Ermelo Zelfstandig gaat het archief in eind januar
-
Difficulty:
-
-
Terrain:
-
Size:
 (micro)
Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions
in our disclaimer.
Op 1 Januari 1972 werd Ermelo een zelfstandige gemeente, ter gelegenheid daarvan kreeg de schoolgaande jeugd een boekje.
"een kort verhaal over de lange geschiedenis van Ermelo ". Tekst H. v.der Wel / tekeningen K. Wit.
Dit boekje ligt ten grondslag aan deze cache. Waarna de tekst verder is aangevuld met extra wetenswaardigheden.
Het bovenstaande coordinaat is NIET het coordinaat van deze cache, wel het coordinaat waar ongeveer eens de dorpskern van de plaats Ermelo was.
In haar eerste naamsvermelding uit de 9de eeuw heette Ermelo Irminlo. Het deel "lo" verwijst naar bos. Voor Irmin worden verschillende verklaringen gegeven; "groot", "goddelijk, verheven, groot", of het verwijst naar een oud-Germaanse god met de naam "Irmin". Mogelijk is er een verbinding met het Saksische heiligdom Irminsul.
Ongeveer 4000 jaar geleden vestigde het klokbekervolk zich op de zandgronden van de Veluwe. Deze immigranten, afkomstig uit het Donaugebied en de Balkan, danken hun naam aan vondsten die tijdens opgravingen in de jaren zeventig op de Ermelosche Heide gedaan zijn. Hierbij werden grafgiften zoals koperen bijlen, vishaken, dolken, pijlen en bogen, polsbeschermers, vuurstenen, klokbekers, priemen, hamers met aambeelden, wetstaven en dergelijke aangetroffen.
Hun doden begroeven ze in grafheuvels. De dode lag met het gezicht naar het zuiden, richting de zon. Zo'n grafheuvel bestond uit een grafkuil in het midden omringd door 4 hoekpalen met daartussen planken. Daaromheen werd een greppel gegraven, daarin een palenrij geplaatst. Met de aarde uit de greppel werd het geheel bedekt. In elke heuvel werd maar één dode gevonden, vaak met bijzonder rijke grafgiften. De graven legden zij aan in kaarsrechte lijnen in het landschap, vermoedelijk langs zogeheten doodswegen.
Dit bekervolk kapte bos voor weidegrond, of brandde stukken bos af en gebruikte de as als mest voor de grond. Het volk was bekend met landbouw, veeteelt en visserij en ook met keramiek, paarden, wielen, boten. Het dreef handel via rivieren en ook overzee. Door het kappen van bos voor weidegrond ontstond heide na uitputting van de bodem. Sinds 1000 v. Chr. werden doden niet meer begraven in grafheuvels, maar werden zij gecremeerd. In het begin begroef men de urnen met de as en botresten van de overledene nog in (familie-)grafheuvels, later in urnenvelden.
De Romeinen legden nabij het huidige Ermelo een tijdelijk marskamp aan, waarschijnlijk in de tweede eeuw na Christus. De jongste datering gaat uit van de vroege keizertijd, toen nog aan verdere expansie gedacht werd. Dit negen hectare groot marskamp lag ver in vijandig gebied.
Na de Romeinen kwamen hier Saksische stammen wonen. Deze namen hun goden en half goden mee, die ze vereerden. Een van deze goden was de god Irmin. Voor deze god was er bij het huidige Drie een heiligdom gebouwd. In de donkere en griezelige wouden rond Drie waar toen nog wilde dieren als de wolf leefden. Waren spookverhalen snel geboren. Ook was er daar in de buurt het "Solse Gat" waar het volgens overlevering spookte en een niet veilige plek was.
Met de komst van Karel de Grote werd het Christelijke geloof hier ingevoerd. In 722 zei hij: "dat heidense gedoe met die tempel van Irmin dat moet afgelopen zijn". Met een groot leger heeft hij hier huisgehouden. De heidense gebruiken verdwenen, Irmin werd niet meer geëerd en het Christelijke geloof werd hier verkondigd. Echter de naam Irmin bleef wel bestaan.
Rond 1000 na Christus waren de problemen over wie er de macht had over het gronggebied nog niet over. In Nederland had je de geestelijken (de kerk) en graven (de edelen) die onderling strijd maakten wie er de baas waren over de grondgebieden en de mensen die daarop leefden. Op de Veluwe ging deze strijd tussen de Graven van Gelre en de bischoppen van het Bisdom Utrecht.
Kerkelijk gezien:
Had je het kerspel (= gebied) Ermel. Daaronder viel het gebied Ermelo, Harderwijk, Nunspeet en Hierden. Daar Ermelo (Ermel) toen het grootste was van deze gebieden werd daar een hoofd of moederkerk gebouwd en moesten de andere plaatsen / kerken een bedrag van 1 lood zilver (= ongeveer 65 cent) afdragen aan Ermelo. De tegenwoordige oude kerk was de moederkerk van het kerspel Ermel.
