Skip to content

TW 12: De geschiedenis van Neerpelt Mystery Cache

This cache has been archived.

dagger38: #Gearchiveerd 27/03/2021#

Het wordt tijd dat deze eens opgeruimd worden ,
met de rest van mijn caches wordt het teveel werk voor (vooral deze serie)
telkens weer nieuwe logboekjes te plaatsen ,
met name door het slecht dichtmaken en terugplaatsen!.
Ze worden vandaag ook allemaal uit het veld verwijderd!

More
Hidden : 9/28/2012
Difficulty:
1.5 out of 5
Terrain:
1.5 out of 5

Size: Size:   micro (micro)

Join now to view geocache location details. It's free!

Watch

How Geocaching Works

Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions in our disclaimer.

Geocache Description:

De cache is niet te vinden op bovenstaande coordinaten. Om de cache te vinden zul je je eerst moeten verdiepen in de geschiedenis van Neerpelt. Als je hier of ergens onderweg een meneer in een scootmobiel tegenkomt, dit is geen muggler, maar de eigenaar van het bos. Hij wil heel graag een praatje slaan.

De geschiedenis van Neerpelt :
De kleine stenen voorwerpen (microlieten) die in het Hageven werden aangetroffen wijzen er op dat waarschijnlijk al in de Midden-Steentijd (4000-3000 v.C.) mensen op Neerpelts grondgebied verbleven hebben. Het is echter ook mogelijk dat deze kleine voorwerpen behoren tot de eerste boeren die zich hier tijdens de Nieuwe Steentijd (3000-2000 v.C.) kwamen vestigen.
Uit de Brons- en IJzertijd die respectievelijk in 1800 en 1000 v.C. aanvingen, zijn een groot aantal vondsten bekend. De Urnenveldcultuur situeren we op de overgang van deze twee culturen. Op de Schitsheuvel (kerkdorp Herent), nabij de Prinsenloop (kerkdorp Grote-Heide) en op De Roosen trof men grafheuvels aan. In de late IJzertijd treffen we in onze streken de Eburonen aan. Nadat Julius Caesar hen overwon trokken de Germaanse Taxandri de Kempen binnen.
Rond 250 n.C. keert het tij ten nadele van de Romeinen en uiteindelijk zullen de Franken zich rond 350 n.C in onze streek vestigen en krijgt het de naam "Toxandria".
Na een leven onder de Merovingers en Clovis ontstaan in de 7de eeuw de eerste woonkernen die bestonden uit een aantal boerderijen. Karel de Grote maakte van onze streken (het Maas-Rijn-gebied) het centrum van zijn enorme rijk. Na zijn dood zou het echter snel uiteenvallen. In deze periode kreeg de abdij van Sint-Truiden veel gronden in Neerpelt in bezit.
Rond het jaar 1000 ontstaat in onze streken het graafschap Loon.
In 1040 ging het over in de handen van de Luikse Prinsbisschop. In 1079 wordt het deel van Toxandrië waarin het huidige Neerpelt ligt, bij Loon aangehecht.
Tijdens de volle Middeleeuwen nam de bevolking toe en wijzigde de maatschappij grondig, heel wat domeinen vielen uiteen en abdijen verloren gronden. Wanneer in de 12de en 13de eeuw de economie vrijer en minder agrarisch wordt ontwikkelen de centra zich tot dorpen en kleine steden.
In de 13de eeuw is er sprake van een zelfstandige parochie en van Pelta Inferior. Deze parochie werd gesticht door de abdij van Sint-Truiden, met Sint-Niklaas als patroon. Bestuurlijk werd Loon ingedeeld in zes ambten. De graaf plaatste aan het hoofd een gewestelijke ambtenaar : de drossaard. Het ambt Pelt telde vijf schepenbanken. Dit waren burgerlijke gerechtshoven van lagere rang. Die van Pelt was bevoegd voor Overpelt, Neerpelt, Kaulille en Kleine-Brogel.
