Ontstaan van het landgoed
In de 16e eeuw stond er een boerderij met landerijen in een Clinge, een duinvallei. Rond 1590 kocht Phillip Doublet deze boerderij en bijbehorende landerijen. Zijn kleinzoon, Phillip Doublet III brak de boerderij af, en bouwde er een landhuis. Daarnaast werden de landerijen omgetoverd tot een tuin in barokstijl. Bij de keuzevoor deze stijl speelden zijn vrouw Suzanna en schoonvader Constantijn Huygens (de bekende dichter, geleerde, diplomaat en componist) een grote rol. Als de vaderlandse geschiedenis een beetje roestig is, hier een afbeelding van Constantijn Huygens:
Landgoed Oosterbeek
In 1804 kreeg het landgoed Clingendael een nieuwe eigenaar, Baron J.W. van Brienen van de Groote Lindt. Het landgoed bleef in handen van de familie, die ook het ernaast gelegen landgoed Oosterbeek had verkregen. In 1839 werd het dan ook samengevoegd, enkel een kleine gracht scheidde de beide landgoederen. Tot aan de dood in 1939 van “Freule Daisy” , oftewel Marguérite Barones van Brienen, bleef het eigendom van de familie. Ook op het landgoed Oosterbeek stond een landhuis, dit werd echter gesloopt in de 19e eeuw. Op dit landgoed vindt men nu nog een groot vogelreservaat, en was er voor de tweede wereldoorlog de plaats van de tweede filmstudio van Nederland. Deze waren echter na de oorlog dusdanig beschadigd dat dit deel van het park werd ingericht als sprookjespark. Op onderstaande foto uit 1953, zie je een deel van dat park, het sprookje van Roodkapje.
Rijkscommissaris Arthur Seys-Inquart
Volgens de verhalen had Arthur Seys-Inquart van Himmler een tip gehad, neem bij aankomst in een stad of dorp gelijk het grootste en mooiste huis in beslag, en ga er zelf wonen. Op die manier laat je de lokale bevolking zien wie er de baas is! Enfin, hij kwam in Wassenaar aan, en kon kiezen. Na eerst een tijdje in Kasteel Duinrell gezeten te hebben, liet hij zijn oog vallen op Kasteel Oud-Wassenaar. Dit was echter in die tijd in gebruik als hotel, dus niet echt geschikt voor bewoning. Daarna nam Arthur Seys-Inquart zijn intrek in Huize Clingendael. Hij liet onder andere de grafstenen van de hondenbegraafplaats van Freule Daisy platleggen, uit angst dat er sluipschutters achter konden schuilen. Ook werden er op het landgoed meerdere bunkers gebouwd. Iets verderop kan je dan ook de virtuele cache “Super Seys” vinden. Op onderstaande foto zie je deze hondenbegraafplaats zoals hij nu is.
Na de oorlog
Na de oorlog werd het eigendom van Baron Edgar Michiels van Verduynen. Hij ging er wonen met zijn vrouw, en ook de Duitse Baron Johann von Ripperda. Een paar jaar na het overlijden van Baron Edgar Michiels van Verduynen werd het landgoed in 1953 verkocht aan de gemeente Den Haag. De tuinen werden gelijk opengesteld voor het publiek. De baronesse bleef echter wonen in het landhuis, tot haar dood in 1968. Ook de zoon van de Duitse Baron bleef in het koetshuis wonen. Onderstaande foto is waar plaatje, een mooi doorkijkje op het park.
Huys Clingendael
Het door Phillip Doublet III gebouwde Huys Clingendael is door de loop der jaren meerdere keren verbouwd, zo werd het in 1914 door architect Johan Mutters, en een jaar later werd er een stuk aan toegevoegd door de bekende architect Co Brandes. Ook in de oorlog vonden er natuurlijk meerdere aanpassingen plaats. In diezelfde oorlog vormde het hele gebied onderdeel van de Atlantikwall, maar het huys mocht blijven staan, omdat het de woning was van rijkscommissaris Seys-Inquart. In 1982 vond de laatste grote verbouwing plaats. Na deze verbouwing werd het het Nederlands Instituut voor Buitenlandse Betrekkingen Clingendael. Op onderstaande foto zie je het huis zoals het nu is.
Japanse Tuin
Wellicht het bekendste stuk van dit park, vormt de Japanse tuin. Deze werd in opdracht van Freule Daisy aangelegd. Zijzelf reisde veel, en ook vaak naar Japan. Het is de grootste Japanse tuin van Nederland, met een oppervlakte van 6.800 vierkante meter. Hij is vanwege de kwetsbaarheid slechts 8 weken per jaar geopend, en sinds 2001 een rijksmonument. In 2008 is de tuin grondig opgeknapt, elementen die in de oorlogsjaren verdwenen waren werden hersteld, en ook werd de bekende Japanse tuinarchitect Saburõ Sono door de gemeente Den Haag uitgenodigd om te snoeien. Hieronder zie je een deel van deze tuin, maar het is zeker een aanrader om na (of voor) het vinden van deze cache een bezoekje te brengen aan deze tuin! Daarbij moet je natuurlijk wel even rekening houden met de openingstijden. De zijn 6 weken rond mei, en 2 weken in oktober. Raadzaam is dus wel om even te controleren op internet of de tuin open is.