Het water ziet er hier niet uit. Vaak drijft er een vlokkige sliblaag in, die ook wel eens bevolkt willen worden door de meest vreemde vliegachtige. Als je flink in de bodem port wil er ook wel eens een onaangename rottingsgeur vrijkomen. Niet echt een plek waar je snel op ontdekking uitgaat.De drijvende sliblaag is echter gewoon grond en de vliegen en de lucht doen ons geen kwaad. Ga op pad voor een unieke ervaring en bijzondere plekjes waar geocaching je kan brengen. Zo krijg je bij eerste aanblik van dit watersysteem misschien een ´brak´ gevoel, maar hopen we dat je na afloop eerder als ´zilt´ bestempeld (een verfrissende, niet laf-iets zoutige smaak).Hierna volgt een beschrijving van de unieke flora en fauna die je in dit brakke watersysteem kan tegenkomen.
Brak water
Brak water is een mengsel van van zoet water en zeewater. Het zoutgehalte van brak water varieert van een halve gram per liter tot 30 gram per liter. Water met minder dan een halve gram zout per liter wordt als zoet beschouwd. Water met meer dan dertig gram zout is zeewater. In brak water leven kenmerkende dieren en planten. Voorbeelden zijn bot, aasgarnaal, driedoornige stekelbaars, zeekraal en zeeaster.
Zeewater en zoet water worden hier gemengd: het zoete water komt van de regen, het zoute water komt van zoute kwel die onder de dijk doorkomt . In droge tijden is het hier dus relelatief zout en in natte tijden relatief zoet. Om hier te kunnen leven in brak water moet een soort zowel met zoet als met zout water om kunnen gaan. Niet veel soorten kunnen dit. Hier een paar voorbeelden die hier zeker voorkomen.
Zeeaster
Zeeaster (zulte) is een smakelijke plant. De planten worden gegeten door ganzen, schapen en mensen. Bijen bezoeken de bloemen graag en zaadetende vogels zoals sneeuwgorzen eten de zaden. Die zaden kunnen twee weken in zee ronddrijven, ergens aanspoelen en dan ontkiemen als er een beetje zoet water is. Daarna kan de zeeaster onder zoute omstandigheden groeien op plekken waar andere planten dat niet kunnen. De plant gaat overmatige verdamping tegen doordat de leerachtige bladeren bedekt zijn met een laagje was.
er zijn maar liefst minstens tien verschillende diersoorten die zich helemaal op de zeeaster gespecialiseerd hebben.Bijvoorbeeld de zeeastermineermot, die mijnen graaft in de bladeren van de zulte. Of de rups van de astermonnik, een grote rups met gele lijnen die over de lengterichting van het lichaam lopen. Van de rups bestaan twee kleurvarianten, een paarse en een groene. Terwijl de groene vooral op het zeeasterblad volkomen onopvallend is, heeft de paarse juist tussen de bloemen en knoppen (die ook gegeten worden) een prima schutkleur.
Palingbrood
Palingbrood, kun je dat eten? Op Schouwen-Duiveland is het inderdaad een lekkernij: Met speciaal verrijkt deeg omsluiten we een stuk rauw gepeperd en gezouten Oosterschelde paling. Na voldoende rijs wordt het broodje gebakken, beboterd en gesmoord onder een smoordeken.
Maar er bestaat ook een mosdiertje, dat de naam palingbrood (Electra crustulenta) draagt. Deze diertjes zijn zogenaamde koloniediertjes, die in de brakke wateren van Zeeland voorkomen. De kolonies kunnen heel groot worden, waardoor er na een aantal jaren zelfs een soort rif kan onstaan. Het palingbrood levert doorgaans een positieve bijdrage aan de waterkwaliteit, omdat ze zich voeden met plankton. In duikers kunnen ze het Zeeuwse waterschappen wel eens lastig maken, wanneer de kolonie zo groot is geworden dat de waterafvoer stagneert.
Aasgarnaal
Aasgarnalen lijken op gewone garnalen, maar ze zijn veel dunner, en hebben geen scharen en looppootjes. Aasgarnalen heten in het Engels 'chameleon shrimp'; ze kunnen hun lichaamskleur veranderen van doorzichtig tot bijna zwart. Aasgarnalen kunnen zich met hun pootjes wel vasthouden aan stenen en zeewier. Ze eten plankton. Ze zwemmen rond met opgeheven kop. Jonge aasgarnaaltjes lijken meteen op hun ouders.Hier komt in grote getalen de brakwater aasgarnaal voor. Ten opzichte van de gewone (aas)garnaal heeft hij een veel sterker geknikt lichaam. Als je een visnetje meeneemt kan je proberen ze te vangen. Als je ook nog een doorzichtig potje meeneemt dan kan je ze even rustig in het water bestuderen. Let op de voelsprieten en kijk eens of je het maag-darm kanaal kan ontdekken.
Stekelbaarsje
De driedoornige stekelbaars (Gasterosteus aculeatus) is een kleine vis die inheems is in de Benelux. De stekelbaars komt voor in zoet, brak en zout water. De stekelbaars is niet verwant aan de baars maar meer met de zeepaardjes en de zeenaalden.De stekelbaars leeft buiten het broedseizoen in flinke scholen, maar in het broedseizoen wordt het mannetje territoriaal. Hij maakt op de bodem een nest dat hij van kleine plantendelen aan elkaar kleeft met spiggine, een stof die in de nieren wordt geproduceerd. Andere mannetjes in het territorium worden herkend aan hun rode buik en worden meteen verjaagd. Rijpe vrouwtjes, herkenbaar aan de opgezwollen zilverachtige buik, worden betrokken in een baltsspel . Het vrouwtje wordt in het nestje geleid door de bewegingen van de man, als ze in het nestje ligt wordt ze door stootbewegingen van de man naar de staartwortel van het vrouwtje er toe aangezet de eieren af te staan. Vervolgens zwemt het mannetje door het nestje en bevrucht de eitjes. Het mannetje verzorgt de eieren door met de borstvinnen van tijd tot tijd zuurstofrijk water toe te voeren. Dit nest wordt door het mannetje bewaakt totdat de eitjes uitkomen.