren. Overigens komen er 8 soorten vleermuizen voor op het eiland.

ONTSTAAN VAN GROTTEN OP CURACAO

Kalksteen wordt, in vergelijking met de meeste andere gesteenten, gemakkelijk door water aangetast. Zeer zeker als het kolzuurhoudend regenwater betreft. Elke opening, of het nu een speet of een gat is, waar water door stroomt, wordt door de tijd heen steeds wijder. Er kunne hierdoor op daarvoor geschikte plaatsen holtes ontstaan. De aard van koraalkalk maak gemakkelijk indringen van regenwater mogelijk. Koraalkalk is veelal sterk gebroken. Vaak is het poreus en permeabel. Permeabel is een duur woord voor doorlaatbaar. Het oppervlaktewater kan dus gemakkelijk doordringen naar de diepte. Alle ruimten die bij deze verticale waterbeweging ene rol spelen, zullen daarbij steeds meer worden verwijd, zodat tenslotte zelfs bij de hevigste regenbuien vrijwel geen afvloeien langs het oppervlak meer plaatsvindt. De ontwikkeling van een landschap met een dergelijke overgang van bovengrondse naar ondergrondse afwatering heet "verkarsting".

Alle opgeloste en medegenomen bodemdeeltjes worden met het water de diepte ingevoerd. Waar het karstoppervlak langdurig met een grote hoeveelheid vreemd bodemmateriaal wordt overstoven kan een verstopping van de afvoerkanalen optreden. Dit zal dan leiden tot het herstel van een bovengrondse afwatering, soms zelfs tot zoute slibvlakten. Het herstel is wel van een gebrekkig niveau. Dit proces speelt zich onder meer af op de Benedenwindse Eilanden ten westen en zuidwesten van gebieden die uit gemakkelijk verweerbaar gesteente bestaan. Het binnengedrongen regenwater zal aan de basis van het kalksteen over een minder doorlaatbaar gesteentelaag afstromen, of het zal zich voegen bij een korstwaterlichaam dat zich in de holruimte van de kalksteenformatie bevindt, om pas elders aan den dag te treden of ondergronds in zee af te vloeien.

In de theorieën over grotvorming speelde aangaande het oppervlak van dit karstwater twee opvattingen een rol die in hoofdzaak tegenover elkaar stonden: Volgens theorie één speelt het holenvormende proces zich voornamelijk af boven de karstwaterspiegel waarbij grote waarde wordt toegekend aan de mechanische werking van het water. Volgens theorie twee worden de meeste grotten onder dit waterniveau gevormd door de oplossende werking van het water. Dit vooral bij waterbeweging in een systeem van volkomen gevulde ruimten.

Voor de grotten in de kalksteenterrassen van de Benedenwindse Eilanden kunnen wij aannemelijk maken dat de tweede theorie van toepassing is en de grotten dus in hoofdzaak door oplossing zijn ontstaan in een tijd dat zij nog geheel met grondwater waren gevuld. Duidelijk aanwijzingen voor een dergelijke ontstaanswijze van de kalksteengrotten van de Bovenwinden ontbreken.

Het is redelijk onwaarschijnlijk dat toen de holen door het dalen van de grondwaterspiegel bijna geheel waren leeggelopen, de afslijpende werking van het water nog belangrijk is geweest. In deze latere perioden werden in de lagere delen de fijne verweringsproducten afgezet die de grotbodem nu nog grotendeels bedekken. Dit soms met een korst van brosse kalksteen die is ontstaan door aaneenkitten van calcietkristalletjes.

Voor zichzelf spreekt dat bij dit alles de ligging, de vorm en andere eigenschappen van het kalksteenplateau van grote invloed waren op de vorm van de grotten als ook op de plaats van hun ontstaan.

Een zeer dominante andere vormgevende factor hangt samen met het gemak waarmee de stukken afbreken en delen van gesteende die niet aan de drukoverbrenging deelnemen. Deze zijn logischerwijs namelijk aan rek onderhevig. In het bijzonder door instorten en afspringen ontstonden hoge, gewelfde ruimten. Tevens ontstonden door dit proces ook veel openingen in het dak van grotten. Bevond zich na instorting nog water in de grot dan werd het puin hierdoor aangetast en geheel of ten dele opgelost en afgevoerd. Daar waar de grot al drooggelopen was bleef alles liggen in de vorm van puinkegel onder het hoogste punt van de grot.

