Sinds meer dan vijf eeuwen is de naam de Merode verbonden, met de geschiedenis van de gemeente Westerlo, en toch ... de familie de Merode is niet steeds in het bezit geweest van het kasteel.
De eerste, bij naam gekende Heer van Westerlo is graaf Ansfried, die leefde in de tweede helft van de tiende eeuw. Na de dood van zijn vrouw werd hij monnik en later bisschop van Utrecht. Hij schonk Westerlo als aandeel aan het kapitel van Utrecht. Door Utrecht werd de heerlijkheid verder in erfleen gegeven aan de Brabantse familie van Wesemael.
In 1482 kwam het in handen van de familie de Merode in de persoon van Jan II. In 1620 kocht de familie de Merode de eigendomsrechten af. Sindsdien is het domein onafgebroken in het bezit geweest van deze familie. Onder de afstammelingen van Jan II vermelden we vooral:
Jan-Filips-Eugeen de Merode (1674-1732). Hij was Grande van Spanje, ridder van het Gulden Vlies, generaal-veldmaarschalk van de keizerlijke legers van Oostenrijk. Hij liet een net van dreven door zijn domein aanleggen. De aanleg hiervan kostte in die tijd ruim 80.000 gulden. Hij liet ook het kasteel verfraaien. De familieleuze "plus d'honneur que d'honneurs" was zeker op hem toepasselijk.
Charles Guillaume Ghislain +1830. Verleende zijn steun aan de strijders van de Boerenkrijg.
Hij was de vader van Frederic welke deelnam aan de Belgische opstand tegen Nederland. Hij was ook de vader van Felix, lid van het nationaal congres in 1830.
Henri Marie:+1847 - senator, diplomatiek vertegenwoordiger in het buitenland.
Charles Antoine Ghislain:+1892 - voorzitter van de senaat - burgemeester van Westerlo.
Henri Charles Marie Ghislain: +1908 - Minister van Buitenlandse Zaken
.
Charles Werner Marie Gabriel Joseph Ghislain: Prins de Merode, Markies van Westerloo, Prins van Rubempré en Grimbergen.
De donjon of woontoren werd omstreeks 1300 door de familie Wesemael opgetrokken in ijzerzandsteen.
De donjon had een uitgesproken defensieve functie. Sterk in de hoogte verheven was hij eenvoudiger verdedigbaar dan de villa, een gebouw met een grote grondvlak. Ook de dikte van de muren van zulke woontoren , zoals in Westerlo tot 2,75 meter, bewijst de militair-bouwkundige factor.
Aan de ingang van dit gedeelte werd in de zeventiende eeuw een barokke arduinen omlijsting aangebracht door Jan-Philips-Eugeen.
Rond het midden van de zestiende eeuw werd voor de slottoren het huidige binnenplein aangelegd, ommuurd en voorzien van de halfronde poorttoren. In de 18 eeuw werden de hoektorens aan twee zijden door de huidige vleugels verbonden.