Een zeeman, tweede stuurman in de groote vaart, S. B. geheeten, maakte een groote reis naar verre gewesten. In de maand November van Vogelzang vertrokken, het buiten van baron van Heemstra onder Veenklooster, waar hij veeltijds logeerde, als hij aan den wal was, (deze familie toch had hem laten studeeren), werd hij in die maand van het volgende jaar weer thuis verwacht. Elken dag kon hij komen. Maar al wie kwam, de zeeman bleef uit. En toch had men tijding, dat hij te Nieuwendiep was binnengekomen met het schip, waarop hij als tweede stuurman had dienst gedaan. Mogelijk toefde hij te Sneek, waar hij een zuster had wonen, zoo dacht men te Veenklooster en de zuster te Sneek dacht, dat hij wel op Vogelzang zou zijn. Zoo gingen eenige dagen voorbij, nog zonder onrust over zijn uitblijven , doch toen na informatie over en weer bleek, dat hij hier niet was en daar niet, volgde spoedig nader onderzoek.
Dit bracht aan het licht, dat hij na afrekening opgeruimd en wel van Nieuwediep naar Friesland was vertrokken, dat hij te Amsterdam de boot naar de Lemmer had genomen en hier in "de Wildeman" was geweest, waar hij nog een tachtig gulden zilvergeld tegen papier had gewisseld en dat hij tegen den avond de Lemmer had verlaten om naar Sneek te gaan. Met zekerheid kon dit alles worden vastgesteld, doch verder bleef de zaak in volslagen duister gehuld. Geen enkele aanwijzing wist men te vinden, veel minder eenig spoor te ontdekken van den zoo raadselachtig verdwenen zeeman. Men verdiepte zich in gissingen en uitte vage vermoedens van doodslag en berooving in verband met de wisseling van geld in "de Wildeman", dat niet onder vier oogen had plaats gehad. Zelfs werd er een "verdachte" gehoord, doch deze wist dadelijk zonneklaar zijn onschuld te bewijzen. Het raadsel bleef dus onopgelost.
Zoo verliepen weken en maanden, de winter was al voorbij gegaan en het voorjaar al weder verschenen, zonder eenige opheldering te hebben gevonden in de geheimzinnige verdwijning van den goeden zeeman. 't Was een voorjaar met hoog water en opstuwende Westewinden en onder Tjerkgaast bij Spannenburg liet de afstrooming veel te wenschen over. Een waterlossing onder den straatweg door moest wel verstopt zijn en inderdaad bleek dit het geval te wezen. Doch wie beschrijft de verbazing van de mannen met het onderzoek belast, toen zij daar in de pomp het lijk vonden van den lang gezochten zeeman, 't welk de oorzaak bleek te zijn van de verstopping. Na gerechtelijk geschouwd te zijn, werd het lijk op den doodenakker te Tjerkgaast ter aarde besteld en eerst in later tijd werd als vermoedelijken dader aangewezen, de postbode van Sneek op de Lemmer, toen ook reeds overleden. Waarschijnlijk is de zeeman in zijn gezelschap uit de Lemmer vertrokken en is deze te weten gekomen, dat gene geld bij zich had. Zelf verkeerde de bode in financieele moeilijkheden, waarvan misbruik van sterken drank als naaste oorzaak werd genoemd. Steeds gewapend met een zoogenaamden ploertendooder, zoo het heette voor eigen veiligheid, zal hij daarmede op den zeer eenzamen weg bij Spannenburg zijn slachtoffer onverhoeds een doodelijken slag hebben toegebracht en vervolgens het lijk hebben verstopt in de pomp van den rijksstraatweg, waar het bij toeval werd ontdekt.
Een toeval bracht ook den vermoedelijken dader aan 't licht. Deze vond na den misdaad geen rust of vrede meer en werd een slaaf van den drank. Een wegkwijnende ziekte maakte dra een einde aan zijn treurig bestaan, en toen zijne weduwe later hertrouwde, was het de tweede echtgenoot, door wien de geheimzinnige zaak werd opgehelderd. Bij gelegenheid vond deze in het kabinet een brieventasch met schrijfboekje, welke aldaar verborgen lagen. Zijne vrouw naar de herkomst vragende, verklaarde deze, dat haar eerste man die eens op den weg had gevonden met eene som gelds, waarover hij haar het stilzwijgen had opgelegd. Omdat zij destijds in groote geldverlegenheid verkeerden, had zij hem die belofte gedaan, overtuigd dat de tasch inderdaad gevonden zou zijn door haar man.
Nu kon de misdaad eindelijk worden verklaard, want tasch en boekje hadden den zeeman toebehoord.
Bron: tjerkgaast.info
