|
|
In de venen tussen Vada, Rhenae en de hoge gronden van de Kraets woonden in vroegere tijden slechts arme boeren. De grond was er nat en een groot deel van het jaar nauwelijks toegankelijk. De boeren leefden er van de oogst van het riet, de visvangst op de Grift en het stropen van bevervellen. De soldaten van de graaf van Vada kwamen nooit in het gebied: hun paarden zouden wegzakken in het veen en op hun landkaarten was het gebied niet ingetekend.
In een van de boerderijtjes, gelegen aan de westkant van de Grift, woonde Miranda, de dochter van een arme rietsnijder. Overdag moest Miranda hard werken in huis en op het land. Maar ze was romantisch van aard en ’s avonds staarde ze uit het raam, dromend over een knappe ridder, die haar kwam bevrijden. Op sommige dagen, als de maan verborgen was achter de horizon, was het zo donker dat Miranda haar eigen handen niet kon zien. Op die dagen zag ze in de verte, in de richting van Bennecom, een blauw licht over het moeras schijnen. Ze wist niet wat het was, misschien wel de beruchte moerasgassen, waar al menig boer door was vergiftigd. Toen ze eens in Rhenae kwam hoorde ze op de markt het verhaal van de Ridder met het Blauwe Licht. Deze ridder had lang geleden, toen de broertjes Grimm nog leefden, het licht veroverd en het bracht hem altijd geluk. Miranda, die graag aan de ellende van het leven in het moeras wilde ontsnappen, besloot op een donkere nacht op jacht te gaan naar het licht.
Eerst moest ze aan de overkant van het water zien te komen. Maar er was geen brug en Miranda kon niet zwemmen. Daarom stal ze de boot van haar vader en met de roeispanen zette ze zich af. De stroom was echter veel te sterk voor haar en in grote vaart dreef ze naar de sluis verderop die haar vader had gebouwd om de vissen tegen te houden. Daar kwam ze klem te zitten en haar vader, die had gehoord dat Miranda naar buiten was gegaan, ving haar op en gaf haar twintig dagen huisarrest.
Op de zeventiende dag kwam er een boot langs varen met daarin een knappe jongeman. Miranda zat voor het raam en de jongeman zag haar. "Wat zie je er bedroefd uit, meisje. Wat is er aan de hand?" Miranda vertelde dat ze naar het blauwe licht wilde om de ridder te zoeken, maar dat ze het huis niet uit mocht en het water niet over kon steken. De jongeman zei dat hij kon helpen en vroeg Miranda over drie dagen, als haar straf voorbij was, om negen uur naar buiten te komen met een toorts. Hij zou een rendez-vous regelen en de plaats van die ontmoeting later bekend maken.
|
|
Mirande telde ook de laatste drie dagen op haar telraam af en na het verstrijken van het huisarrest sloot Miranda de luiken van het huis, zodat niemand naar buiten kon kijken. Om negen uur sloop Miranda naar buiten met haar toorts en ze stak die aan toen ze een stukje was weggelopen. Aan de overkant van het water zag ze een aantal gekleurde lampen. Haar hart klopte in haar keel. Zou de jongeman haar helpen of zou het mis gaan? Haar vader zou des duivels zijn en ze zou er niet met 20 dagen huisarrest vanaf komen. Toen ze bij de rivier kwam zag ze dat er ineens een brug was: die had ze nog nooit gezien. De brug had twee leuningen en op die leuningen trof ze een boodschap aan. Aan de rechterkant stond hoeveel meter ze naar het noorden moest, aan de linkerkant stond de afstand naar het oosten. Miranda ontcijferde de boodschap en toog door het natte moeras naar de ontmoetingsplaats. Het land was hier drijfnat en ze wist dat ze hier makkelijk in het moeras kon wegzakken. Gelukkig was er een knuppelpad, waar ook de runderen regelmatig rondliepen. Verderop kwam ze op een verhoogd pad, waar het makkelijker gaan was.
Op de plaats van het rendez-vous trof ze een oude vrouw, die ineen gehurkt langs de weg zat. Ze murmelde een spreuk: "Zoek jij, zoek jij het blauwe licht, volg dan de wegen gezwind. De eenogen wijzen je de weg. Kom je er twee tegelijk tegen, dan is dat het teken van de demon. Ga dan terug. Volg de eenogen tot je er drie bij elkaar vindt, daar vind je zes cijfers. Gebruik je toorts om ze te vinden." Miranda keek om zich heen en zag inderdaad een eenoog. Ze volgde haar weg, tussen de hoge bomen door. Soms moest ze een bocht maken en na een half uur kwam ze aan bij de drie eenogen.
Ze vond de cijfers en vervolgde haar weg tot ze bij de put kwam. Toen ze diep in de put keek zag ze daar het blauwe licht. Langs het touw ging ze naar beneden en ze stak haar toorts er mee aan. Plots klonk er een hard gelach en op de muren las ze een boodschap: ‘Het blauwe licht dat schijnt, iedereen die het heeft gevonden verdwijnt’. Onder in de put begon een gang, die de put verbond met het slot van de ridder. De put was een val, waar de ridder jonge vrouwen uit de omgeving naar toe lokte om ze gevangen te nemen. Onder vreselijke omstandigheden werden ze vastgehouden en nooit was er iemand ontsnapt om anderen te waarschuwen. Miranda hoorde in de verte vrouwen jammeren en probeerde uit alle macht langs het touw naar boven te klimmen. Het touw gleed boven echter weg en ze kwam niets verder. Opeens hoorde ze een stem die haar gebood in de emmer te gaan staan. Ze volgende het bevel op en plots ging de emmer omhoog, tot ze boven de rand uit kwam. Daar stond de jongeman, nu gekleed in de kleding van een prins. Hij stelde zich voor als Boris, zoon van koning Christiaan. Hij vertelde dat hij enkele maanden geleden had gehoord van de praktijken van de Ridder met het Blauwe Licht en had besloten om hem aan te pakken. Hij was diep onder de indruk van Miranda en toen hij haar zag wist hij dat hij met Miranda zou trouwen nadat hij de ridder had verslagen. Miranda had het blauwe licht nog steeds bij zich en zonder het blauwe licht was de ridder machteloos. Miranda sprong bij Boris op zijn paard en samen reden ze naar het kasteel van de ridder. Op de brug kwam de ridder hen al tegemoet en bood zijn kasteel aan hen aan. Boris accepteerde dat en knielde voor Miranda en vroeg haar ten huwelijk. Miranda zei volmondig ja. Het blauwe licht bewaarden ze in een afgesloten kist onder de brug.
|
|