Het opmerkelijke domein Hof ter Geesten situeert zich in de dorpskern, op loopafstand van de Sint-Margrietkerk aan de hoofdbaan van Grembergen, eertijds gekend als de “Lindestraat”, de “Dorpsstraat” en thans de “Dokter Haekstraat”. Het domein wordt op tal van historische kaarten afgebeeld en als oriëntatiepunt aangeduid, zoals op de Ferrariskaart van 1771-1778, op de Vander Maelenkaart van ca. 1845, op de Atlas der Buurtwegen van ca. 1843 en op de Poppkaart.
Volgens de literatuur en kaartmateriaal klimt de omwalde site minstens tot de 18
de eeuw op. Het Hof ter Geesten wordt volgens De Potter en Broeckaert reeds in 1727 vermeld als eigendom van Karel-Philip le Clercq, hoofdschepen van Dendermonde. Tot de Franse Revolutie zou het vervolgens bewoond geweest zijn door de adellijke familie Gillard van Nieuwvelde, afkomstig uit Bourgondië. Dit blijkt uit een akte van bekendheid in 1777 en het in het Stadsarchief van Dendermonde bewaarde kaartenboek uit 1772-1783.In het begin van de 19
de eeuw was het goed eigendom van de familie Karel De Smet- Liénart, president van de rechtbank van Dendermonde. Een op het domein gevonden steen met inscriptie “Silvie et Elmire De Smet le 23 avril 1836” is zeer waarschijnlijk met deze familie gerelateerd. Via huwelijk en erfenis behoorde het vervolgens toe aan de familie De Meren-De Smet. Thans wordt het goed bewoond door de broers Dilewyns.
Volgens de tekening van landmeter Peelman uit 1772-1783 had het volledig omgrachte domein oorspronkelijk de configuratie van een opper- en neerhof die door een gracht van elkaar gescheiden waren. Het hoofdgebouw (nr. 37), met T-vormig grondplan, situeerde zicht op dezelfde plaats als het huidige 19
de –eeuwse landhuis en had dezelfde oriëntatie. Een gedeelte van de oorspronkelijke structuur bleef in het ‘nieuw’ gebouw bewaard, zoals o.m. enkele muren, een moerbalk en gewelfde kelders met gang onder de bijkeuken en het zuidelijke salon. Volgens het kadasterarchief werd dit buitengoed pas ca. 1885 opmerkelijk vergroot. Op basis van de stijlkenmerken is deze verbouwing echter in het tweede kwart van den 19
de eeuw te dateren. Waarschijnlijk is de datumsteen met jaartal “1836” met deze bouwfase gerelateerd.
De bedrijfsgebouwen bevonden zich op het neerhof. De vrije maalderij die bij het hof hoorde werd ca. 1776 verkocht aan Servaes De Munter. De bedrijfsgebouwen werden volgens kadastergegevens ca. 1844 afgebroken en vervangen door een langwerpig bouwvolume, dat gelijktijdig met de verbouwing van het hoofdgebouw werd vervangen door twee gebouwen. Het pakhuis aan de straatkant werd ca. 1901 opgetrokken. De woonvertrekken van het pachthof (nr. 35) werden reeds in de jaren 1953 vervangen door een villa, waarbij een datumsteen met jaartal 1761 werd gevonden die mogelijk verwijst naar de oprichtings- of bouwdatum van het vroeger pachthof. Recent werden de aanpalende stallingen gesloopt.