Pluto is een in 1930 ontdekt hemellichaam in ons zonnestelsel dat tot 24 augustus 2006 werd geclassificeerd als planeet en sindsdien als dwergplaneet. Op 13 september 2006 kreeg Pluto ook een nummer in de catalogus van planetoïden, namelijk 134340. De dwergplaneet is vernoemd naar de gelijknamige Romeinse god van de onderwereld, Pluto.
De ontdekking van Pluto
Pluto werd op 18 februari 1930 ontdekt door de astronoom Clyde Tombaugh tijdens het vergelijken van fotografische platen met behulp van een blinkcomparator op het Lowell Observatory in Arizona. Tombaugh was op zoek naar een onbekendePlaneet X in een baan buiten Neptunus, die was voorspeld door Percival Lowell.
De naam Pluto is niet geheel willekeurig gekozen: hij begint met de initialen van voornoemde Percival Lowell, de astronoom die lange tijd heeft gezocht naar een negende planeet, maar dit hemellichaam nooit heeft kunnen ontdekken. Een combinatie van de letters P en L werd gekozen als het symbool van Pluto.
Pluto in cijfers
- Gemiddelde baansnelheid: 4,7 km/s
- Helling van het baanvlak tegen over het baanvlak van de aarde: 17,14°
- Soortelijke massa (dichtheid): 2,1g/cm²
- Ontsnappingssnelheid: 1,2 km/s
Baan rond de zon
De baan van Pluto is zo excentrisch dat dit hemellichaam gedurende 20 jaar van zijn 248 jaar durende omlooptijd dichter bij de zon staat dan de planeet Neptunus. De laatste keer dat dit gebeurde was van 7 februari 1979 tot 11 februari 1999. Behalve Pluto en zijn maan Charon bewegen er andere Kuipergordel-objecten in een vergelijkbare baan, met een 2:3 baanresonantie met Neptunus: de Plutino's. Enkele bekende objecten in deze klasse zijn (90482) Orcus en (28978) Ixion.
Karakteristieken
Vermoedelijke samenstelling van Pluto
Samenstelling
Over de samenstelling van Pluto is vrijwel niets bekend. De gemiddelde dichtheid van de dwergplaneet, ongeveer 2,0 g/cm³, houdt het midden tussen die van (water)ijs (0,9 g/cm³) en steen (ruim 3 g/cm³). De meest gangbare theorieën gaan daarom uit van een rotsachtige kern met daaromheen een mantel van bevroren water.
Samenstelling atmosfeerStikstof (N2)> 90% (?)Methaan (CH4)~ 1% (?)Koolstofmonoxide (CO)< 1% (?)
Atmosfeer
In augustus 1988 vond er een sterbedekking van Pluto plaats; hij schoof vanaf de aarde gezien, voor een ster langs. Het licht van die ster bleek niet abrupt achter Pluto te verdwijnen en terug te keren, maar geleidelijk. Dit bewees dat Pluto een ijle atmosfeer heeft. De druk daarvan bedroeg in 1988 ongeveer 1,5 microbar (0,15 Pa); bij een sterbedekking in 2002 bleek dit verdubbeld tot 3 microbar. Misschien is de druk aan het oppervlak nog wat hoger (100 microbar of meer), want de atmosfeer zou dieper kunnen zijn dan werd aangenomen (de dwergplaneet zelf zou dan iets kleiner zijn).
De samenstelling van de atmosfeer is vrijwel gelijk aan die van de Neptunusmaan Triton. Uit het gemeten molecuulgewicht volgt dat het hoofdbestanddeel stikstof is; spectraal zijn verder methaan enkoolstofmonoxide aangetoond. Deze atmosfeer ontstaat door sublimatie van bevroren stikstof en andere ijzen aan het oppervlak van de dwergplaneet. Wanneer als gevolg van de excentrische baan Pluto's afstand tot de zon groter wordt, zal de atmosfeer weer vrijwel volledig bevriezen. De geringe aantrekkingskracht van Pluto maakt dat atmosferische gassen vrij makkelijk van de dwergplaneet wegstromen, vooral het lichte methaan; mogelijk belandt een deel bij Charon, die aldus eveneens een heel ijle atmosfeer zou kunnen opbouwen.
Interesse in de banner stuur mij een mail als je alle planeten hebt gelogd, kun je onderstaande link kopieren.