Het Koning Willem-Alexanderkanaal is een vaarverbinding met een lengte van zes kilometer tussen het Scholtenskanaal bij Klazienaveen en de Bladderswijk bij Oranjedorp. Het nieuwe kanaal door de Hondsrug is een onderdeel van het project De Veenvaart, een project om pleziervaartuigen en toeristen naar de Veenkoloniën te krijgen. Daartoe 32 sluizen viaducten en bruggen geplaatst. Doel van dit project is de vaarverbinding tussen Ter Apel en Erica door de Drentse en Groninger Veenkoloniën en in ruimere zin tussen de Friese meren en Duitsland mogelijk te maken. De verbinding is aangelegd onder de naam Hondsrugkanaal, maar men vond deze aanduiding toch niet aansprekend genoeg, daarom is deze waterweg bij de ingebruikname op 8 juni 2013 Koning Willem-Alexanderkanaal gedoopt. Wethouder Nynke Houwing van Emmen en Drentse gedeputeerde Henk Brink maakten de naam van het kanaal op 19 maart 2013 bekend in het Veenpark bij Barger-Compascuum. Het is het eerste infrastructurele project in Nederland dat naar koning Willem-Alexander is vernoemd.
Zwerfkeien
Eén van de dingen die de Veenvaart bijzonder maakt, is dat deze nieuwe vaarroute dwars door de Hondsrug gaat. De Hondsrug is uniek door zijn ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijden. Met het bijna een kilometer dik ijspakket dat 370.000 jaar geleden vanuit Scandinavië over Noord-Nederland schoof, kwamen enorme (zwerf)keien mee. Van Groningen tot Coevorden is nog een ‘litteken’ van dit natuurgeweld te zien in het landschap: de Hondsrug
De zwerfkeien die bij het graven van het kanaal naar boven kwamen, kregen een plek langs het IJstijdpad. Dit wandel- en fietspad start in de haven van Oranjedorp en eindigt in het hoogveengebied Berkenrode. Het pad voert langs bijzondere zwerfkeien. Er is een tuin met rapakivi (roodachtig granieten stenen), een uitkijkterp, picknickplekken en een klimparcours voor kinderen. Wie nog meer te weten wil komen over de ijstijden en de prehistorie kan terecht in de expeditie IJstijden en Prehistorie van het Geopark de Hondsrug die is ingericht in het Hunebedcentrum in Borger.
Aan de flanken van de Hondsrug vestigden zich zo’n 6.000 jaar geleden al boeren: het Trechterbekervolk (genoemd naar de vorm van hun aardewerk), beter bekend als ‘de hunebedbouwers’. De enorme zwerfkeien die ze aantroffen, soms met een gewicht van wel 20 ton, gebruikten zij voor de bouw van grafkelders, waarin ze hun overledenen bijzetten. Bij de Spaarsluis zijn nog een paar te zien. Ook leuk om te weten: de nederzettingen van de hunebedbouwers en de routes daartussen zijn deels nog terug te vinden; duizenden jaren later liggen de dorpen op de Hondsrug in de nabijheid van deze oude routes.
De cache ligt tussen de keien die als kunstwerk zijn neergelegd.