Na twee successie-oorlogen verdween het zelfstandige graafschap Loon definitief. Vanaf 1366 heerste de Prinsbisschop van Luik als graaf over onze gewesten. Loonse milities streden in de Luikse linies in de Bourgondische tijd (15de eeuw). De oorlogsschatting van Karel de Stoute uit 1470 leert ons dat Neerpelt toen ca. 650 inwoners moet geteld hebben. In de 80-jarige oorlog (1568-1648) was Loon de speelbal van de grootmachten en het slagveld van de oorlog tussen Spanje en de Noordelijke Nederlanden. Vreemde troepen hielden strooptochten. De Kempenaars mochten schansen bouwen om zich te verdedigen. In Neerpelt werden er drie opgericht : op de Grote Heide, het Broeseind en het Herent. Ze waren echter van weinig nut tegen de geregelde legers. Het was een periode van eindeloze miserie : geweld, hongersnoden en pestepidemies. Het boerenbedrijf bracht steeds minder op. Meer en meer mannen trokken naar het buitenland om er hun waren en diensten aan de man te brengen : het fenomeen van de teuten zou hieruit ontstaan.
Ondertussen begon het in Frankrijk te gisten en brak er in 1789 de revolutie uit. De Franse legers versloegen de Oostenrijkse troepen definitief in 1794. Het Prinsbisdom Luik en het graafschap Loon gaan tenonder. Loon maakt voortaan deel uit van het departement van de Nedermaas en Neerpelt is binnen dit departement een deel van het kanton Achel.
Na de nederlaag van Napoleon in 1815 te Waterloo, besliste het Verdrag van Wenen over ons lot : Loon en Luik zouden opgaan in het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden, onder koning Willem I. Deze hereniging stootte echter op verzet in de zuidelijke delen en in de septemberdagen van 1830 werd de onafhankelijkheid van België uitgeroepen.
In het midden van de 19de eeuw veranderde het leven van onze Kempische voorouders ingrijpend. Langzaam maar zeker werden ze opgenomen in de geïndustrialiseerde wereld. Het eeuwenoude agrarische karakter van de samenleving wijzigde van dan af. Ons dorp groeide vanaf dan uit tot een grotere entiteit, maar haar opgang werd afgeremd door de Eerste Wereldoorlog.
Het eerste werk dat de Kempen uit zijn eeuwenlange isolatie zou halen was het Kempisch kanaal. Het verbindingskanaal tussen Bocholt en Herentals is een aftakking van de Zuid-Willemsvaart ter hoogte van Lozen. Willem I zorgde er voor dat het kanaal, waarvan de werken onder Napoleon van Hocht tot Bree waren gevorderd, werd afgewerkt : tussen 1821 en 1829 werd verder gegraven naar Bocholt, zo naar Weert en via Someren naar Den Bosch.
Vijf jaar na de Belgische onafhankelijkheid werden de definitieve plannen gemaakt van het kanaal Bocholt-Herentals en in april 1843 ging men van start met de werken. Het eerste deel, van Bocholt via Neerpelt naar de Blauwe, werd in augustus 1844 opengesteld. In Neerpelt werden drie draaibruggen over het kanaal gelegd. Het kanaal heeft het leven in onze Kempense dorpen grondig veranderd. Allerlei produkten die vroeger amper de gemeente bereikten werden nu aangeboden en later zou zich de zware nijverheid bij het kanaal vestigen, waardoor het beroepspatroon van de Kempische mensen grondig gewijzigd werd.
De aanleg van het kanaal heeft beslissend bijgedragen tot de economische opgang van Neerpelt. De keerzijde van het verhaal is dat het dorp doormidden werd gesneden. Het kanaal was toen een echte barrière en dat is ze in de hoofden van de mensen eigenlijk tot op de dag van heden gebleven. Het kanaal Bocholt-Herentals was eveneens aangelegd met de bedoeling om de heidegronden te bevloeien en zo ontginning mogelijk te maken. Voor de boeren waren deze "woeste" gronden echter van levensbelang. De heide zorgde voor het voedsel van het vee, voor strooisel, turf, honing, enz. In 1844 was de helft van het Neerpeltse grondgebied nog ingenomen door de heide. Na de aanleg van het kanaal tussen 1843-'46 werden er maatschappijen opgericht om de ontginning ter hand te nemen. De staat zorgde voor aftappunten aan het kanaal. Er werden netwerken aangelegd van grote en kleine voedingssloten. De heide werd genivelleerd om het afwateren mogelijk te maken. Jozef Keelhoff leidde de werken.
