De polder
De Oosterpolder en de omliggende gebieden is een veenweidegebied op laagveen.
In de polder liggen een aantal petgaten die door vervening zijn ontstaan maar inmiddels zijn verland.
De petgaten zijn inmiddels begroeid met elzenbroekbos. In het gebied ligt eveneens een verlande Eendenkooi welke momenteel in gebruik is als strooiveld.
De voorgestelde route gaat niet door het noordelijk deel van de polder aangezien dit deel van de polder in de winterperiode onder water staat.
Het vogel leven
In de polder e.o. zijn maar liefst 60 broedvogelsoorten vastgesteld waaronder kleine plevier, watersnip, koekoek en buizerd.
De polder en de omliggende weilanden, waterpartijen en ruigten wordt geregeld aan gedaan door onder andere de ooievaar, de lepelaar, purperreiger, klapekster, blauwborst, smient, wintertaling, spotvogel, grauwe vliegenvangers en zelfs de zeearend is hier een aantal keren gesignaleerd!
De kans dat u tussen het zoeken van de caches door een bijzondere waarneming doet is beslist niet uitgesloten!
Ieder seizoen brengt ook weer andere gasten naar deze polder mede hierdoor kent het gebied een afwisselend vogelleven.
** Kwetsbare kleine cache-graag voorzichtig behandelen**
De klapekster
De klapekster is nogal eens te zien op de hoogspanningsdraden waar je onder door komt of in de rietlanden links van het pad..
Voorkomen:
De klapekster is niet algemeen voorkomend. In de zomermaanden is hij zeldzaam. De meeste klapeksters die in nederland voorkomen zijn wintergasten (september tot mei) die uit hun broedgebieden in Scandinavie komen.
In 2002 heeft de klapekster voor het laatst in Nederland gebroed.
Uiterlijk:
De klapekster is 24 cm lang en heeft een spanwijdte van 32 cm.
De bovenkant is grijs, de onderkant wit. de vleugels en staart zijn in hoofdzaak zwart. Opvallend is het karakteristieke zwarte masker.
Leefgebied:
Open gedieden zoals graslanden, heidevelden en landbouwgebied. De klapekster gebruikt graag bosjes en struiken als uitkijkpost.
Voeding:
kleine zoogdieren, grote insecten, kikkers, padden, reptielen en kleine vogels. Gevangen prooi wordt aan doornen of prikkeldraad gespiest.