De Galgenberg bij Moscowa
De galg, die het meest werd gebruikt om de lijken ten toon ten stellen 'tot afschrick ende exempel', stond ten noorden van de stad.
Over de exacte plaats waar de galg stond, is men het nog steeds niet eens. Maar het is meer dan waarschijnlijk dat de galg tegenover de huidige boerderij Moscowa aan de Apeldoornseweg stond. Maar ook plekken ten noorden daarvan, meer richting Schelmseweg (schelm = dief, misdadiger), zouden in aanmerking komen.
“Bij Moscowa, eene uitspanning van G: van Tuil, ligt de Galgenberg, waarop tot het laatst der 18de eeuw de lijken der misdadigers na de executie op een rad of aan eene galg werden opgehangen om tot aas voor roofdieren of vogels te strekken.”
Uit: Markus, A. (1907), p. 486.
Tegenwoordig liggen in het Klarenbeekse Bos ten oosten van de Apeldoornseweg (dus vlakbij Moscowa), in de driehoek tussen de Hommelse Weg, de Weg achter het Bos en de Weg naar de Stenen Tafel nog drie zwerfstenen.
In de grootste daarvan zat vroeger een tekstplaat:
"1886 Klarenbeek 1986
Op de plaats van deze steen stond vroeger een galg. Aan deze galg werden de lijken van binnen Arnhem ter dood gebrachte misdadigers als afschrikking opgehangen."
Dat deze plek de gerechtsplaats ‘de Galgenberg’ is, laat vooral de militaire kaart van Hottinger uit 1783 zien. Op deze kaart is een tekeningetje te zien van de galg die in 1734 werd gebouwd (zie hieronder). Ook op de kadastrale overzichtskaart uit 1821 is op deze plek de Galgenberg ingetekend.
Een nieuwe galg
In 1734 was de oude houten galg op de Galgenberg aan vervanging toe. De Zutphense bouwmeester Gerrit Ravenschot kreeg de opdracht van de Gelderse Rekenkamer om naar Amsterdams voorbeeld een nieuwe stenen galg te ontwerpen, waaraan 21 veroordeelden tegelijk konden worden opgehangen. De nieuwe galg was gebouwd in natuursteen en versierd met drie leeuwen die de wapenschilden van Arnhem en Gelderland in hun klauwen vasthielden. De galg werd gebouwd volgens de traditionele renaissancistische stijl.
Het tentoonstellen van lijken aan de galg werd in 1795 door de Fransen afgeschaft. De galg werd uiteindelijk in 1803 afgebroken.
Naar de Galgenberg
In 1760 bepaalde het Arnhemse stadsbestuur wat de scherprechter (beul) Johan Hendrik van Anhalt mocht declareren als hij veroordeelden naar de Galgenberg bracht:
"En inval soodane delinquenten mogten gecondemneert sijn, om na de gedane executie na buiten gebragt, en aldaar op het Galgevelt opgehangen, of op een rad geset te worden, sal denselven daarvoor soo voor hem en sijn dienaar niet meer mogen declareeren, als twintig guldens, daaronder meede begreepen de kar en hetgeen daartoe gehoort, alsmeede het aanslaan van knuppels of andere instrumenten, welke bij de sententie mogten vastgesteld sijn, sonder dat het hem zal vrijstaan desweegens eenige aparte vacatie hetsij voor hem, hetsij voor sijnen dienaar te mogen inbrengen."
In 1710 veroordeelde de Arnhemse schepenbank Johan Ciersleven voor een drievoudige gifmoord (twee achtereenvolgende echtgenoten en een dochter uit het eerste huwelijk) ter dood op het schavot. Voordat de scherprichter (beul) het hoofd afsloeg werd de veroordeelde eerst geradbraakt en werden armen en benen met twee slagen aan stukken geslagen. Vervolgens werden twee klappen met een stevig stuk hout op zijn hoofd gegeven. Met de bijl werd vervolgens de rechterhand, waarmee de moorden waren gepleegd, afgehakt. Die hand werd in zijn gezicht geslagen en daarna werd het hoofd afgehakt. Het lijk werd vervolgens enige tijd te kijk op het rad in de stad gezet. Tenslotte werd het naar de Galgenberg gebracht. Daar werd het lichaam op een rad op een paal gebonden en de hand werd daaronder vastgespijkerd. Er werden drie knuppels bij gehangen; voor elke moord één.
In 1729 had het Hof van Gelderland Marie Jansen uit Bennekom ter dood veroordeeld wegens een vijfvoudige moord. Ze haar man, diens kind, haar schoonouders en haar minnaar vergiftigd. Eerst werd ze op een houten kruis gebonden en met een gloeiende tang in armen en benen geknepen. Daarna werden al haar botten aan stukken geslagen en ook nog eens, kruiselings, haar hele lichaam.
Nadat haar lijk op de Markt was tentoongesteld, werd het naar de Galgenberg gesleept waar het met ketenen op het rad werd gebonden.
Een enkele keer vond de strafvoltrekking wel op de Galgenberg plaats. Zo werd op juli 1772 Berent Evertsen, bijnaam ‘Verbrande Berend’ op de Galgenberg aan een paal half geworgd en verder geheel verbrand.