De molen werd te Noorderwijk in 1841 opgericht door G. Verlinden. Waarschijnlijk betreft het hier een verplaatsing vanuit Antwerpen: het voorwiel is een armwiel (= een oude constructie). In 1852 was een zekere Bouwen er molenaar en in 1906 kwam hij in handen van Alfons De Ceuster. Op de standaard staan de jaartallen 17 JULY 1868 en 28 JUNY 1875. Deze data wijzen op de vervanging van respectievelijk de standaard en de steenbalk. Volgens overlevering was de molen bij de vervanging van de standaard ongeveer 100 jaar oud.
De molen was tot 1960 voor het windmaalbedrijf in gebruik: op 19 november 1960 overleed de toen 78-jarige molenaar Fons de Ceuster. De molen kwam in verval, ondanks zijn bescherming als monument op 6 november 1961.
Op initiatief van de nieuwe eigenaar Robert Hoeben-Somers uit Antwerpen werd de molen in 1967 hersteld door de molenbouwers Caers uit Retie. Sinds 1970 doet de molen dienst als buitenverblijf.
De vroegere roeden waren twee buitenroeden, fabr. Verhaeghe. De eigenlijke buitenroede was nr. 1048 en werd in 1927 voor deze molen gemaakt. De als binnenroede dienstdoende roede zat eerst sinds 1925 in de molen van L. Vits in Tienen, verhuisde daarna naar het "Duvelken" in Dessel en werd tenslotte in 1953 door Fons de Ceuster aangekocht, ter vervanging van de houten borstroede. Op 7 april 1983 werden twee nieuwe Verhaegheroeden gestoken, nrs. 1306 en 1307. De plaatsing en afwerking gebeurde door molenmaker Rik Caers en zoon Paul. Verder werd ook de windweeg opnieuw beplankt.
Er zijn twee koppels kunststenen van 1,5 meter. De overbrenging is 1 op 4. Het voorwiel op de molenas is nog uitgevoerd als een armwiel.
In 1997 werden alle bomen rond de molen gerooid, zodat de biotoop nu optimaal is. Rudi Hoeben, zoon van Robert Hoeben-Somers, laat de molen regelmatig draaien.