Het graf werd drie keer onderzocht. In 1849, in 1919 en 1996. Uit onderzoek in 1996 is gebleken dat het hunebed in het Rijsterbos in feite een variant is van een hunebed. Dit type steengraf wordt een steenkist genoemd en de benaming op het aanwijsbord in het bos is dan ook veranderd van hunebed in steenkist.
Deze steenkist is gebouwd door dezelfde mensen die ook de hunebedden maakten. Zij behoorden tot de Trechterbekercultuur. Ze kwamen rond 3400 voor Christus naar onze streken en leefden in kleine nederzettingen in de bossen op de hogere zandgronden in het noorden van ons land.
De steenkist is in begin maart 1849 ontdekt tijdens het graven van een greppel door de arbeider Herman Wessels Kouwenhoven. Hij was samen met zijn collega’s werkzaam op het landgoed Rijs van dhr. Jhr Gerard Regnier van Swinderen. Helaas was Jhr. van Swinderen op dat moment niet in Friesland en hebben de arbeiders de keistenen voor diverse doeleinden gebruikt.
De stenen zijn zoals de gewoonte was bij het vinden van grote keistenen, deels kapot geslagen en afgevoerd voor wegonderhoud en mogelijk ook voor gebruik bij het onderhoud van de paalschermen aan de kust. Wel zijn de belangrijkste vondsten,waaronder enkele potjes met laddervormige versieringen, bij het Fries Genootschap bezorgd.
Archeoloog L.J.F.Jansen van het Oudheidkundig Museum uit Leiden kwam speciaal naar Gaasterland om ter plekke een onderzoek in te stellen. Op 26 mei 1849 bezocht hij de vindplaats en sprak hierbij met de vinder dhr. Kouwenhoven. Aan de hand van de verkregen gegevens reconstrueerde dhr. Janssen de plattegrond en de vorm van het graf.
Laatste cache controle: 31/08/2024