Aanvankelijk was de Oude Kerk een Romaanse zaalkerk zonder toren. Het kerkschip had de voor die tijd niet geringe afmetingen van 102 x 21 m. De muren waren van tufsteen, aangevoerd vanuit de Duitse Eifel, en hadden een dikte van 1.20 m. Stukken van deze dikte zijn hier en daar nog bewaard gebleven. Circa honderdvijftig jaar later werden een toren en een koor aan deze kerk gebouwd. In de 15e eeuw werd het kerkschip verhoogd. Het Romaanse maakte gedeeltelijk plaats voor het Gotische. Dit geldt ook voor de torenspits. Aan de noordgevel van het koor is te zien, dat hier een sacristie is geweest.
De grote kerk in Harderwijk heeft eeuwenlang jaarlijks recognitiegelden aan de moederkerk in Ermelo betaald, een verplichting die pas aan het eind van de negentiende eeuw werd afgekocht.
Van uit het bestuur van de graven gezien:
In 855 was er ene Folcker, deze man bezat veel grond en landgoederen op de Veluwe. In het Testament van hem welke in Düsseldorf is teruggevonden stond het volgende:
Ik Folcker, het voor een ieder onzekere einde en uur van dit jammerlijke leven vrezend, heb verkozen, monnik te worden, en bijna al mijn spullen geef ik aan het klooster St jansdale te 's Heerenloo.
In het testament komen zijn bezittingen voor, waaronder de volgende namen : Puthen (Putten) en Irminlo ( Ermelo). In 855 bestonden in het gouw Felua dus de plaatsen Putten en Ermelo.
De Graven van Gelre hadden veel ruzie met de bisschoppen van Utrecht. Uiteindelijk trokken de graven aan het langste eind. Ze begonnen krachtig te regeren door het gebied in kleinere stukken te verdelen en op elk stuk een hoofdman of leenman aan te stellen die gehoorzaam was aan de graaf. Zo'n hoofdman noemde men een scholt of schout. Het stuk land waar hij de baas over was noemde men een Scholtambt. Het grond gebied van het scholtambt was gelijk aan het kerspel Ermel welke hier was en omvatte het volgende gebied: Ermelo, Harderwijk, Hierden en Nunspeet.
Een scholt was een belangrijk persoon hij was een burgemeester, notaris, rechter en belastinginner die werd benoemd door de Graaf van Gelre. (later de hertog van Gelre).
In de Oude kerk van Ermelo liggen de graven van de scholten, van Coot. Een graaf had gelden nodig voor het beschermen van zijn grond gebied, daarvoor leende hij sommen geld van anderen. In ruil hiervoor stelde hij dan deze personen aan in hoge functies om zo de geschonken bedragen terug te betalen.
Harderwijk lag aan de Zuiderzee en kreeg een haventje. Hierdoor kwam er extra welvaart. Er kwam een beroepsvaart van vissers maar ook allerlei gildes kwamen er om de scheepvaart in stand te houden. Timmermannen, touwslagers, zeilmakers. En door de boten werd er ook handel gedreven met andere havensteden. Harderwijk werd hierdoor groter door dat er meer mensen gingen wonen. Hierdoor werd het van een hoofdkern een stad met stadsrechten. Dit gebeurde in 1231 en verliet toen zeerwaarschijnlijk ook het kerspel / scholtambt Ermel.
60 jaar later in 1291 gebeurde er nog iets vreemds in Ermel. Ene Reinoud, Graaf van Gelre, had grote stukken grond te leen gekregen in het oude kerspel Ermel. Vele van de heide gebieden werden omgezet naar landbouwgronden. In de buurt van grote landbouwgronden werd een Hofstede gemaakt, een grote boerderij / kasteel / landgoed. Daarom heen kwamen dan weer vele mensen wonen. Om te werken op het land. Wat meestal uitliep dat daar een stad kwam. Zo'n hofstede werd in Staverden gebouwd en deze Hofstede kreeg in 1298 stadsrechten. Echter Staverden is nooit tot een stad uitgegroeid. Nog steeds is kasteel Staverden het enige landgoed in Nederland met stadsrechten.
Staverden heeft een wapenschild (een witte pauw op een blauwe ondergrond).
Dat kwam omdat de kasteelheer van Staverden het recht had om aan de graaf van Gelre witte pauwenveren te leveren, die de ridders bij hun toernooien op hun helm droegen. Nu ruim 700 jaar later lopen de witte pauwen er nog steeds.