Het eerste stadium van de grotontwikkeling, het holen vormende proces, is met het droogvallen afgesloten. Het tweede wordt gekenmerkt door dominant intreden van een omgekeerd werkend proces: druipsteenafzetting. Overigens betekent dat niet het einde van alle holenvormende processen. Het oppervlaktewater gaat door met het verwijden van spleten en het vormen van oplossingsholten op daarvoor geschikte plaatsen. Hierdoor continueert op deze wijze het verruimen van reeds bestaande grotten. Dit gesteente-oplossend-proces boven de karstwaterspiegel zorgt er voor dat het materiaal wordt geleverd voor de druipsteenafzettingen.

Ten slotte wordt het stadium bereikt waarbij de grot een "dode" grot is geworden doordat ook de gesteente-oplossing boven het karstwaterniveau en de druipsteenafzetting inactief zijn geworden.

In het algemeen is dit de normale ontwikkeling bij een verticale ontwatering van een karstgebied, waardoor ten slotte het regenwater te kort door het bovenliggende gesteente wordt vastgehouden om nog veel kalksteen te kunnen oplossen. Naast een doorlatender en dunner worden van de plateaukalksteen kunnen daarbij vanzelfsprekend factoren zoals vermindering van neerslag, kaalkap en verdwijnen van de verweringsproducten in de bovengrond, op dit opdrogen van de grotten en de verwering van de druipsteenafzettingen van grote invloed zijn.

De meeste grotten op de eilanden Aruba, Bonaire en ook Curaçao verkeren in dit stadium van aftakeling waarbij het oplossings- en verweringsproces aan de lucht steeds meer een rol gaat spelen. Er is veel druipsteen, maar slechts zelden vindt er nog actieve afzetting plaats.

Grotten-in-wording vinden wij in beginsel overal beneden de karstwaterspiegel – waarbij echter rekening moet worden gehouden met de mogelijkheid dat het hier ook kan gaan om grotten die door een relatieve daling van (een deel van) het eiland opnieuw beneden het grondwaterniveau zijn terecht gekomen (zoals in Zuid Bonaire).

Waar de golven lange tijd achtereen tegen de rotsen slaan, ontstaat, door het schuren van door het water meegevoerde vaste bestanddelen, en verder door het aantasten van het water al of niet in samenwerking met organismen, een oplossings- en brandingsnis, die de kalk rots even boven de waterlijn ondermijnt. Is de bouw en de samenstelling van het gesteente onregelmatig, doordat er gaten, spleten, of minder weerstand biedende plekken aanwezig zijn, dan vormen zich op deze plaats holten, die een aanzienlijke diepte kunnen bereiken. De grotere onder hen, de zogenaamde brandingsgrotten, zijn over het algemeen breed. Tevens hebben ze een weinig ingewikkelde vorm en bezitten gladde, kale wanden.

Oplossingsnissen en brandingsholten vinden wij overal waar het water thans tegen de kalk-rots klotst, en waar dit vroeger gebeurde, toen de zee op relatief hoger niveau de steile terrasranden uitsneed welke thans als opgeheven kliffen over grote lengte op de Benedenwindse Eilanden zichtbaar zijn gebleven.

Plattegrond en doorsneden van de Grot van Koraal Tabak, gelegen in een rest van het aldaar reeds zeer dun geworden Hogere Terras, dat veel spleten en gaten vertoont.
(Kaart: J.G. de Jong, februari 1960
Uitgave: Natuurwetenschappelijke Studiekring voor Suriname en de Nederlandse Antillen 1979)

LOGVOORWAARDEN

Mail de CO de antwoorden op onderstaande vraagstellingen. Deze worden vervolgens beoordeeld op juistheid. Zijn de antwoorden incorrect of wordt er gelogd zonder mail te hebben mogen ontvangen zal de "found"-log worden verwijderd. Dit klinkt streng en dat is het ook, echter, geniet van deze omgeving. Het is een uniek plekje op Curaçao.