Na afloop werd in 1847 het kruisbeeld de "Verkeerde Lieveheer" opgericht. Het beeld kreeg deze naam omdat de Christusfiguur op het kruis naar de ‘verkeerde’ kant, de linkerkant kijkt. Het doel van de aanleg van de wateringen, nl. de ontwikkeling van de lokale landbouw, werd niet bereikt. Rijke ondernemers kochten de percelen op en verkochten het gewonnen gras en hooi tot buiten de provincie. Aanvankelijk rendeerden hun investeringen. De opbrengst van de aangelegde h0oilanden was gegarandeerd door de grote vraag naar hooi voor paarden. Leger en rijkswacht hadden een omvangrijke cavallerie en het meeste vervoer gebeurde toen met paardekracht. Bij de intrede van het gemotoriseerde vervoer verloren de weteringen hun belang. Daardoor werden de groots opgezette ontginningsplannen nooit helemaal uitgevoerd, ook al omdat het vereiste water nooit kon afgetapt worden. Het debiet werd blijkbaar fout ingeschat. Verschillende investeerders verloren op die manier een pak geld.
Na het hooi werd er rond de eeuwwisseling overgeschakeld op de aanplanting van canadabomen. Per ha werden 150 bomen aangeplant, zodat de wateringen veranderden in bossen. De aanleg van de wateringen is echter geen volledig negatief verhaal. De aanleg en de uitbating ervan heeft aan duizenden arme Kempenaars werk verschaft, aan lonen die in de landbouw niet konden verdiend worden.
De tweede verkeersader die voor Neerpelt grote gevolgen zou hebben, was het spoor. In 1865 begon de maatschappij Liégeois-Limbourgeois met de aanleg van het traject Hasselt-Eindhoven. Er waren acht haltes gepland, met een grensstation te Achel. In augustus 1865 werd te Neerpelt begonnen met de bouw van een spoorwegbrug over het kanaal. In het voorjaar van 1866 was de lijn klaar en op 20 juli werd ze geopend voor het reizigersvervoer. Dagelijks reden er in beide richtingen drie treinen tussen Hasselt en Eindhoven. Men deed er twee uur over. In 1869 kwam er op dinsdag en vrijdag om 2 uur tussen Wijchmaal en Hasselt een trein bij opdat de Kempenaars in Hasselt naar de markt zouden kunnen gaan. Het geringe aantal treinen en de manke dienstregeling waren een voortdurende bron van ergernis.
Verbetering kwam er pas na de overname door de staat in 18 De IJzeren Rijn ging al snel een voorname rol spelen in het transport van landverhuizers uit Centraal Europa en Duitsland, die via de Antwerpse haven naar de Verenigde Staten trokken. Ook deze lijn werd in 1897 door de staat overgenomen. Door de kruising van deze twee spoorlijnen in Neerpelt nam het stati0n in belangrijkheid toe. Het spoorverkeer heeft een grote verandering in de Kempen veroorzaakt. De combinatie met het vervoer via het Kempisch kanaal maakte het mogelijk om allerlei produkten te transporteren. Weldra streek de zware industrie neer, die echter een zware belasting voor mens en milieu betekende en daarom elders ongewenst was. In hun zog volgden andere ondernemingen. Rond de stations verrezen hotels, cafés en winkels. Gekasseide wegen leidden naar het centrum. Het valt op dat de zware vervuilende industrie aan Neerpelt voorbijging. De sigarenfabrikanten daarentegen streken in Neerpelt neer. Deze nijverheidstak heeft aan honderden Neerpeltenaren een interessant werk bezorgd. ‘Swane’ en ‘Hillen’ werden een begrip.
In 1891 telde onze gemeente 1.924 inwoners, in 1909 al 3.856, een verdubbeling in minder dan twintig jaar. Neerpelt groeide uit tot de voornaamste gemeente van Noord-Limburg.

Additional Hints (Decrypt)

Npugre rvxrafgebax , baqre fgebaxwr mvr fcbvyresbgb

Decryption Key

A|B|C|D|E|F|G|H|I|J|K|L|M
-------------------------
N|O|P|Q|R|S|T|U|V|W|X|Y|Z

(letter above equals below, and vice versa)