Pindakaas is een voedingsmiddel gemaakt van zeer fijn gemalen pinda's. Pindakaas, in de huidige smeerbare vorm, komt oorspronkelijk uit de Verenigde Staten, waar het in 1893 ontwikkeld werd door Dr. John Harvey Kellogg, ten tijde van een overschot in de productie van pinda's. Pindakaas was het bijproduct van pindaolie. Het is met name populair als broodbeleg in de Verenigde Staten, Canada, Turkije, het Verenigd Koninkrijk en Nederland en in mindere mate in Suriname (vooral een scherpere variant) en Duitsland.
Zeer waarschijnlijk stamt de naam pindakaas uit Suriname, waar in 1783 in het handgeschreven Neger-Englisches Wörterbuch van C.L. Schumann al sprake is van "Pinda-Käse" als vertaling van het gerecht "pinda-dokunnu", in het huidige Sranan "pindadokun". Pindadokun heeft echter wel een andere samenstelling dan de latere, smeerbare, pindakaas. Het ging om een blokvormige massa gestampte pinda's, waarvan, net als bij kaas, plakken werden afgesneden.
In 1872 werd het woord pindakaas gebruikt in de uitvoerstatistieken van De West-Indiër. Gezien de notatie: 4 flesschen Pindakaas zal dit de smeerbare vorm zijn geweest.
In het Engels heet pindakaas peanut butter, letterlijk vertaald pindaboter. Ook in veel andere talen is er sprake van een samenstelling van het woord voor 'pinda' en 'boter' of 'crème', zoals het Franse woord beurre de cacahuètes. Alleen in het Nederlands wordt het woord 'kaas' gebruikt. Toen peanut butter in 1948 in Nederland op de markt kwam, mocht dat niet onder de naam "pindaboter" gebeuren. De naam "boter" was namelijk speciaal vastgelegd voor échte roomboter; dit om verwarring met margarine te voorkomen. Het achtervoegsel "kaas" werd gekozen toen de butter werd vergeleken met leverkaas; ook broodbeleg waar geen kaas in zit.
Goud is er voor... aent@sneek
Zilver is er voor ... Hielkelig
Brons is er voor... FG-H
