Skip to content

Het lot van Halifax DT645 Traditional Cache

This cache has been archived.

Jarod67: Weer geript, deze gaat ook het archief in. Bedankt allemaal voor de mooie logjes.

gr, Jarod67

More
Hidden : 2/14/2013
Difficulty:
1 out of 5
Terrain:
1.5 out of 5

Size: Size:   micro (micro)

Join now to view geocache location details. It's free!

Watch

How Geocaching Works

Please note Use of geocaching.com services is subject to the terms and conditions in our disclaimer.

Geocache Description:

CACHE VEILIG EN DRAAG HANDSCHOENEN. De cache lig op de bovengenoemde coördinaten. Denk goed om Muggles tijdens cachen. plaats de cache netjes terug. Zet de auto niet pal voor het monument, maar parkeer deze netjes even in de woonwijk. Niet vergeten het dopje er weer goed op te zetten.
ALLEEN BIJ DAGLICHT ZOEKEN!!

Vliegtuig bij Harlingen neergeschoten.




Een Halifax MK3


In de periode van maart tot en met juli 1943 bombardeerden zowel de Amerikaanse USAAF (overdag) en de Britse RAF (’s nachts) het Duitse Ruhrgebied, de zogeheten ‘Battle of the Ruhr’. In de nacht van 12 op 13 mei 1943 was Duisburg het doel. Vanaf verschillende bases in Engeland vertrok een vloot van 572 bommenwerpers om Duitsland’s grootste Rijnhaven en belangrijke industriestad onder handen te nemen. Eén van die bommenwerpers was Halifax DT.645 /MH ‘B’ van 51 Squadron van de RAF. Het toestel werd in november 1942 in licentie gebouwd bij English Electric te Preston en had, voordat het naar Snaith kwam, bij 77 squadron op Elvington dienst gedaan. Even voor half twaalf (Engelse tijd) op woensdag 12 mei 1943 vertrok de Halifax DT.645 van de luchtmachtbasis basis Snaith (in de buurt van Leeds) met als bemanning piloot David C. Smith, boordwerktuigkundige Edward F. Kinerman, radiotelegrafist Charles L. King, rugschutter Murray H. Nesbitt, staartschutter William J. Merrigan, bommenrichter Barnard A. Bunting en navigator Eric W. Thomson. Piloot Smith had de rang van Flight Sergeant, de rest van de bemanning die van Sergeant. Charley King was met zijn 32 jaar ruim de oudste aan boord, de anderen varieerden in leeftijd van 21 tot 23 jaar. Vijf waren afkomstig uit Engeland, de twee anderen (Thomson en Nesbitt) uit Canada. De DT.645 was geladen met twee bommen van 450 kg, 48 brandbommen van 14 kg en 630 brandbommen van 1,5 kg. ‘Operational Order No 46, 12/13th May’ van de RAF schreef een route voor vanaf Snaith naar Hornsea, aan de Engelse oostkust, over de Noordzee en via Egmond naar een punt boven Winterswijk. Vandaar zou het toestel naar het zuiden moeten afbuigen naar Duisburg. De terugweg was een rechte lijn, rechtstreeks van Duisburg naar Snaith. Maar de Halifax DT.645 zou Duisburg echter nooit bereiken. In het logboek van 51 Squadron van de RAF wordt vermeld: “Halifax DT.645 steeg op van Snaith om 23.22 uur op 12 mei 1943 voor een aanval op Duisburg met 2527 kg. aan brand- en brisantbommen. Na de start werd niets meer van deze machine vernomen.”

Delen van een wrak van een Britse Halifax bommenwerper op de Gr. Bredeplaats. Foto: Collectie B. Posthuma