Verder had graaf Reinout bepaald dat er kerkdiensten in Staverden gehouden moesten worden. De Johannieter broeders van het klooster Sint Jansdale te 's Heerenloo moesten deze verzorgen. Dit klooster is lange tijd beroemd geweest, in 1406 vestigde zich daar een commandeur ( hoofdman) met 10 man van de Maltezer Ridders. Deze mannen gingen naar het klooster om er een ingetogen leven te leiden. Later werd het klooster een kerk met een school.
Tijdens de reformatie rond 1517 tot 1592 zijn de beelden uit het klooster en de kerken gehaald. Ze werden gebruikt in de fundering van de stadsmuur van Harderwijk. Het poort gebouw van het klooster is nog in staat gebleven en staat op het terrein van 's Heerenloo.
Het leven in Ermelo speelde zich toen rond de oude kerk af. Naast landlopers en bedelaars waren er toen ook nog de wolven waarvoor men zich moest beschermen en dat ging beter in de ommuurde stad Harderwijk.
Tijdens de Reformatie die in de Nederlanden plaatsvond ontstond de Nederlandse Gereformeerde Kerk. De rooms-katholieke parochie in Ermelo re-formeerde daarop in 1592 tot een "her-vormde kerk", genaamd "de hervormde gemeente", omdat de Hertog van Gelre dit beval. "jullie worden allemaal protestants". De toenmalige pastoor Gregorius van Cooth meldde zich, op last van de Staten van Gelre, dat in handen van prins Maurits was gekomen, in Harderwijk voor het examen voor predikant. De pastoor zakte voor zijn examen, werd gevraagd nog een keer terug te komen, waar nooit iets van gekomen is, maar hij wordt wel genoemd als eerste predikant van Ermelo. Of er veel veranderde in de erediensten na die periode is niets van bekend. Feit is wel dat het altaar en de beelden pas geruime tijd later werden verwijderd.
Rond 1789 waren er weer gevechten met de Fransen en toen veranderde er veel in Nederland. De scholtambt en ambtsjonker werden opgedoekt. Er kwamen gekozen besturen ( richters en gemeenteraden). Tussen 1806 en 1810 werd Nederland een zelfstandig koninkrijk onder direct gezag van Lodewijk Napoleon. Nederland was toen een provincie van Frankrijk. Ermelo en Nunspeet behoorden tot hetzelfde kerspel / ambt en konden het vaak niet met elkaar vinden. De Fransen vonden het maar een raar idee dat 2 plaatsen zover uit elkaar bij elkaar hoorden en haalden Ermelo en Nunspeet uitelkaar en kreeg elke gemeente een eigen "mairie" (gemeenteraad). Toen in december 1813 Napoleon definitief uit het politieke beeld verdween keerde onze prins Van Oranje terug en werd hij koning. De burgemeester werd weer schout genoemd. Ermelo en Nunspeet werden weer onder een scholtambt geplaatst. Nunspeet was het grootste en daardoor kwam daar het gemeentehuis te staan.
In 1846 kwam ds. Witteveen naar Ermelo als predikant van de hervormde gemeente. Het is zijn eerste maar ook enige gemeente geworden. Hij kreeg korte tijd later problemen met de kerkenraad en werd uit zijn ambt gezet. Derhalve moest hij de pastorie verlaten maar hij wilde in Ermelo blijven, waar hij veel sympathisanten had. Daarom kocht hij een oud huis en bouwde in de jaren daarna een eigen kerk, de Zendingskerk en een tehuis waar allerlei mensen opgevangen konden worden. Dit was het begin van de scheuring in de hervormde katholieke kerk van Ermelo. Ds. Witteveen is in Ermelo bekend geworden als kerkelijke vrijbuiter, maar met een "brandend hart" voor Christus.
In 1863 kwam de spoorlijn Amersfoort Zwolle, omdat de dominees tegen dit snelle gevaarte waren werd de spoorlijn ver van de woonkernen geplaatst, daardoor ligt het station van Putten en Ermelo zover weg van de toenmalige dorpskern. De dorpskern van Ermelo bevond zich toen bij de muziektent, oude kerk, molen, er waren nog wat huizen en een postkantoor. In de buurt waar nu de rotonde Putterweg Hamburgerweg is stond toen Cafe De Hamburg. In 1870 bestond Ermelo uit ongeveer 300 huizen met gemiddeld 6 personen per huis.
Vanaf 1882 kreeg Ermelo een spoorweghalte. Deze lag echter op 2 kilometer afstand van het oude dorp. De gemeente zorgde voor een goede weg tussen station en dorpskern. Zo ontstond de Stationsstraat. Dat was toen nog een weg tussen korenvelden en aardappelvelden. In de omgeving van het station werden wegen aangelegd en huizen gebouwd. Er ontstond een nieuw dorp dat "Nieuw-Ermelo" werd genoemd. In 1886 kreeg Ermelo een eigen gemeentehuis (nu een modehuis, zie achtergrond foto) aan de stationsstraat 36/38.
