Vele eeuwen geleden werden onze streken geteisterd door de invallen van de Noormannen. De Bruggelingen hadden daarbij nog een bijkomende onheilstichter: een forse beer maakte de omgeving onveilig.
Eenzame reizigers of zelfs groepen die zich buiten de muren van de stad waagden, werden door hem aangevallen. De beer was de schrik van de streek en volgens de legende de oudste bewoner van Brugge. Toen Boudewijn 'met de ijzeren arm' in putje winter van 861 terugkwam van het koninklijk hof in Frankrijk. Waar hij officieel als graaf van Vlaanderen was erkend en hij z'n mooie Judith had geschaakt. Werd hij even buiten Brugge door een beer aangevallen. Een witte beer! Geen ijsbeer maar een gewone bruine beer die wit van de sneeuw zag.
Zijn volgelingen, die de faam van de beer maar al te goed kenden, sloegen onmiddellijk op de vlucht. Pas toen ze merkten dat Boudewijn hen niet was gevolgd, keerden ze terug naar de plaats van het onheil.
Boudewijn 'de ijzeren', zo genoemd omdat hij bijzonder goed kon omgaan met wapens, was er in een hevig gevecht gewikkeld met de beer. Naarmate Boudewijn zijn aanvallen verdapperte, nam de woede van de beer toe. Niemand durfde nog dichterbij komen om de nieuwe leenheer te helpen. Plots stelde de beer zich recht op zijn achterste poten en ging met zijn rug tegen een boom staan om zo meerkracht te zetten achter een nieuwe uitval.
Terzelfdertijd echter sprong Boudewijn vooruit en doorboorde de beer met zijn lans. De stoot was zo hevig dat de lans zich onwrikbaar vastzette in de boom. Na een laatste stuiptrekking, nog steeds aan de boom vastgespijkerd, stierf de beer. In triomf werd de beer meegevoerd naar Brugge.
Daar deed het heldhaftig verhaal van de nieuwe leenheer in minder dan geen tijd de ronde. Toen Boudewijn zijn eerste paleis op de Burg liet bouwen, kreeg de opgezette beer een ereplaats in de ridderzaal. En om het Dapper toekijken van zijn ridders te belonen nam Boudewijn hen op in de Orde van de Witte Beer.
De dag dat zijn aanstelling als nieuwe leenheer gevierd werd, schonk de stad Brugge aan Boudewijn een gebeeldhouwde, rechtopstaande beer, het Beertje van de Loge.
(In de gevel van de Poortersloge aan het Jan van Eyckplein in Brugge is nu nog steeds het Beertje van de Loge te zien. De beer die een schild vasthoudt, verscheen echter pas in 1304, het gaat dus niet om hetzelfde beeldje als het geschenk aan Boudewijn. Ook in het wapenschild van Brugge vind men vandaag de beer nog steeds terug.)