In de bevolkingsregisters is het duidelijk dat
vanaf 1770 al heel wat schoenen- en laarzenmakers in Izegem aanwezig zijn. Izegem was één van de schoenencentra naast bijvoorbeeld Tielt.
Het is
Edward Dierick die gezorgd heeft voor een grotere naambekendheid. Hij verkreeg in het begin van 1830 van de Nederlandse regering een octrooi voor genagelde waterdichte schoenen. Het fijne werk dat hij leverde bezorgde hem naam en faam bij de beau monde van die tijd. Het werd nodig om de technieken en de finesses van het schoenenambacht door te geven aan bekwame leerjongens. Zijn zoon Emiel Dierick bracht al de knepen van het vak samen in een handboek voor de vakman. Hij was het ook die de basis legde voor een vakschool schoenen maken. Deze werd officieel opgericht in 1906.
De Izegemse schoennijverheid stelde het grootste aantal mensen te werk i n de jaren
na de Tweede Wereldoorlog. De mechanisatie en de vakbekwaamheid zorgden voor een enorme afname. Enkele schoenbedrijven telden meer dan 500 werknemers, bijvoorbeeld de firma Tanghe, Dekimpe en Defauw. Vooral in de jaren '60 raakten de schoenbedrijven echter in moeilijkheden. Izegem betaalde de hoogste lonen van België aan zijn werknemers en tegelijkertijd kwam de concurrentie vanuit Italië, met zijn veel lagere lonen, de kop opzetten. Het ene na het andere bedrijf moest sluiten of ging failliet.
Het schoeiselmuseum werd opgericht na een grote tentoonstelling in 1966 in Izegem die de titel droeg 'Shoerama'. Voor de expo waren archiefmateriaal, privaatcollecties, toenmalige productie van Izegemse bedrijven en schenkingen samen gebracht. Deze schat aan voorwerpen vroeg om een blijvend resultaat. In 1968 werd het Nationaal Schoeiselmuseum opgericht.
(
Bron: http://www.musea.izegem.be/nl/249/collections/221/schoenen.html)