Sinds de Doleantie, "de huishoudelijke twist" van 1886 in de Hervormde Kerk van Nederland is er in Ermelo een gereformeerde kerk ontstaan. Op zondag 14 augustus 1887 waren in de stal van boerderij "De Heuvel" (op het landgoed "Veldwijk") van Willem van Loo een aantal mannen bijeen; dit was het geboortemoment van de Gereformeerde Kerk van Ermelo. Op zondag 11 september 1887 is de kerk officieel geïnstitueerd met de bevestiging van drie ouderlingen. Op 19 augustus 1898 vond de eerste steenlegging plaats door W. van Loo voor de bouw van de dorpskerk (later de Immanuëlkerk), de derde in Ermelo.
Mathile Jacques Chevallier had van zijn moeder villa Veldwijk geërfd, dat hij voor een gunstige prijs ter beschikking stelde voor een nieuwe psychiatrische inrichting. Chevallier werd rentmeester van de inrichting, die in 1886 werd geopend voor de verpleging van geesteszieken, een initiatief die niet zonder de invloed van ds. Witteveen tot stand was gekomen.
In 1890 kocht hij het landgoed 's Heeren Loo in Ermelo, dat hij een jaar later weer verkocht. Vervolgens kon hier een instelling voor verstandelijk gehandicapten worden gestart: 's Heeren-Loo Loozenoord; de mensen verblijven hier meestal tot aan hun dood en worden vaak begraven op het terrein van 's Heeren-Loo.
Ermelo en Nunspeet waren twee zelfstandige gemeenten tot 1918, daarna werden de twee gemeenten weer bij elkaar gebracht waaronder ook de gemeenten Elspeet en Vierhouten werden betrokken. Het oppervlak van de gemeente Ermelo bedroeg toen 21.000 hectare.
Door verschillen in belangen tussen Nunspeet en Ermelo, waren er vaak bestuurlijke geschillen tussen de 2 plaatsen. De grote groei die Ermelo door maakte. Door de ziekenhuizen die er gebouwd werden voor zieken (psychische zieken, geestelijk zieken en blinden) en de kazernes. Maakte dat de 2 gemeenten steeds verder uitelkaar groeiden.
In 1972 werd de gemeente "oud Ermelo" in twee delen verdeeld: de gemeente Nunspeet en de nieuwe gemeente Ermelo.
Deze deling ging niet zonder slag of stoot. Nadat de oude gemeente Ermelo eruit was dat ze Nunspeet en Ermelo gingen opsplitsen ging de Provincie zich ermee bemoeien. Deze wilde dat de grond gebieden dan ook herverdeeld gingen worden tussen Harderwijk en Nunspeet. En dat Ermelo dan bij Hardewijk gevoegd moest worden. Waardoor het aantal gemeentes gelijk bleef. Ermelo verzette zich daartegen onder leiding van Arie van der Meijden. Uiteindelijk is het Ermelo gelukt om zelfstandig te worden. Met een stukje grondverlies, welke aan Harderwijk ten goede kwam. Bij het ontstaan van de nieuwe gemeente Ermelo, kreeg Ermelo een nieuw gemeentewapen.
Het kruis is afgeleid van de stichting in 1406 van het klooster van de Maltezer ridders. De hieruit ontstane verpleeginrichtingen zijn nog steeds in Ermelo te vinden. De witte pauw vanwege de binding met Stadverden en de daarin gelegen geschiedenis.De Eg met de band van kruizen bovenaan slaat terug op de landbouw die hier wordt bedreven.
Doordat Ermelo gericht is op minder validen in welke zin dan ook en wij merkten dat er maar een enkele rolstoelcaches liggen in Ermelo hebben wij deze cache gelegd.
1) Wat was de oude benaming van het buurtschap Drie? Aantal letters =F
2) Welk buurtschap van Ermelo heeft stadsrechten? Letterwaarde 5de letter – letterwaarde 8ste letter = A
3) Welke Pastoor zakte voor het examen om voorganger te blijven tijdens de reformatie? Aantal letters achternaam (zonder tussen voegsel)= D
4) Welke particulier betaalde het Station van Ermelo? Letterwaarde 8ste letter achternaam = C
5) Voornaam 1ste voorzitter Actie Comite Ermelo Zelfstandig? Letterwaarde 2de letter =XY. Y-X = E
6) B= (letterwaarde 5de letter voornaam – letterwaarde 2de letter voornaam) Van de naam van de burgemeester van het zelfstandige Ermelo van 1972 - 1989
eindlocatie: N 52 18.ABC E 005 37.DEF
Met dank aan Blesspaul voor controle en voorlopen.
Additional Hints
(Decrypt)
qbaxre.