De Wylgemûs
Een “oude” friese naam voor de knotwilg.
Een wilgenboom die ongeveer op een hoogte van 2 meter wordt afgezaagd.Daarna wordt de boom elke 5 tot 7 jaar geknot door de uitlopende takken af te zagen. Na een aantal keren knotten krijgt de boom aan de bovenzijde een verdikking waaraan de boom zijn naam ontleend. Wilgen die hiervoor gebruikt worden zijn de Schietwilg (Salix alba), de Katwilg (Salix viminalis) of de Kraakwilg (Salix fragilis).

De afgezaagde takken (wilgentenen) worden gebruikt voor het vlechten van manden, de dikkere takken worden gebruikt als bonenstaken. Tevens worden de wilgentenen (rijshout) gebruikt voor rijsdammen bij landaanwinning achter de waddendijken. Tegenwoordig is de belangrijkste reden om wilgen te knotten niet een economische reden maar meer (om de karakteristieke door de mens gecreëerde) vorm voor het landschap behouden. Dit werk wordt vaak uitgevoerd door vrijwilligers. De tenen, die geknot zijn, worden nu meestal meteen versnipperd en als bodembedekker gebruikt, ook worden er nog windschermen van gevlochten, vaak voor particulier gebruik.

De knot van oudere bomen is vaak voor een deel door inwerking van wind, water en weer niet altijd even goed meer, Voor een deel soms al erg verrot, halve bomen blijven er soms staan met knotten met overal gaten, ook groeien er soms andere planten (grassen of zelfs bomen, vlier of lijsterbes) in de “holten” van de wylgemûs. Een knotwilg wordt meestal zo'n vijftig jaar oud.
De Wylgemûs of Wylgemoes:
Accent: 'wyl – ge-mûs
Woordsoort: znw. m./v.
Kenmerken: (plant)
Uitspraak: Wylgemûs : wyl-ge- mu:s → lange oe-klank
Wylgemoes: wyl-ge- mu.es → breking naar beneden
Uit de “Fryske literatuer”:
Eak de wyte haeche bloeit, / Ind yn leeche wiete dâllen, / Koets op wylchenmoesen groeit. J.R. Kloosterman: Frysce Waldblomkes (1883)
Oan de âlde feart twisken hege wâllen mei wylgemoezzen en elzebeamkes.M. Baersma; Kimen (1918).
Ut de wylgemoezen sjitte lange twigen omheech. B. Tuinstra; Hwet scil it libben ús bringe (1937).
'Knotwilg': (faek Salix alba L.) wylgemûs. D. Franke en D.T.E. van der Ploeg, i; Plantenammen yn Fryslân. (!955)
Wylgemûs uit "Atlas fan de Floara fan Fryslân", D.T.E. van der Ploeg, O. Hoekstra en F. Rudolph (1977)
Wylgemûs uit ‘List fan Fryske Plantenammen & Plantkundige beneamingen’ gevolgd (concept uit november 2007 van Ytsen Kooistra)
153 Schietwilg – Wylch of wylgemûs uit It Heidenskip bloeit Deze planten zijn alle in It Heidenskip gevonden.(2009)
Bronnen: nl.wikipedia.org, fr.wikipedia.org, www.wnt.inl.nl (instituut voor de nederlandse lexicologie).
Cache ligt aan een redelijk druk bezocht fietspad (wandelpad).
Ook ligt er wel eens een hoopje in het gras.
Voor beide geldt dus goed uitkijken.
Hint toegevoegd !