 

VRAAG 1
Verklaar de herkomst van de term verkarsting

VRAAG 2
Wat is de diepte van deze grot

VRAAG 3
De grot is een droge winderige plaats. Hoe is dt te verklaren


 

THE CAVE OF “KORAAL TABAK”

This Earthcache will bring you to one of the less known caves in Curacao.

The Cave of Koraal Tabak can be found just below the top of the Seroe Kibrá Picá on 40 metres height. It is a dry and windy cave in a small and highly cavernous and fissured remnant of the Higher Terrace with an altitude of about 40 m.

The length of the cave, parallel to the cliff is about 50 m.

The cave is located near the ruins of the manor house ‘Koraal Tabak’. The caves were once inhabited by Arawak Amerindians, the original inhabitants of Curacao. The current residents are colonies bats. In case of danger or any threats in the cave, the bats will fly away. But no worries the bats on Curacao are not infected with rabies. Needless to say that you should deal respectfully with the habitat of the bats. There are 8 species of bats on Curacao.

THE FORMATION OF CURACAO-CAVES

Limestone is, compared to most other rocks, easily affected by water. As time passed the limestone, which is permeable and soluble, was eroded by water. Weak carbonic acid in rainwater, reacting with the chemicals in the rock, dissolved and eroded away the limestone as the water filtered into the underlying depths of sediment. Large hollow solution cavities were formed in the limestone in this way.

Two basic types of theories concern the water conditions when the cave formed. One theory suggests that solution of the cavity occurred while the limestone was above the level of groundwater (water table) and that the cavity was largely filled with air. And the other theory claims that the cavity formed when it was below the level of groundwater when it was completely filled with water.

As to the origin of the first mentioned caves we may assume that they developed mainly as a result of solution in times when they were still completely filled with cavern water. The different levels on which they are situated can be correlated to periods with constant water level. It goes without saying that the location, shape and other properties of the limestone plateau were a major influence on the shape of the caves but also the place of origin of the caves. The wide, lowroofed rooms of the caves owe their existence mainly to the action of the surf that attacked the caves which became exposed in the steep seaward cliff of the windward coast of the islands. Similarly the entrances of the caves were not enlarged, because they were situated much higher so that the surf could not reach them in times. The development of a landscape with such a transition from open-cast to underground drainage is called ‘verkarsting’.

When, as a result of the lowering of the groundwater level the caves were almost completely drained, the lower parts of the cave floor became covered with a brittle, slightly consolidated sediment, consisting chiefly of calcite scales, deposited after periodical inundations. After the water had receded much dripstone developed that later became inactive and subject to weathering. At present most caves have reached the stage in which all dripstone activity has completely stopped: they have become ‘dead’caves and many of them have fallen into decay.

Most cave formations on Aruba, Bonaire, but also on Curacao are common but often badly weathered, growing formations (or speleothems) are rare.

Map and cross-sections of the Cave of Koraal Tabak
(KMap: J.G. de Jong, February 1960
publication: Natuurwetenschappelijke Studiekring voor Suriname en de Nederlandse Antillen 1979)

CONDITIONS FOR LOGGING

Mail the CO the answers to the questions below. Next they are judged on accuracy. When the answers are wrong or logged without having received any mail than the found-log will be deleted. This seems harsh and that is exactly what it’s meant to be, however, enjoy this environment. It is a unique spot on Curacao.

QUESTION 1
Explain the origin of the term verkarsting.

QUESTION 2
What is the depth of this cave.

QUESTION 3
The cave is a dry windy place. How could this be explained.



Curacao Geocaching Absolutely Essentials

Water Particularly when the heat picks up, don't take a chance with dehydration. Take along a water bottle or two to keep yourself going.
A pen Although larger caches and some micros will have a pen or pencil, many will not. Pens dry out in the elements. So you really should always bring your own.
Hiking boots Sneakers will do for some urban caches, but most caches on Curacao are located in rougher the terrain. They provide superior sole and ankle support and have saved me from cactus needles more then once.
Thorns All plants on the island are 'pika', so wear boots, long trousers and other protection.
Poisonous Plants There are a few on the island so watch out for them.
A Cell phone Or better a smartphone, so you can call for help, use it as a backup-GPS and take some nice pictures.
CITO please do collect and dispose of litter found along the way.

Additional Hints (No hints available.)