De volgende ochtend werd duidelijk wat er gebeurd was met het vliegtuig en haar bemanningsleden. De Harlinger gemeentepolitie noteerde die ochtend in het rapportenboek: “13-5-1943 te 8.00 uur. In verband met de mutatie van hedennacht 2.10 uur rapporteert ondergetekende dat een Engelsch vliegtuig is neergestort in Almenum (Barradeel) nabij den veehouder Tjaarda. Het vliegtuig dat in hoofdzaak in drie grote delen verspreid lag, wordt bewaakt door Duitsche militairen.” Willem Smits, knecht op de boerderij van De Bruin was de volgende ochtend als één van de eersten in het rampgebied aanwezig: “Het vliegtuig lag in brokstukken verspreid tussen de boerderij van De Bruin en de boerderij van Tjaarda die daar toen woonden. Toen ik om de wrakstukken heenliep, zag ik achter de boerderij van de Bruin een bemanningslid liggen. Zijn parachute was niet open gegaan, die man heeft een verschrikkelijke val gemaakt. Er kwamen nog een paar mensen uit de omliggende boerderijen. We stonden met een groepje om die man heen…().. Een tijdje later kwamen de Duitsers, aanvankelijk met geweer in de aanslag. Ze zochten op de man om een pakje, waarschijnlijk sigaretten. Toen ze dat niet vonden, fouilleerden ze ons. Daarna rolden ze het bemanningslid in een deken en voerden het af.” De brokstukken van de Engelse bommenwerper bleken terecht te zijn gekomen in drie verschillende gemeenten. Het politierapport van marechaussee Idsinga vermeldt hierover: “Ter plaatse aangekomen heb ik een nader onderzoek ingesteld, waaruit bleek, dat een gedeelte van het vliegtuig, n.l. de romp, in een weiland in de gemeente Franekeradeel neergestort was. Dit gedeelte was geheel uitgebrand. Een ander gedeelte van dit vliegtuig, n.l. het staartstuk, lag in een stuk weiland onder Almenum, gemeente Barradeel, terwijl enkele brokstukken met eenige bommen in de gemeente Wonseradeel lagen”. Aanvankelijk werden ’s ochtends slechts vijf lichamen aangetroffen. Later op de dag werden de overige twee bemanningsleden gevonden tussen de hoge gewassen. Op zaterdag 15 mei 1943 werden ze begraven op de Algemene Begraafplaats te Harlingen. Eerst naast elkaar, maar door een naoorlogse herindeling liggen Bunting en Thompson sindsdien op enige afstand van de anderen. Het toeval wilde dat de ouders van de piloot van Halifax DT.645, de toen 21 jarige David C. Watson Smith, in Tibshelf in Engeland een kolenmijn hadden en dat ze die kolen lieten vervoeren via de Scheepvaart- en Steenkolen Maatschappij (SSM) in Harlingen. De toenmalige directeur van de SSM, dhr. J.B. Sjerp had al voor de oorlog zakelijke contacten met de familie Watson Smith en adopteerde na de oorlog het graf van piloot David C. Watson Smith. In de loop van de dag kwam er Duits bergingsmateriaal. Ente Visser, destijds knecht op de boerderij van Tjaarda en wonend op de Schritsen werd gedwongen te assisteren bij de berging: “De wrakstukken moesten met Duitse mankracht en een handgedreven takel in driepoot op onze wagen worden geladen. Ik moest erbij zijn om het paard te mennen. Tijdens het takelen vonden we nog wat kleinere ledematen, die een Duitser in het slootje nabij de boerderij van De Bruin deponeerde”. Een losgeslagen wiel kon niet op de boerenwagen. Visser: “Ik moest het paard ervoor spannen, sleepte het..()..naar een bredere dam. Daar moest het wiel, evenals de andere brokstukken, op Duits materieel worden overgeladen.” Een losgeslagen vliegtuigmotor lag onbereikbaar voor het bergingsmaterieel op zo’n twee meter diepte in het land en bleef achter. Ook zag Visser dat de Duitsers nog een grote bom uit het vliegtuig takelden. De restanten van de Halifax werden afgevoerd naar het Dok in Harlingen en vervolgens op de trein gezet met als bestemming het ‘Zerlege-Betrieb’ in Utrecht. Dit was een verzamelpunt van vliegtuigwrakken waar deze verder werden gesloopt zodat waardevolle materialen voor de Duitse industrie zoals aluminium, rubber en koper konden worden hergebruikt. De bergingsploeg kon daarna meteen door naar Wijnaldum waar de volgende nacht een vliegtuig van hetzelfde type neerstortte. Dit toestel, de Halifax JB924, telde een bemanning van acht waarvan er slechts één zich met zijn parachute had kunnen redden. De rest kwam om het leven.

Enkele maanden later was deze kale plek de enige nog tastbare herinnering aan de crashplaats van Halifax DT.645.



Duisburg zwaar getroffen.

Duisburg werd die nacht zwaar getroffen. Binnen drie kwartier werd er 1600 ton aan bommen op Duisburg gedropt. Het centrum van de stad en het havengebied (de grootste haven van Duitsland aan de Rijn) werden ernstig beschadigd. Een kleine 1600 gebouwen werd volledig verwoest en er vielen 273 doden. In het havengebied zonken 34 schepen met een totaal van 18.921 ton. Daarnaast waren er nog zo’n zestig schepen zwaar beschadigd geraakt. Zij vertegenwoordigden een tonnage van 41.000. Het was de vierde aanval op Duisburg tijdens de ‘Battle of the Ruhr’. Naast de Halifax DT.645 gingen er van de 572 bommenwerpers nog 33 verloren. Een verlies van bijna 6%. Van de in totaal 220 bemanningsleden van de toestellen die verloren gingen kwamen er die nacht 189 om het leven, 29 werden krijgsgevangen gemaakt en twee van hen wisten te ontkomen. De crashplaatsen van een groot deel van deze toestellen zijn bekend waarbij die van Halifax DT.645, vergeleken met de anderen, wel erg ver van de route was afgeweken. Waarom zal altijd wel een raadsel blijven. Minstens vijftien bommenwerpers kwamen neer op Nederlands grondgebied. Twee hiervan kwamen met elkaar in botsing en stortten neer in het IJsselmeer. Beide toestellen, Stirling BF523 en Lancaster W4762, werden in 1972 door de Bergingsdienst van de Koninklijke luchtmacht (onder leiding van oud-Harlinger Gerrit J. Zwanenburg) uit de in aanleg zijnde Flevopolder geborgen. Voor 51 squadron verliep de nacht rampzalig. Van de negentien ingezette vliegtuigen keerden er vijf niet terug waarvan er één een noodlanding in de buurt van Snaith moest maken.
Als herinnering aan deze gebeurtenis is er een 'Halifax-monument' in de vorm van een plaquette geplaatst. Om dit onder de aandacht te brengen heb ik een cache geplaatst bij dit monument zodat zij niet worden vergeten. Als bron heb ik "Website Harlingen tijdens de Tweede Wereldoorlog" geraadpleegd.

Hou het netjes en plaats de cache weer goed terug.
FTF:.Patrickvw STF:. Halsbân
TTF:.Mapamajo..

Additional Hints (No hints available.)